Column

Brommen

Zesentwintig miljoen nam Rijkman mee. Zesentwintig miljoen euro! En donderdag las ik dat hij het geld niet nodig had en ook niet wilde. Zijn eigen woorden. Dus je onderhandelt je helemaal scheel met de raad van commissarissen van ABN Amro om zoveel mogelijk mee te krijgen („Nee, niet het onderste uit de kan heren, ik wil te zijner tijd ook de kan zelf graag meenemen. Wat zeg ik? Doe dan ook het hele servies en het tafelzilver er maar bij.”), je krijgt het toegezegd en op het moment suprême wil je het niet.

Althans dat zeg je later als je het gewoon hebt aangenomen en het hele land je uitlacht en vrolijk uitscheldt voor vieze vuile graaierd. Je had alle tijd om het absurde bedrag te weigeren of om een of ander goed doel te bellen met de mededeling dat je een mazzeltje voor ze had. Je had het totale bedrag ook kunnen verdelen over diverse charitatieve instellingen. Een nobel gebaar naar de tienduizend ontslagen werknemers. Maar nee hoor, je pakt het met beide handen aan en zegt later dat je het niet wilde en niet nodig had. Dat is toch vreemd?

Dat een man, die jarenlang een van de grootste bedrijven van ons land heeft geleid, dingen aanpakt die hij dus eigenlijk niet wil. Wat je niet wil dat wil je toch niet? We hebben het hier niet over een jaartje extra salaris, maar over zesentwintig miljoen euro!

En nou wil hij terug naar de bank. Niet letterlijk, maar in het geval dat ze hem vragen. Dan zegt hij onmiddellijk ja. Er is niemand in Nederland met zoveel ervaring en kennis van ABN Amro als Rijkman Groenink! Wie dat zegt? Rijkman Groenink. Over zichzelf? Over zichzelf! Waarom hij dat zegt? Omdat niemand anders dat zegt. Zielig? Ja, heel erg zielig zelfs. Wel lief dat hij er aan toevoegt: „Mijn werkelijkheid is er een van walging en bedroefdheid.” Nou meneer Groenink, dan bent u niet de enige. Ik denk dat heel veel ontslagen werknemers bij diezelfde bank een zelfde soort gevoel hebben. Mensen van midden vijftig, net te oud voor een nieuwe baan en veel te jong om de hele dag op een golfbaan rond te hangen.

Met steeds meer verbazing kijk ik naar het oprotpremiestelsel van al die directeuren bij die grote bedrijven. Wat al die minkukels meekrijgen als ze weer eens ergens de resultaten niet hebben gehaald, grenst toch aan het ongelofelijke? Hoe het werkt? Ik weet het niet. Elkaar goed kennen? Handjeklap in het old boys network? Onderhandelen op de Groote Club, het Concertgebouw of in de bar van de golf? Ik vrees van wel. In elk geval moet je op al die plekken regelmatig je gezicht laten zien. Volgens mij begint het al veel eerder. Op het studentencorps. Daar zitten ze als zoontjes van de kaarten al te schudden en te delen.

Wat is er toch gebeurd? Wie legt het me uit? Waarom was een basissalaris van enkele miljoenen niet meer genoeg? Waarom moesten er van die belachelijke bonussen bij? Dan gaan mensen toch sjoemelen met omzetten en winsten.

Zie de vroegere Ahold-top, die misschien wel moet brommen? Hoewel? Zover komt het vast niet. Zal wel dienstverlening worden. Mogen ze ergens harken. Dat konden ze op hun werk ook al zo goed.

Over brommen gesproken. Afgelopen week overleed de oud-voetbaltrainer Cor Brom na een slopende ziekte. Over hem las ik het volgende: Brom zou zich in de voorbereidingscampagne van het seizoen 1979-1980, in ruil voor het spelen van een aantal oefenwedstrijden tegen amateurclubs, hebben laten uitbetalen in geld (vijfduizend gulden), een paard en een half varken (in karbonades en schnitzels). Hij moest zich daarvoor verantwoorden bij het bestuur van Ajax en werd later ontslagen. Niet om die reden, maar het telde wel mee.

Werd daar zo vrolijk van. Vooral van dat paard en het halve varken in karbonades en schnitzels. Vorig weekend ging de klok een uur terug, maar soms vind ik een jaar of dertig ook niet erg.

Youp van ’t Hek