Anders

Dinsdagavond sprak Barack Obama voor een paar duizend mensen in Chester, Pennsylvania. Het televisienieuws had er fragmenten van. Je zag de kandidaat op de rug, een windjack, spijkerbroek, sneakers. En dan de dichte menigte, blanken, zwarten, alles waardoor Amerika vroeger wel een smeltkroes werd genoemd. Iedereen warm ingepakt. Capuchons, bontmutsen, paraplu’s. Diagonale strepen van de hagelstenen in het beeld. Noodweer. Niemand liet zich verjagen. De volgende dag had The New York Times er een foto van. Met een vergrootglas heb ik de gezichten bekeken. De aandacht had iets kinderlijks, alsof ze naar een sprookje luisterden en geloofden dat het echt gebeurd was, of zou gaan gebeuren. De campagne van Obama duurt nu twintig maanden. Ik heb hem in zijn strijd tegen Hillary Clinton gevolgd, en nu in de laatste fase tegen John McCain. Of je het wel of niet met hem eens bent, doet er nu even niet toe. Daar zie je hem weer het trapje naar een podium oprennnen, weer met dezelfde overtuiging spreken, nooit aarzelend, nooit schor, altijd uitgeslapen, fit, slagvaardig. Die man is een wonder van energie op alle fronten.

Als alles goed gaat met het stemmen, weten we over vier dagen wie de volgende president is. Acht jaar geleden ging het niet goed. Toen moest er in Florida opnieuw worden geteld en toen nog eens en nog eens. Na twee maanden maakte het Hooggerechtshof er een eind aan en benoemde George W. Bush. Daarmee waren de acht jaar begonnen waarin de wereld drastisch zou veranderen. In tegenstelling tot veel van mijn lezers heb ik in W. nooit iets gezien. Ik kreeg mails. Ik citeer één trouwe opponent uit die tijd. ‘U blijft het maar moeilijk hebben met meneer Bush hè?’ Aan het einde van zijn regime kan ik niet nalaten te zeggen dat ik dit moeilijk hebben nu met 71 procent van de Amerikaanse kiezers deel. Beste mailer uit Schoonhoven, laat nog één keer iets van u horen.

Hoe dan ook, we gaan historische veranderingen tegemoet. Iedereen heeft een klein seismograafje in zijn hoofd waarmee hij de toestand in de wereld kan meten. Hier in New York gaat het wijzertje van mijn machientje flink tekeer. Ik dacht aan Victor Serge, begonnen als anarchist, toen bolsjewist, ruzie met Stalin gekregen, trotskist geworden, altijd in opstand. In 1940 woonde hij in Parijs, wist bijtijds te vluchten en kwam in Mexico terecht. Daar heeft hij zijn Memoirs of a Revolutionary geschreven, in 1945 in Amerika verschenen. In de auto op weg van Parijs naar Le Havre maakt hij even halt, stapt uit en kijkt nog één keer naar de stad waarboven rookwolken hangen. Hij veracht de nazi’s. Toch wordt hij even door een onmetelijke vreugde bevangen. Daar brandde al die rotzooi van de jaren dertig, de depressie, het appeasement, alles waarvan hij walgde. Wat er komen zou was gruwelijk, dat besefte hij, maar dit was een bevrijdend afscheid. Zo zullen we op vier november nog niet van de crisis, de twee oorlogen, de angst voor terreur af zijn, maar er is een kans, meer niet, op een fundamentele verandering. De tijd ontdooit.

In de New York Post, ochtendblad van Rupert Murdochs News Corp, heeft Obama een bijnaam gekregen: Bam. Er is in Amerika geen papieren medium dat zich bekwamer in de haat specialiseert dan deze krant. Toen een jaar of tien geleden Linda Tripp haar grote vriendin Monica Lewinsky verraadde door alles wat die haar toevertrouwde meteen aan Matt Drudge te vertellen, die het daarna op zijn internetkrant zette, was de Post al een trouwe klant van dit Drudge Report. Dat is toen ook snel door Murdoch gekocht. In de Post verscheen een cartoon van een huilende Hitler op de voorgrond en in een hoekje een gniffelende Bill. Nu ben ik niet meer de meest gehate man uit de wereldgeschiedenis, snikt Hitler. Ik dacht eraan toen ik dinsdag een cartoon van dezelfde tekenaar zag. Twee keer Colin Powell. Op het eerste plaatje zegt hij: ‘ I endorse the claim that Iraq is making weapons of mass destruction.’ Dat was in 2002. Op het tweede: ‘I endorse the claim that Obama would make the best president.’ Het is jammer dat de Post er niet bij zegt dat deze krant toen de bloeddorstigste van alle media was. Al veel eerder heeft Powell verklaard dat hij berouw heeft over het feit dat hij toen de wereld wat op de mouw heeft gespeld.

De Post is ook zeer bekwaam in het maken van zijdelingse verdachtmakingen. Columnisten bewijzen dat Obama eigenlijk tegen het socialisme aanhangt, de beste vrienden met een terrorist uit de jaren tachtig is, sympathie voor ‘de moslims’ heeft, enzovoort. In Nederland noemen we het demoniseren. Maar als in deze sfeer een paar neonazi’s serieus van plan zijn, de kandidaat te vermoorden en en passant nog een paar van zijn vrienden te onthoofden, wordt dat complot met een stortvloed van veroordelende bijvoeglijke naamwoorden uitvoerig uit de doeken gedaan.

Tot zover een paar glimpjes uit de Amerikaanse verkiezingssfeer. Het is een wereldvoorstelling. En hoe dan ook, W. vertrekt. Verandering is onvermijdelijk en dat vind ik een enorme opluchting.