Blank publiek went aan zwarte president in bioscoop

Door de positieve discriminatie in de film groeide in de VS een generatie op met het beeld dat een burgemeester of rechter zwart kan zijn. President lag moeilijker.

Rotterdam, 1 nov. - Zo kan je het dus ook zien: „Blank Amerika, dat altijd is verweten institutioneel racistisch te zijn, krijgt nu de kans te tonen dat het niet zo is. En alle fatsoenlijke Amerikanen – los van partijbanden – geeft dat een goed gevoel. Veel Amerikanen steunen Barack Obama simpelweg omdat hij zwart is.”

Andrew Breitbart, columnist en zelfbenoemd woordvoerder van ‘conservatief Hollywood’, analyseert deze week tandenknarsend het succes van Obama: zijn huidskleur is niet zijn handicap, maar zijn kracht. Het is de schuld van de linkse droomfabriek Hollywood, stelt hij. Natuurlijk verkopen ze een droomkandidaat, maar nog meer een droom. „Hollywood beseft al jaren dat de meeste Amerikanen naar raciale verzoening snakken, en dat is de grote belofte van Obama’s kandidatuur.” Die droom overstemt volgens Breitbart elke twijfel over zijn linksheid of gebrek aan ervaring.

Ook anderen stellen zich die vraag: in hoeverre heeft Hollywood Amerika voorbereid op de eerste zwarte president? Op het witte doek werden ze al veel eerder gekozen, zij het spaarzaam.

In 1933 veroverde de pas negenjarige Sammy Davis jr. als eerste zingend en tapdansend het Witte Huis in Rufus Jones for President. Het sterkste argument bij zwarte kiezers blijkt dan nog gratis karbonades. Nadat Rufus met de hand op het telefoonboek de eed heeft afgelegd, benoemt zijn mama zichzelf tot ‘presidentes’ en gaat de Senaat halleluja-zingend akkoord met radicale wetgeving op pluimvee en meloenen. Rufus Jones for President is tenenkrommend vrolijk racisme: het idee van een zwarte president is hilarisch. Het blijkt een droom: na het ontwaken zingt de moeder Sammy toe: „Blijf aan je eigen kant van de schutting, daar overkomt je niets.”

Die raad werd de rest van de eeuw redelijk opgevolgd, ook nadat de segregatie in de jaren zestig beëindigd was en het zwarte zelfbewustzijn groeide. Dat bracht meer werkgelegenheid voor zwarte acteurs en actrices. Tegelijk met de blaxploitation-films over zwarte detectives, pooiers, dealers en hoeren, ontstond in de jaren zeventig het gebruik om bij elke film ten minste één zwarte acteur in te huren. Zo groeide een Amerikaanse generatie op met films waarin zwarte hoofdcommissarissen, burgemeesters en rechters vanzelfsprekend waren. De realiteit volgde, met enige vertraging.

Een zwarte president bleef sciencefiction: in The Fifth Element (1997) heeft de aarde er pas in het jaar 2456 één. En in Idiocracy (2006) in het jaar 2505, maar tegen die tijd bestaat de mensheid louter uit debielen.

De enige andere optie was een ingrijpend ongeval. James Earl Jones schuift in de tv-film The Man (1972) door naar het Oval Office als de politieke top onder een plafond wordt verpletterd. Als zwarte president overwint Jones cynische ambtenaren en racistische politici, maar hij blijft zich ervan bewust dat Amerika hem niet gekozen heeft en nooit zal kiezen.

In Head of State (2003) moet er een vliegtuigongeluk van blanke presidentskandidaten aan te pas komen. Het establishment van een kansloze partij schuift dan de zwarte wethouder Chris Rock naar voren in de verwachting dat hij verliest. Etnische minderheden worden belangrijker, redeneert de partij. Over vier jaar, in 2008, zullen die uit dankbaarheid over Rocks eerdere kandidatuur op ons stemmen. „En de blanke kiezers stemmen dan op ons omdat onze kandidaat ditmaal niet zwart is.”

Uiteraard wint Chris Rock de verkiezingen nadat hij zich bevrijdt van zijn blanke poppenspelers. Head of State houdt namelijk die Hollywoodmythe in stand dat Amerikaanse kiezers weglopen met een kandidaat die ze de waarheid vertelt. Rock wint met de boze slogan ‘That Ain’t Right!’ – dit jaar soms ook door Obama gebruikt – en amuseert de kiezers met hiphop, trainingspakken en blingbling. Tot ingedut blank Amerika beseft dat er een zwarte president komt en te laat een stormloop op de stembus inzet.

Een boze zwarte die klaagt over discriminatie maakt uiteraard geen schijn van kans als president, zoals dominee Jesse Jackson merkte bij zijn gooi naar de Democratische kandidatuur in 1988. Vandaar dat Obama’s band met die andere boze dominee, Jeremiah Wright, zo schadelijk was. De komiek Richard Pryor figureerde in 1972 op een persconferentie als zo’n blanke nachtmerrie: als zwarte president benoemt hij Black Panther-leider Huey Newton tot hoofd van de FBI, werkt hij een stoet blonde bimbo’s af en groet hij met salam aleikum.

De eerste Obama-achtige president bij wie huidkleur ogenschijnlijk geen rol speelt, trad pas op de drempel van de 21ste eeuw aan. Het was de oude Morgan Freeman die de mensheid in Deep Impact (1998) moet redden van een meteoorinslag.

Dennis Haysbert was nog invloedrijker als president David Palmer in de tv-serie 24 – al overdreef de acteur toen hij begin dit jaar claimde dat hij Obama mogelijk had gemaakt. „Mijn rol heeft Amerika de ogen geopend.”

Haysbert verwart oorzaak en gevolg. Dat de makers van 24 Amerika rijp achtten voor een zwarte tv-president, lijkt gevolg van het feit dat zwarte acteurs zich al jaren hebben bewezen als kijkcijferkanonnen. De populariteit van Will Smith, Denzel Washington, Samuel L. Jackson en Wesley Snipes toont aan dat het blanke publiek weinig moeite meer heeft om zich met zwarte filmsterren te identificeren.

In de financiële rangorde van Hollywoodsterren, de Quigley Poll, stond Smith vorig jaar op plaats twee en Washington op plaats zeven. En bij een verkiezing van de beste filmpresident op America Online moest Morgan Freeman alleen Harrison Ford (in Air Force One) voor zich dulden.

Barack Obama verklaarde van zijn kant dat Will Smith hem in de toekomst maar moet spelen „want wij hebben dezelfde oren”. Hopelijk niet in een tragedie, want bij een zwarte president duikt steevast ook de associatie op met een aanslag. Eind jaren tachtig imiteerde komiek Eddy Murphey president Jesse Jackson, die bij zijn inauguratiespeech hijgend over het podium zigzagt. „Hij wil maar niet stilstaan”, klaagt Murphey met een zuidelijk accent terwijl hij een schutter nadoet.

Een aanslag is het eerste waaraan kandidaat Chris Rock denkt als ze hem nomineren. En in 24 wordt David Palmer vermoord door een scherpschutter, waarna zijn broer Dwayne in zijn voetsporen treedt. Zwarte Kennedy’s dus, maar iedereen weet hoe het met het blanke origineel afliep. Amerika vermoedt dat het nog steeds gevaarlijk is aan de andere kant van de schutting.