Engagement kan begin zijn van nieuwe cultuur

Elke burger denkt soms in het brandpunt van de geschiedenis te staan. In die zin is de nu al twee jaar durende verkiezingscampagne in de Verenigde Staten niet uitzonderlijk. Toch lijkt het erop dat de verkiezingen er kunnen uitmonden in een cesuur die een hele generatie zal beïnvloeden, zoals de verkiezing van Reagan in 1980, van Kennedy in 1960 en Roosevelt in 1932 dat ook deden.

De betrokkenheid is dan ook groot. Volgens peilingen gaat één op de acht Amerikanen voor het eerst in zijn leven naar de stembus. Zelden hebben zoveel kiezer zich laten registreren. Een recordopkomst ligt in het verschiet. Dit wijst op een zege van Obama, de tolk van een generatie die snakt naar verandering. Zelfs zijn tegenstrever McCain heeft dit verlangen tot het zijne moeten maken.

Na acht jaar Bush, die pas twee jaar geleden afscheid nam van zijn dogmatische beleid, kampen de VS immers met een kater. De natie heeft zich zelden op zoveel fronten zo beschaamd gevoeld. In het buitenland wordt ze, na Irak en Guantanamo Bay, niet meer als voorbeeld gerespecteerd. In het binnenland is menige droom eveneens vervlogen. Niet alleen de kloof tussen arm en rijk is groter geworden, ook de middengroepen zijn erop achteruitgegaan. Talent en arbeidsethos zijn onderschikt geworden aan een cultuur van consumeren op krediet. De rekening voor deze toestand van het land is intussen tot astronomische hoogte opgelopen. De staatsschuld heeft onlangs de grens van 10.000 miljard doorbroken.

Geen misverstand. Amerika is nog steeds een supermacht. Maar niet meer zo hegemoniaal als tien jaar geleden. „Grotendeels dankzij Amerika heeft het kapitalisme op aarde kunnen zegevieren en nu wil iedereen ons op ons eigen terrein verslaan”, aldus burgemeester Bloomberg van New York vorige week in een tijdschrift. Wie van de twee er woensdag ook wint, de nieuwe president is niet te benijden. Beide kandidaten denken toch een doorbraak te kunnen forceren. Bush is zelfs in eigen kring niet meer welkom. Hij is „giftig”, wordt daar naar analogie van de ‘toxic’ schuldenlast van de banken gezegd.

Dit lot van Bush is meer dan alleen een vorm van straf. Het duidt ook op een verandering in de verhouding tussen burger en bestuur. Bush stond, net als Clinton, qua persoonlijkheid dicht bij de man in de straat. De twee verkiezingszeges van Bush waren, behalve op een uitgekookte en soms abjecte campagne, mede op die identificatie gebaseerd.

Obama is in veel opzichten zijn tegendeel. Hij geeft niet alleen leiding aan een massabeweging, maar lijkt ook een intellectueel. Bovendien komt hij niet uit het establishment voort. McCain wel. Bij de Republikeinen buiten Washington werd hij daarom gewantrouwd. Vandaar dat hij die ‘handicap’ met de volkse Palin dacht te compenseren. Maar hij ondermijnde er zijn geloofwaardigheid mee, al wordt zij gezien als nieuwe vaandeldrager van het conservatisme. Ondanks McCains opportunisme is de kandidatuur van de liberale vrijbuiter toch ook een contrapunt.

Beiden belichamen zo een politieke houding die niet meer louter banaliteiten voortbrengt en voor kiezers op de knieën gaat. Ze vergen ook intellectueel wat van de burger. Teleurstellingen na dinsdag zijn onafwendbaar. Maar het engagement in de campagne kan nu al worden gekoesterd als een herwonnen politieke cultuur.