Dure onafhankelijkheid voor Barclays

De Britse bank Barclays is zijn belofte nagekomen om kapitaal binnen te halen zonder geldinjectie van de staat – of althans niet zijn thuisstaat.

Het lijkt misschien een sterk staaltje van de topmanagers van de Londense bank, die zeker trots zullen zijn op het feit dat ze de sceptici hebben getrotseerd en geen gebruik hebben gemaakt van belastinggelden, die met allerlei beperkingen gepaard zouden zijn gegaan. Maar deze ‘onafhankelijkheid’ kent ook een hoge prijs. De aandeelhouders hebben gelijk als ze zich straks afvragen of het afwijzen van het aanbod van de Britse regering eigenlijk wel zo’n goed idee was.

De koninklijke families van Abu Dhabi en Qatar zijn ermee akkoord gegaan 7 miljard pond in de bank te steken, in ruil voor een belang van 32 procent. Ze worden rijkelijk gecompenseerd. Om te beginnen betaalt Barclays tien jaar lang een couponrente van 14 procent op sommige preferente aandelen. Het is de hoogste rente tot nu toe voor bankkapitaal. Weliswaar is de rente van 10 procent ná belastingen lager dan de 12 procent van de Britse regering zelf, maar Barclays zal waarschijnlijk zes jaar langer moeten bloeden dan zijn branchegenoten voor hún redding door de autoriteiten.

Daarnaast zijn er warrants, die zijn voorzien van een bescherming tegen verwatering. De beleggers uit het Midden-Oosten kunnen vijf jaar lang inschrijven op 1,5 miljard gewone aandelen, tegen de zwaar gereduceerde prijs van 198 pence per stuk.

Vervolgens zijn daar voor 2,8 miljard pond aan verplicht converterende obligaties. Als je rekening houdt met de couponrente van 9,75 procent, ligt de conversiekoers 27 procent lager dan de koers van vóór de overeenkomst. Er is ook nog een genereus bedankje van Barclays – 300 miljoen pond aan commissies, die aan Abu Dhabi en Qatar zullen worden uitgekeerd, of de transactie nu doorgaat of niet.

De kapitaalverhoging zal het kernkapitaal van Barclays op 7,6 procent brengen, nog vóór de 3,5 miljard pond die voortvloeit uit het niet betalen van een dividend dit jaar en ander balansbeheer. Het is het soort geruststelling waaraan beleggers momenteel veel behoefte hebben.

Zij kunnen hun zegje doen op de komende aandeelhoudersvergadering van 24 november. Eén ding waar de aandeelhouders zeker over zullen blijven peinzen is of het nu beter is dure steun uit het buitenland te accepteren dan steun uit Groot-Brittannië, het land waar de meeste activiteiten van Barclays plaatsvinden.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com