De overheid krijgt weer een centrale rol

Staatsingrepen liggen gevoelig in Frankrijk. Maar nu is volgens president Sarkozy een ondernemende overheid nodig. „Men moet voelen dat er een kapitein op de brug staat.”

Zelfs Frankrijk heeft de staat ‘herontdekt’. Toen president Sarkozy een maand geleden tijdens een toespraak in Toulon zijn economische ideaalbeeld schetste, sprak hij van een “kapitalisme van ondernemers” - in tegenstelling tot het ‘financiële kapitalisme’.

Tijdens een nieuwe toespraak in het dorpje Argonay in de Alpen zei hij het vorig week een beetje anders: zijn nieuwe kapitalisme berust niet alleen op ondernemers, maar ook op „een actievere staat”, die „onderneemt en investeert”.

Hij kondigde in een moeite door de oprichting aan van een Frans staatsinvesteringsfonds en beloofde ruim 175 miljard overheidsinvesteringen in het onderwijs, infrastructuur, defensie en de energiesector. Tegen een paar honderd prefecten en staatspenningsmeesters in de departementen noemde hij de staat deze week „de buffer tegen de angst die een economie kan ruïneren.” Hij sommeerde hen alle klachten door te geven over banken die leningen aan bedrijven of particulieren weigeren: de staat moet fungeren als bewaker van het „morele pact” tussen de economie en haar kredietverstrekkers, de banken.

Zijn vertrouwen in de staat leverde Sarkozy deze week steun op uit ongebruikelijke hoek: president Chavez van Venezuela noemde hem „socialistische kameraad”.

Humor natuurlijk, maar in Frankrijk werd er niet echt om gelachen. Want Frankrijk mag dan een sterke traditie hebben van staatsinterventionisme, zonder dubbelzinnigheden is de verhouding tussen staat en economie allang niet meer.

Zestig procent van de grootste Franse bedrijven is ooit in handen van de staat geweest of is dat nog. Maar de wens van socialisten om door nationaliseringen de economie te kunnen sturen, gaat terug tot 1981 en 1982. Daarna was president Mitterrand genoodzaakt zo radicaal te bezuinigen en te buigen dat er nu nog met huivering aan wordt teruggedacht. ‘La rigueur’, zoals de bocht na 1983 heette, is een woord dat onder Sarkozy nog altijd taboe is.

Ook nationalisering ligt nog altijd gevoelig. Net als andere Europes landen pompte Parijs de afgelopen weken miljarden euro in een reeks grote banken. Maar nergens nam de Franse regering het roer over zoals bijvoorbeeld Den Haag dat wel deed bij Fortis. Sterker: Parijs ziet zelfs af van het benoemen van commissarissen in de raden bij banken waarin de staat aandeelhouder is.

De laatste linkse regering in Parijs werd begin deze eeuw geleid door premier Jospin. Van diens gedachten over de rol van de staat in de economie heeft het land er drie onthouden: Jospin voerde zonder overleg de 35-urige werkweek in om de werkgelegenheid beter te verdelen. Hij geloofde sterk in gesubsidieerde arbeid. Maar toen hij te hulp werd geroepen om ontslagen bij een groot Frans bedrijf te voorkomen, verklaarde hij: “men kan niet álles van de staat verwachten.”

Nicolas Sarkozy bekeerde zich deze week tot een beetje Jospin: hij beloofde volgend jaar 100.000 gesubsidieerde banen extra te scheppen. Het maakte uit van ‘fase drie’ in zijn crisismanagement: eerst de banken redden, dan de economie stimuleren en vervolgens de sociale gevolgen opvangen van de onvermijdelijke neergang.

Economen zijn sceptisch over het effect, maar symbolisch was de maatregel wel. Zeker omdat Sarkozy haar aankondigde in Rethel, hetzelfde stadje in de Franse Ardennen waar hij vorig jaar zijn ‘liberale’ regeringsmotto lanceerde: meer werken om meer te verdienen.

Maar met dit wendinkje houdt ook de vergelijking met Jospin al snel weer op. Niet alleen heeft Sarkozy de 35-urige werkweek de facto afgeschaft, hij wil juist verder gaan in de versoepeling van de werkweek. Deze week zei hij haast te willen maken met het liberaliseren van werken op zondag. Ook de arbeidsmarkt wil hij nog steeds verder versoepelen, maar niet door een-twee-drie een nieuwe wet in te voeren: de sociale partners moeten er zelf uitkomen.

Voor topsalarissen in het bedrijfsleven geldt hetzelfde: Parijs wil ze niet aan banden leggen door wetgeving, maar vertrouwt op zelfregulering.

Ministers Woerth van Financiën en Lagarde van Economie bezweren met premier Fillon dat de regering ook niet werkelijk van politiek veranderd is. Werkloosheid en staatsschuld zullen in de veranderde omstandigheden voorlopig stijgen in plaats van afnemen, maar nog steeds is het doel de Franse economie te moderniseren – lees liberaliseren - en overheidsfinanciën onder controle te krijgen.

Sarkozy’s medewerkers op het Elysée zeggen dat hij ook in Europees verband niet wezenlijk van gedachte veranderd is: protectionisme is niet goed, maar Europa moet burgers bescherming bieden.

In Argonay schetste Sarkozy vorige week het risico dat „we overal revolutie krijgen van lagere- en middenklassen die de globalisering verwerpen” – wanneer de staat niet weet gerust te stellen. Tegen de prefecten zei hij deze week: „Men moet voelen dat er een kapitein op brug staat. Dat wekt vertrouwen.”