Europese leiders gebruiken kredietcrisis ook voor eigen positie

De kredietcrisis is de kans voor Europese leiders om zichzelf te profileren. Met allerlei plannen om de financiële crisis aan te pakken proberen ze macht naar zich toe te trekken.

„Europese landen zullen samen zinken of samen zwemmen.” Deze variant op het gezegde ‘pompen of verzuipen’ is de favoriete slogan van José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie in Brussel.

Hij gebruikte hem deze week eerst bij de aankondiging dat de Commissie 6,5 miljard euro aan Hongarije gaat lenen, om dat land uit de moeilijkheden te helpen. Toen bij de mededeling dat de Commissie het ‘plafond’ voor dit soort crisisleningen van 12 miljard per jaar naar 25 miljard wil verhogen. En vervolgens bij het bespreken van andere nieuwe Commissievoorstellen zoals: ruim 40 miljard extra aan zachte leningen voor autofabrikanten, sneller uitkeren van Europees geld voor milieuprojecten of infrastructuur voor armere regio’s. „Dit is de tijd voor Europese solidariteit”, zei Barroso woensdag, terwijl hij een aantal punten van het lijstje opsomde.

Dat lijstje had hij net met de andere eurocommissarissen besproken tijdens hun wekelijkse woensdagochtendoverleg. Meer dan vage voorstellen zijn sommigen niet. Maar de commissarissen, zei Barroso, hadden besloten om dit ‘European framework for action’ eind november om te zetten in gedetailleerde ontwerpwetgeving. Die moeten Europese regeringen vervolgens goedkeuren.

Maar deze voorstellen komen oorspronkelijk niet van hem. Of van de Commissie, die de taak heeft initiatieven te nemen in het Europees belang. Nee, ze komen van leiders van EU-landen, die de kredietcrisis aangrijpen om een machtsstrijd uit te vechten die lang latent is gebleven. Deze week bemiddelde de Britse premier Gordon Brown tussen de Franse president en de Duitse bondskanselier, die overhoop liggen over ongeveer alles wat Europa aangaat: van hulp aan de auto-industrie tot collectieve crisisfondsen of het leiderschap van de eurolanden. Dat gebeurde in Parijs en Londen. Niet in Brussel.

Veel Europese regeringen zijn het met Barroso eens dat ze juist in crisistijd solidair moeten zijn. Hoe grensoverschrijdend economie en financiën zijn, blijkt wel weer. Maar politiek is nationaal. Dit is dé kans voor politici om zich te profileren. Omdat er geen grondwet is gekomen en geen Lissabon-verdrag, en er geen democratisch Europees leiderschap is, springen ambitieuze politici in het vacuüm.

Een voorbeeld? Met die 6,5 miljard voor Hongarije is ruim de helft gespendeerd van de 12 miljard die de Commissie jaarlijks mag uitlenen aan lidstaten in nood. Toen de Commissie dinsdag met andere geldschieters – IMF en Wereldbank – overlegde over de Hongaarse injectie, liet Sarkozy vanuit Parijs weten dat hij het plafond wilde verhogen tot 20 miljard. Ogenblikkelijk zette Barroso dit op de agenda van de commissarissenvergadering voor woensdag. Om Sarkozy te overtroeven deed hij er 5 miljard bovenop. De Commissie moet tonen dat ze initiatief neemt, zei Barroso.

Sarkozy wil nu ook „een nieuw Bretton Woods”: hervorming van het IMF, scherper toezicht op mondiale financiële giganten. Het idee kwam mede van de Britse premier Gordon Brown, maar het was Sarkozy – dit halfjaar voorzitter van de EU – die de Amerikaanse president Bush zover kreeg om hierover een top van industriële landen bijeen te roepen, op 15 november. Europa moet nu met een voorstel komen.

Sarkozy wil dat bespreken op een Europese top in Brussel, 7 november. Maar de eurocommissarissen hebben het er toch níet over gehad, deze week. Er liggen twee schetsmatige voorstellen uit Parijs op tafel, maar de Fransen moeten nog beslissen welke beter is.

Sommigen zeggen dat het niet uitmaakt van wie de ideeën komen over Europese samenwerking. Het gaat om het resultaat. Werkgelegenheidsprojecten in regio’s waar massale ontslagen dreigen, zijn goed nieuws. Dit is waar Europa voor bedoeld is: dat landen elkaar helpen en niet kopje-onder duwen. Maar anderen vinden dat Barroso teveel luistert naar de leiders van grote landen die het hardst schreeuwen. In Brussel hoor je steeds vaker dat het niet goed is als de Commissie ál het initiatief aan de landen overlaat – zeker als maar één land steeds dominanter wordt. „Als Sarkozy autofabrikanten wil helpen, vindt Barroso dat prima”, zegt een Commissieambtenaar. „Maar de Duitsers vinden dat geen goed idee. De Europese eenwording draait om de as Parijs-Berlijn. Bondskanselier Merkel vreest dat Sarkozy een greep doet naar de macht in Europa. En dat Barroso Sarkozy daarbij helpt. Ook landjes als Luxemburg krijgen genoeg van Barroso. Dit is politiek gevaarlijk.”