De overheid krijgt weer een centrale rol

De Britse regering bestrijdt de recessie met investeringen en beroept zich daarbij op Keynes. Maar critici betwijfelen het nut, en verwijten Labour onvoldoende spaarzin.

Speculeren over ontwikkelingen op langere termijn vond de vermaarde Britse econoom John Maynard Keynes een tamelijk nutteloze bezigheid. „Op de lange termijn zijn we allemaal dood”, zei hij. Dat neemt niet weg dat Keynes zelf 62 jaar na zijn dood een opmerkelijke herrijzenis beleeft, althans zijn ideeën.

„Veel van wat Keynes schreef is nog steeds heel zinnig”, verklaarde de Britse minister van Financiën Alistair Darling een paar weken geleden. Hij doelde vooral op diens gedachte de overheidsuitgaven op te voeren in tijden van recessie, om de vraag te stimuleren en de werkloosheid te beperken. Zo kan voorkomen worden dat een recessie langer duurt en meer schade aanricht dan noodzakelijk.

Dat extra overheidsgeld hoeft niet te worden ‘verjubeld’ maar kan besteed worden aan grote infrastructurele projecten zoals nieuwe wegen en spoorlijnen. Met succes paste in de jaren ’30 de toenmalige Amerikaanse regering van Franklin Delano Roosevelt deze benadering toe en ook in Europa vond ze gaandeweg ingang bij steeds meer regeringen. Tot er in de jaren ’70 en ’80 een kentering optrad en het Keynesianisme een stille dood leek te zijn gestorven.

Minister Darling, die toch al met een fors begrotingstekort kampt, hoopt nu de economie te stimuleren door uitgaven voor reeds geplande projecten naar voren te halen, zoals een nieuwe snelle spoorverbinding van het Londense vliegveld Heathrow naar de City en de bouw van de stadions voor de Olympische Spelen in 2012. Aangezien de schatkist zo goed als leeg is, moet hij het geld daarvoor echter lenen. In de eerste helft van dit begrotingsjaar heeft hij al 37,6 miljard pond (47,4 miljard euro) geleend, driekwart meer dan vorig jaar. Naar verwachting is dit bedrag voor het einde van het jaar ten minste verdubbeld.

Volgens premier Gordon Brown, kunnen de Britten zich permitteren flink te lenen. „De overheidsschuld is aanzienlijk lager dan een decennium geleden, en lager dan van alle andere landen van de G7, behalve Canada.”

Het komt niet als een verrassing dat mensen als Brown en Darling de hulp van Keynes inroepen. Linkse politici en economen hebben zich altijd meer op hun gemak gevoeld met diens opvattingen, die forse ingrepen van de overheid in de economie meebrengen, dan liberalen en conservatieven. Die voerden sinds het bewind van Thatcher van de jaren ’80 in economisch opzicht de boventoon. Zij wilden de overheid zoveel mogelijk uit de economie weren.

Maar ook iemand als Roger Bootle, economisch adviseur bij Deloitte en columnist bij het conservatieve dagblad The Daily Telegraph, ontpopt zich dezer dagen als een Keynesiaan. „We bevinden ons in Keynesiaanse omstandigheden. Dus dit is de tijd voor Keynesiaanse oplossingen”, schrijft hij in zijn jongste column. Er is niets mis mee om eerst te proberen de economie vlot te trekken door de rentetarieven te verlagen, maar er is een goede kans dat dat niet voldoende is. „Wees in dat geval niet bedeesd en sta de regering toe enorm veel meer te lenen om een depressie af te wenden.”

Andere economen zijn minder zeker van het nut van enorme nieuwe overheidsleningen. „Het weldadige effect van zulke leningen wordt vaak nogal overschat”, meent Martin Weale, directeur van het onafhankelijke National Institute of Economic and Social Research. „In een betrekkelijk kleine, open economie als de Britse lekt het effect ervan nogal weg naar het buitenland. Zulke stappen hebben alleen zin als iedereen het overal tegelijk doet. Veel voorstanders vergeten ook dat er wel degelijk hoge kosten zijn verbonden aan zo’n beleid. Die leningen moeten immers worden afbetaald.”

Weale wijst er bovendien op dat allerlei bureaucratische hindernissen het in de praktijk heel moeilijk maken infrastructurele projecten te versnellen. Hij zou liever eerst de belastingen verlagen: sneller te verwezenlijken en vermoedelijk meer rendement. Ook voor zo’n maatregel moet de overheid zich overigens in de schulden steken, want ze ontvangt er immers minder belastinginkomsten door.

Veel economen rekenen Gordon Brown, van 1997 tot 2007 zelf minister van Financiën, intussen aan dat de schatkist zo leeg is. Ondanks de afgelopen periode van ongekende voorspoed in de Britse economie. Brown hield zich toen niet aan Keynes’ leer, die voorschrijft dat de regering in goede tijden de overheidsuitgaven terugschroeft om reserves op te bouwen voor slechtere tijden. Brown echter spendeerde de extra belastinginkomsten aan investeringen in onderwijs en gezondheidszorg.

De Conservatieve woordvoerder George Osborne beschuldigt de regering er daarom van met al die leningen alleen maar de gaten te vullen, die vallen door de reeds teruglopende belastinginkomsten. „Gordon Brown is geen man met een plan maar iemand die enorm rood staat”, aldus Osborne.

Ook hoogleraar Willem H. Buiter van de London School of Economics is gereserveerd. „Het is in de huidige omstandigheden heel wel mogelijk dat de effectiviteit van zulke uitgaven geringer is dan verwacht.”

De discussie over Keynes is kortom nog lang niet voorbij.