De overheid moet zich aan haar eigen regels houden

Actiegroepen zijn nuttig, beroepsklagers niet, zo stelt het commentaar van 25 oktober in aansluiting op de recent ontvouwde visie van de Raad van State: wie ervoor kiest zich te specialiseren in de controle van de milieubeslissingen van de overheid, is geen belanghebbende in milieuzaken. Dat ben je alleen als je ook flyers uitdeelt op straat.

Het is echter niet aan de Raad om zelf het begrip ‘belanghebbende’ in te perken aan de hand van arbitraire criteria. Om de geloofwaardigheid van onze democratische rechtsstaat ook maar enigszins overeind te kunnen houden, is maatschappelijke tegenmacht ten opzichte van de overheid broodnodig. Die ‘democratisch genomen besluiten’ waartegen je in de ogen van VVD en CDA geen bezwaar meer moet kunnen inbrengen, zijn in veel gevallen strijdig met de wet. De bestaande, eveneens ‘democratisch tot stand gekomen’ regels voor de bescherming van natuur en milieu bevallen deze partijen niet. Dus zoeken zij welbewust de grenzen van de wet op, met als doel daar overheen te gaan. Vooral de Kamercommissie Landbouw lapt in ruime meerderheid de regels aan haar laars. Europese afspraken over de bescherming van unieke natuurwaarden zoals de Waddenzee worden structureel genegeerd. In plaats daarvan worden op grote schaal milieuvergunningen – onterecht – verleend.

De overheid heeft zich aan haar eigen regels te houden. Als het vermoeden bestaat dat zij dat niet doet, zoals veelal bij milieuzaken, is het een zegen als er oplettende organisaties zijn die de rechter om een oordeel vragen. Vaak krijgt zo’n club gelijk, en moet de overheid haar beleid aanpassen.

Zou het niet veel zinniger zijn wanneer de overheid haar werk in één keer goed zou doen? Door bestaande wetgeving voor de bescherming van natuur en milieuwet gewoon te respecteren? Kunnen die ‘beroepsklagers’ zich alsnog storten op de flyers.

Esther Ouwehand

Tweede Kamerlid Partij voor de Dieren