Goed kauwen!

de proefjesfabriek

Goed kauwen is belangrijk. Dit proefje laat zien waarom. Je lichaam is een chemische fabriek waarin eten in steeds kleinere stukjes wordt ‘geknipt’. Later gaan die stukjes naar je spieren als brandstof of naar je botten als bouwstof. Maar het ‘knippen’, het verteren, begint al in je mond. Kijk maar.

Wat heb je nodig?

Een witte boterham, een beetje Betadine (jodium), twee glaasjes, een pincet en een wit schoteltje.

Wat moet je doen?

Doe een klein stukje witbrood in het glaasje.

Doe er een beetje water bij en een druppel Betadine. Schudt het mengsel voorzichtig.

Leg dan het stukje brood met een pincet op een schoteltje. Welke kleur heeft het?

Neem nu een ander stukje brood en kauw er goed op (minstens 30 seconden).

Spuug het gekauwde brood in het andere glaasje en spuug er nog een beetje bij.

Doe er weer een druppel Betadine bij. Welke kleur heeft het brood nu?

Hoe komt dat? In brood zit een stof die zetmeel heet. Als je zetmeel door een supermicroscoop kon bekijken, dan zou het eruitzien als een kralenketting. Elke kraal bestaat uit suiker – uit een suikermolecuul. Als er jodium (uit de Betadine) bij die kralenketting komt, ontstaat een paarsblauwe kleurstof. Daarom wordt een broodkruimel vol zetmeel blauw, als je er Betadine bij druppelt. Bij brood waarop je gekauwd hebt, gebeurt dat niet. Dat komt doordat in spuug óók een stofje zit, een enzym. Als dat enzym bij zetmeel komt, dan knipt het alle kralen van die minuscule ketting los. Zo maakt je spuug suikers van het zetmeel in brood. Maar jodium (uit de Betadine) doet niks met suikers. Een goed gekauwd hapje brood wordt dus niet blauw.

Met dank aan Jan van Maarseveen en Pieter van Delft van de Universiteit van Amsterdam. Kijk verder: www.nrc.nl/kleine wetenschap