Eén tweelingbroer in de cel, de ander doodziek

Wie staat er voor de rechter en waarom? Mimoud is verslaafd aan drugs en ligt op sterven. Kun je zo iemand wel veroordelen? Zijn broer heeft minder scrupules dan de rechter.

De verwarring is compleet. Voor de zaak in Amsterdam heeft de advocaat zich gemeld én iemand die zich mantelzorger noemt. Een oudere man in een kreukelige regenjas. Hij zoekt een stoel om te gaan zitten. Ik zou, zegt de rechter, niet het verdachtenbankje nemen. „Dat is niet de meest frisse stoel.”

De verdachte wordt zo gehaald, zegt de rechter. Dat kan niet, zegt de mantelzorger. Want de verdachte ligt bij hem thuis. Doodziek in bed.

Juist. En wie is dan de man die speciaal uit de gevangenis is gehaald en beneden in het cellencomplex zit te wachten tot hij wordt gehaald?, vraagt de rechter. Dat moet, zegt de mantelzorger, zijn tweelingbroer zijn. Zijn stem klinkt berustend, alsof hij dit varkentje vaker heeft gewassen. De officier haalt politiefoto’s tevoorschijn uit het dossier. Wie is het: Saïd of Mimoud?

Dat moet, zegt de mantelzorger, Mimoud zijn. Saïd die beneden zit, is een kop groter. Geen frisse jongen. Tegen hem loopt ook een zaak waarvoor hij moet voorkomen. En hoe gaat het dan? Justitie kijkt naar de achternaam en de geboortedatum en haalt, per ongeluk, de verkeerde uit de gevangenis. Om het nog ingewikkelder te maken geeft Saïd bij elk incident (door rood licht fietsen, diefstal, drugs) de naam van zijn broer op. Van Mimoud, die dus ziek is. Maar hij is het, die vorig jaar juni is opgepakt voor drugshandel en vandaag moet voorkomen.

Mag ik vragen, zegt de rechter, wat Mimoud mankeert? Hij kan er even voor gaan zitten. Epilepsie, heupprotheses aan beide kanten, tuberculose, hiv. Hij weegt nog geen 44 kilo, zegt de mantelzorger. „Dat noem ik geen obesitas.” Hij heeft hem eind september uit het ziekenhuis gehaald en bij hem thuis op een kamer gelegd. Hij heeft vrij genomen van zijn werk om hem te verplegen, en om alle akkefietjes die de tweelingbroer op zijn conto schuift op te lossen. De Thuiszorg komt om Mimoud aan te kleden, de GG&GD brengt methadon. Hij ligt zogezegd op sterven.

De mantelzorger ontmoette Mimoud in 1995. Hij kwam het café uit en zag de jongen liggen, die moet toen 15 zijn geweest. Hij heeft zich, zogezegd, over hem ontfermd. Een junkie was het, die niet lang meer te leven had. Dat bleek dus nogal mee te vallen. Mimoud was zo nu en dan toch levend genoeg om nog een misdaad te plegen.

Het is, zegt de rechter, een onalledaagse kwestie. Of nou ja, de kwestie is niet zo onalledaags, maar de verdachte wel. Mimoud werd gepakt toen hij op een bekende dealersplek betrapt werd met tien pillen MDMA, xtc en amfetamine. Hij had een zakje met de pillen op zijn buik gebonden en trok zijn shirt omhoog om het om te keren. De medeverdachte stak nèt zijn hand op om de pillen op te vangen, toen de politie kwam storen. Mimoud was beslist geen dealer, verklaarde hij. De pillen had hij op straat gevonden en hij wilde alleen aan iemand vragen wat het was. De mantelzorger knikt. Zo is het gegaan. De politie belde hem om Mimoud op het bureau te komen halen.

De officier van justitie eist twee maanden celstraf. Niet voor handelen in drugs, want dat is niet bewezen, maar wel voor het voor handen hebben ervan.

De officier heeft groot gelijk, zegt de advocaat. Twee maanden, daar ga ik niet moeilijk over doen. Want dat Mimoud een drugsprobleem heeft, dat is wel duidelijk. Maar ja, in dit geval. Die maanden kun je wel vragen, dat is ook wel terecht, alleen, kun je het ook uitvoeren, die straf. Nee. Dus moet je het dan wel vragen?

Mimoud staat op de wachtlijst voor het Flevohuis, waar ook hiv-patiënten worden opgevangen. Volgens de mantelzorger is Mimoud de eerste die aan de beurt is. Zolang hij bij u zo goed verzorgd wordt, waarschuwt de officier, heb je kans dat het Flevohuis eerst een nog hopelozer geval opneemt.

Het bezit van pillen, zegt de rechter vervolgens, is wel bewezen. Die had Mimoud gewoon. Degene die zijn handen uitstak om ze op te vangen, zal hij niet nagelen. Die spreekt hij vrij.

Maar dan Mimoud, wat moet hij ermee? De medische toestand is, zacht uitgedrukt, niet rooskleurig. Om iemand in die toestand nou in de gevangenis te zetten. En ook nog de maanden straf op te leggen voor een vorig delict. Het wordt twee maanden voorwaardelijk. Als dreiging boven het hoofd van Mimoud, mocht hij ooit weer op de been komen. De mantelzorger knikt. Hij zal het nieuws thuis overbrengen.

Saïd, de broer die beneden zit, mag weer naar huis. Hij zal tot het einde van de dag in zijn cel moeten wachten tot het busje weer naar de gevangenis rijdt.