Blinde paniek in Congo

Congolese regeringsoldaten sloegen afgelopen dagen massaal op de vlucht voor rebellenleider Nkunda. De gewone Congolees moest het hierbij ontgelden.

De Congolese regeringssoldaten renden als kippen zonder kop door Goma en schoten op alles en iedereen. „Op burgers dus”, zegt Janvier Habimana verontwaardigd. De 37-jarige Congolese kapper maait wild met zijn armen als hij vertelt over wat hij de afgelopen dagen heeft doorstaan in de hoofdstad van de Oost-Congolese provincie Noord-Kivu.

„Niemand was zeker of hij het einde van de dag nog zou halen” , vertelt Janvier. „Soldaten, ónze soldaten, wisten niet hoe snel ze weg moesten komen. Sommigen renden naar het oosten, anderen weer naar het westen en niemand luisterde naar niemand. Een korporaal blafte een kolonel af en een soldaat schopte een sergeant.”

Janvier blaast over tafel, neemt een flinke hap uit het schuim van zijn bier en kijkt dan met een fronsende blik of zijn verhaal goed is overgekomen. Janvier en zijn 600.000 medebewoners van de grensstad Goma werden de afgelopen week praktisch gegijzeld door soldaten van het Congolese leger – het leger dat Goma juist had moeten beschermen. Er vielen zeker tien doden, winkels werden geplunderd, mensen werden mishandeld.

De onderbetaalde en ongemotiveerde Congolese regeringssoldaten sloegen aan het plunderen en schieten nadat zij op de vlucht waren geslagen voor de rebellen van Laurent Nkunda. Deze Congolese Tutsi-krijgsheer zegt de Tutsi-minderheid in Oost-Congo te willen beschermen tegen Hutu-militanten, die na de Rwandese genocide in 1994 naar buurland Congo zijn gevlucht. Het Congolese leger werkt samen met de Hutu-extremisten, beweert Nkunda.

De Congolese soldaten werden nota bene opgejaagd door de rebellen met hun eigen munitie en geweren: eerder deze maand buitgemaakt door Nkunda’s mannen toen zij een legerbasis in Rumangabo overvielen. Maar sinds woensdagavond staken Nkunda’s rebellen het vuur, officieel om de duizenden ontheemden de kans te geven een veilig heenkomen te zoeken.

Vervolg Congo: pagina 5

Congolezen vluchten naar Rwanda

In Goma heerste gisteren rust en spanning tegelijk. De laatste, groengejaste regeringssoldaten hebben zich teruggetrokken tot Bukavu, honderd kilometer zuidwaarts. Een enkele Congolese vluchteling overweegt om terug te keren naar wat hij heeft achtergelaten. In het geval van Janvier zijn dat vrouw en vier kinderen in Goma. Janvier verblijft met enkele honderden andere vluchtelingen al dagen op een plek waar niemand dat zou verwachten: net aan de andere kant van de grens, in de Rwandese stad Gisenyi. Rwanda, geleid door een Tutsi-regering, wordt ervan verdacht Nkunda te steunen. In de ogen van Congolezen, hun president Kabila voorop, is Rwanda de échte vijand in het huidige conflict. Met andere woorden: de Congolezen die nu de Rwandese grens passeren, vluchten voor rebellen die aangestuurd zouden worden vanuit het land waar zij naartoe trekken.

Door de grens met Congo open te houden voor vluchtelingen, voorkomt Rwanda niettemin dat de buitenwereld een argument krijgt aangereikt om het land verder te beschuldigen van pogingen om Congo te destabiliseren.

Goma en Gisenyi zijn slechts gescheiden door de landsgrens; in de praktijk zijn beide steden vergroeid. Ook toen de granaten van Nkunda en van het Congolese leger over en weer vlogen, ook toen de VN-vredesmacht MONUC helikopters inzette om Nkunda tot staan te brengen – tevergeefs – zetten de douaniers stempels in paspoorten.

Gisenyi biedt, net als Goma, een paradijselijk uitzicht op het Meer van Kivu, met door palmen omzoomde boulevards langs een weelderig strand. ‘Welcome in Gisenyi, romantic beach’ heten de billboards de bezoeker welkom.

Ook Julien Kabagwira is naar de badplaats gevlucht. Hij heeft met zijn familie een tweepersoonskamer gehuurd in het vijfsterrenhotel Kivu Serena, misschien wel het duurste hotel van Rwanda met 140 dollar per nacht. Zijn kinderen spelen met andere vluchtelingen in het zwembad, zijn vrouw ligt op het strand, samen met personeel van enkele internationale organisaties dat hier ook een tijdelijk onderkomen heeft gevonden.

„Het lijkt misschien wel leuk zo”, geeft Julien – gegoede middenstand uit Goma – toe, nippend aan een kleurige cocktail. „Maar we willen natuurlijk wel zo snel mogelijk naar huis toe.” Hij knipoogt: „Al was het alleen maar om de prijs die we hier per nacht moeten betalen.” Honderdveertig dollar is heel veel geld, ook voor de betere Congolese middenstand.

Maar voorlopig zitten alle hotels in Gisenyi vol. „We behandelen de vluchtelingen als alle andere gasten”, zegt de receptionist van Stipphotel, met honderd dollar per nacht een middenmoter. Hij is niet ontevreden en dat geldt voor al zijn collega’s in de stad. Gisenyi mag dan de ambitie hebben om een toeristische trekpleister te worden, tot afgelopen week wisten weinig buitenlanders de weg naar de stad te vinden.

Op de onverharde straten van het centrum rijden luxe fourwheeldrives met nummerplaten uit Noord-Kivu. Veel inwoners van Goma hebben de afgelopen jaren geld verdiend met de handel in delfstoffen als coltan (bestanddeel van mobiele telefoons), diamant, koper en goud. Die producten zijn ook in grote hoeveelheden geëxporteerd naar Rwanda.

Rebellenleider Nkunda ontleent zijn macht voor een belangrijk deel aan de illegale handel in grondstoffen, maar daarin is hij in Oost-Congo geen uitzondering. Het reguliere leger werd door de Britse mensenrechtenorganisatie Global Rights recentelijk betrapt op het plunderen van mijnen, samen met de voormalige Interahamwe, de Hutu-milities die de genocide in Rwanda op hun geweten hebben.

Twee dagen geleden kondigde Nkunda aan dat hij rechtstreeks wil praten met de Congolese regering over de rijkdommen in Oost-Congo. Eerste inzet: het contract dat de regering in Kinshasa dit jaar met China sloot over exploitatie van de delfstoffen moet van tafel.

„Onze rijkdom is onze armoede én onze ondergang”, zegt kapper Janvier terwijl hij een nieuw glas bier bestelt op het terras van Serenahotel. „Hadden we geen koper en geen diamant en geen coltan in de grond gehad, dan hadden we geen herrie. En dan kon ik gewoon naar huis terug. Naar mijn vrouw en kinderen.” Zijn vrouw is Rwandese, zegt hij. „Dat ligt niet goed in Congo. Ze mag dan een dubbel paspoort hebben, het gaat in eerste instantie om haar physique. Ze ziet er uit als een Rwandese.”

Hij leegt zijn glas en rept zich naar de grens. Boven het Meer van Kivu gaat de zon razendsnel onder, zoals elke dag hier net onder de evenaar. Janvier wil vanavond voor het donker weer thuis zijn.

Nieuwsthema over Congo op nrc.nl/oostcongo