Cinque Terre

Riomaggiore, Manarola, Corniglia, Vernazza, Monterosso al Mare – die vijf dorpen zijn samen Cinque Terre. Hun zalmkleurige gevels piepen boven de bergwanden uit. Een wandelroute verbindt ze, langs de zee en door hun straatjes, onder druipende was door, over krappe pleintjes waar kletsende oude mannen regeren.

Hij begint in het zuiden met de beroemde Via dell’amore. Daar kunnen geliefden van het adembenemende uitzicht genieten op romantische bankjes waarboven de namen zijn gegrift van klassieke liefdeskampioenen: Penelope, Paris, dat werk. Het is er altijd druk.

Na een kwartiertje stopt de Liefdesweg al. Het plaveisel maakt plaats voor aangestampte aarde en provisorisch in de rotsen uitgehouwen traptreetjes. Hekken worden eerst gammel, dan schaars. De slenteraars houden het voor gezien, de wandelaars niet. Ook de bejaarde mevrouw op de mooie rode schoenen loopt door. Ze neemt haar tijd, accepteert soms even de arm van haar dochter, geeft geen krimp. Manarola zal ze halen, ook al is het pad nu smal en glijdt het stuurs op en neer.

Die zee lispelt in de diepte, hij speelt kiekeboe met de klippen voor de kust. De najaarszon scheert over zijn rimpels. Omdat het licht laag invalt ziet de wandelaar hoe het zeewater de hele dag (want voor deze route neem je een dag, hij is te mooi voor marcheren, hij moet gesavoureerd worden), de hele dag dus, wordt verzilverd en steeds op een andere manier. Met een blinkende skatebaan naar de zwarte strandjes toe. Met een lichtkrant langs de einder. Amorf op het schuim van alle golfjes. En als de hemel een beetje roze wordt, ontvouwt zich de klassieke yellow brick road vanaf de horizon. Alleen ziet hij niet geel maar bleek.

Daar is Vernazza, een roversnest tussen twee ruïneuze torens, de stegen in elkaar gedraaid als de gangetjes in een slakkenhuis. Vernazza is het mooiste vind ik, en het pad na Vernazza ook. Het kruipt over de overwoekerde berghelling, doet soms antieke akkertjes aan met olijfbomen en wijnstokken. Het stijgt snel, het geurt zoet naar vergane gele bloemetjes. Er zijn stroompjes, ze ruisen onzichtbaar onder hoog riet.

Deze ruwe steentreden hebben eeuwenlang de mensen van dorp naar dorp geleid. Ze zijn vergleden en soms glibberig. Omhoog ging best. Maar we dalen nu al een hele tijd en dat zal doorgaan tot Monterosso (dat zie ik ver weg liggen) en mijn ene knie knikte en ik vind dat steile dalen eng. Man raapt een hartvormig blad op. „Alsjeblieft”, troost hij.

Joyce Roodnat

9 km (pure looptijd 5 uur). Route ‘A2’ is rood-wit-rood gemarkeerd en begint naast het station van Riomaggiore. Toegang 5 euro p.p. Een trein verbindt regelmatig alle vijf de dorpen. Route wordt afgeraden bij hoogtevrees en bij hoge temperaturen.