De Amerikaanse droom van SCHAMA

De Amerikaanse droom lijkt zijn grenzen bereikt te hebben, zegt historicus Simon Schama. ‘In mijn boek De Amerikaanse toekomst: een geschiedenis laat ik zien dat Amerika zichzelf steeds opnieuw kan uitvinden.’

Het begon na de orkaan Katrina. Toen merkte ik het. Als ik niet college geef in New York, dan reis ik graag door Amerika. Het liefst ga ik naar staten als Oklahoma, Nevada of Utah. Daar struikel je niet over de New Yorkse intellectuelen. Daar hoorde ik in cafés en diners mensen praten over: wat mag je van de staat verwachten? Want Bush had gezegd dat niemand had kunnen zien dat de dijken zouden doorbreken in New Orleans. Toen gewone Amerikanen, die in fabrieken werken, die op het land werken, die vrachtwagenchauffeur zijn, begonnen te praten over een oud Amerikaans thema, de verhouding tussen individu en staat, toen wist ik het. Dit wordt niet zo maar een presidentsverkiezing. Dit wordt een verkiezing waarin grote thema’s, grote Amerikaanse thema’s aan de orde komen. Wat is vrijheid? Wat is de rol de staat? Want Amerika moet zichzelf opnieuw uitvinden. Het politiek-economisch systeem dat zich onder Bush verder ontwikkeld heeft, is niet meer levensvatbaar.

‘In die zin zijn dit verkiezingen waar veel op het spel staat: de toekomst van Amerika. Niet voor het eerst in de Amerikaanse historie is het zo spannend. Vergelijk het met 1860. Toen was het er op of eronder voor het ‘grote Amerikaanse democratische experiment’ met de verkiezing van Lincoln, die vond dat de principes van vrijheid en gelijkheid, die voor de Amerikaanse burgers golden, ook voor de Amerikaanse slaven moest gelden.

‘Of neem 1932, toen Amerika in de Grote Depressie gedompeld was, en Roosevelt zijn New Deal-plan presenteerde: overheidsingrijpen om het land uit het dal te halen. Of 1976, toen het land de trauma’s van de Vietnam-oorlog en het Watergate-schandaal te verwerken had, en Carter won.’

Dat gevoel ‘als een hond die ineens wild ruikt’, dat er grote thema’s aan de orde waren, thema’s die de stichters van Amerika, de Founding Fathers al verdeeld hadden, deden Simon Schama besluiten om nu een boek en een begeleidende vierdelige tv-serie te maken over zowel de geschiedenis, als de toekomst van Amerika.

Afgelopen maand verscheen ook de Nederlandse vertaling van The American Future: A History, vertaald als De Amerikaanse toekomst: een geschiedenis. Daarin behandelt Schama, historicus en kunsthistoricus verbonden aan de Columbia universiteit in New York, de Amerikaanse geschiedenis aan de hand van vier grote thema’s, die volgens hem nu opnieuw van groot belang zijn voor Amerika’s toekomst: de oorlogen, de geloofsijver, de immigratie en de welvaart, om niet te zeggen overvloed - de belofte aan grote welvaart en geluk, die vast onderdeel van de Amerikaanse droom is.

Schama behandelt die thema’s aan de hand van persoonlijke geschiedenissen van bekende en onbekende Amerikanen, zoals hij dat ook al deed in eerdere geschiedenis- en kunstgeschiedenisboeken (Overvloed en onbehagen, over de Gouden Eeuw in Nederland, Burgers, een kroniek van de Franse revolutie). Dat levert vaak tegendraadse verhalen op, die tornen aan vaststaande beelden over de geschiedenis. Dat is overigens ook een van Schama’s persoonlijke missies. Hij heeft een hekel aan te veel generalisaties in geschiedschrijving. Schama: ‘Ik merkte dat in Europa vaak een gemakzuchtige houding wordt aangenomen over Amerika. Zo van: dat is het land dat de wereld heeft opgezadeld met Abu Greib en Guantanamo Bay. Daar kunnen we niets goeds meer van verwachten. Zo zie ik het niet. Natuurlijk botsen de Amerikaanse idealen soms op paradoxale en gruwelijke wijze met de praktijk. Maar er zijn altijd tegenstemmen in Amerika. Er zijn altijd krachten die de fouten willen rechtzetten. En die vitale democratische, meerstemmige kant van Amerika wil ik laten zien. Amerika is minder eendimensionaal dan ze in Europa denken.’

‘Neem de rol van het christendom. Veel linkse Europeanen denken dat het christendom alleen meer een sterke behoudende kracht is, een hinderlijke rem op de vrijheid. Maar de Amerikaanse geschiedenis leert dat dat niet zo is. Ook in mijn vorige boek, Rough Crossings: Britain, The Slaves and the American Revolution (2006, over Amerikaanse slaven die vrij werden door in het Britse leger tegen de Amerikanen te vechten, red.) kwam het al aan de orde, dat christenen het voortouw namen in de beweging om slavernij af te schaffen. En in dit boek ga ik in op het feit dat voor slaven zelf de christelijke religie een belangrijke kracht was, om vol zelfvertrouwen op te komen voor hun rechten. In de negentiende eeuw organiseerden de slaven geheime religieuze christelijke bijeenkomsten die troost en hoop gaven.

‘Er waren vrouwelijke zwarte prediksters die rondtrokken, om de zonde van slavernij aan te klagen, en soms in het geniep, in bos en veld, predikten, zoals de Jarena Lee.’

Schama neemt een lang gedeelte van haar dagboeken op, en schrijft over haar:

Ze was haar leven begonnen als slavinnetje, had een hevig schuldgevoel gekregen nadat ze tegen haar meesteres had gejokt, was naar haar gevoel met Gods hulp van de verdrinkingsnood gered en uitgegroeid tot een authentiek Amerikaans fenomeen. Ze predikte voor niet offiiciële samenkomsten van gelovigen en was op haar manier de eerste grote zwarte redenaar. Ze was de verpersoonlijking van wat W.E.B. du Bois in The Souls of Black Folk de eerste echte zwarte leider heeft genoemd: de prediker en leraar. En het verbluffende is dat Jarena op haar manier weliswaar revolutionair was, maar beslist niet enig in haar soort. Toen ze in de jaren veertig van de negentiende eeuw haar lessenaar aan de wilgen hing, waren er veel zwarte zusters als rondtrekkend prediker actief die menigten en gezagsdragers, mannelijke vooroordelen en sceptische onverschilligheid trotseerden.

Schama schrijft ook over een zwarte voorvechtster voor kiesrecht, die hij zelf ontmoette toen hij in 1964 bij de Democratische conventie in Atlantic City was. Dat was Fanny Lou Hamer, die uit naam van de Amerikaanse idealen en God, het recht vroeg zich te mogen inschrijven als kiezer – iets dat werd tegengewerkt toen.

Schama: ‘Veel mensen verwijzen naar Martin Luther King, als de gene die de weg baande voor Barack Obama, die zich nu als Afrikaanse Amerikaan als presidentskandidaat heeft kunnen nomineren. Maar ik moet eerder denken aan deze vrouw, Fanny Lou, die door haar optreden zijn nominatie mede mogelijk heeft gemaakt.’

Xenofoob en paranoia

De geschiedenis van van Amerika veel minder eenduidig dan de meeste mensen denken, benadrukt Schama steeds: ‘De strijders voor de afschaffing van de slavernij bijvoorbeeld, zoals de dominee Beecher, de vader van de schrijfster van De hut van oom Tom, Harriet Beecher Stowe, waren voor de gelijkberechting van slaven, op basis van hun religieuze overtuiging. Maar ze waren verder xenofoob: ze waren er tegen dat Amerika maar overspoeld zou worden door allerlei immigranten van niet-Angelsaksische komaf.

‘Ook Benjamin Franklin, een van de Founding Fathers, had zo zijn bedenkingen bij de aantrekkingskracht van het nieuwe Amerika op allerlei niet-Angelsaksische immigranten; die zouden de eenwording van de natie maar bemoeilijken, of erger. Duitse immigranten bijvoorbeeld, daar was hij niet dol op.’ Schama schrijft daarover:

Franklin was geen bewonderaar van Duitsers in Pennsylvania. Ze waren te grof en te talrijk. Wat je hier ziet,’ schreef hij, ‘zijn de ongeletterde, domste inwoners van het land… Waarom zou Pennsylvania, dat gesticht is door de Engelsen, een kolonie moeten worden van vreemdelingen, die ons al snel in aantal zullen overtreffen, zodanig dat wij verduitsen, in plaats van dat wij hen verengelsen, en die weigeren onze taal en levenswijze overnemen?’ Niemand minder dan Benjamin Franklin, die wij zo graag zien als de belichaming van het kosmopolitische verlichtingsdenken, sloeg al in 1750 alarm over de bedreigde staat van de Anglo-Amerikaanse cultuur. Die hartelijke, vindingrijke, gezellige Franklin is de Founding Father van de Amerikaanse paranoia.

Er loopt een lange draad van xenofobie door de Amerikaanse geschiedenis: Schama behandelt onder meer de behandeling van de indianen (‘de eerste democratische etnische zuivering’) en de Chinezen, die ook naar het leven werden gestaan.

Grenzen aan de droom

Wie zegt dat de Amerikaanse droom grenzen kent, die maakt zich niet erg populair. Schama wijst op het lot van president Jimmy Carter eind jaren zeventig. Hij waarschuwde voor de grenzen aan de groei, voor uitputting van de energiebronnen – steeds de grens verleggen en nog maar eens in een natuurgebied naar olie boren was volgens hem de oplossing niet. De overheid moest ingrijpen, de consumenten minderen.

Schama: ‘De Amerikanen moesten niets hebben van die niet-optimistische opvattingen. Ze kozen Ronald Reagan als president, die beweerde dat het niet aan de consument en het bedrijfsleven lag, maar dat de overheid het probleem en niet het antwoord was. Dat is het begin geweest van die Republikeinse strategie die nu ook nog doorgaat. Dat is niet altijd zo geweest.

‘Doordat ze zo op die Reagan-lijn zaten, hebben de Republikeinen het nu moeilijk in deze verkiezingstijd. De Republikeinen zijn goed in small politics. Het gaat heel erg om de persoonlijkheid van de kandidaat: kun je hem vertrouwen, is hij aardig, wil je wel een kopje koffie met hem drinken. Die dingen. Daar hoort ook bij de persoonlijkheid van de andere kandidaat zwart maken. Het is meer een uitloper van de entertainmentindustrie, dan politiek. Je zag het campagneteam van McCain dan ook worstelen met de vraag: moeten we die lijn verlaten? McCain is wel tegendraads, en kan wel grote thema’s aansnijden, maar de Republikeinse campagnelijn is toch die van small politics.

‘En dat terwijl de problemen zich opgestapeld hebben. De financiële crisis. De energiecrisis. De gang van zaken rond de war on terror, de strijd tegen het terrorisme. Omdat Obama en McCain beiden hebben gezegd dat ze een eind aan Guantanamo Bay willen maken, is dat niet een groot thema geworden. Maar over de oorlog in Irak is er wel een verschil. Obama wil de troepen terugtrekken, McCain roept dat de overwinning nabij is. Maar dat witte-vlagverhaal slaat niet aan. Overigens denk ik dat Obama in Afghanistan de strijd hard aangaat.

‘Ik kan niet in de toekomst kijken, en het hangt er ook helemaal vanaf wat de stemming in al die verschillende staten is; Amerika is een federatie, niet een grote natiestaat. Maar ik denk dat Obama met een klein verschil gaat winnen. Ik vind Obama in ieder geval beter als het om de grote thema’s gaat. Hij kan een bindende rol vervullen. Amerika gaat zware tijden tegemoet. Dan is een leider die de boel samen weet te binden van groot belang. Dat je het gevoel oproept van: we zinken of we zwemmen samen. Dat gevoel van verbondenheid kan een hoop sociale frictie en problemen wegnemen, als het slechter gaat. We zullen zien.

‘De geschiedenis wijst uit dat Amerika een enorm vermogen heeft zichzelf in tijden van crisis opnieuw uit te vinden.’

Boek: De Amerikaanse toekomst: een geschiedenis, uitgeverij Contact. Engelse uitgever: The Bodley HeadTV: uitgebreid interview met Schama in Tegenlicht, VPRO, maandag 3 november, 21.00 uur, Nederland 2.