Allerzielen

Iedere school heeft zijn doden. De jongen die met zijn scooter over de kop sloeg of het meisje dat niet meer verder kon. Hoe kun je ze gedenken?

Allerheiligen is het vandaag, morgen Allerzielen. Dat de plantenzaken en supermarkten de laatste weken veel chrysanten verkopen, is een enkeling wel opgevallen maar wat deze dagen met sterfelijkheid, dood en laatste oordeel te maken hebben is geen leerling bekend. Het woord ‘sterfelijkheid’ vraagt al om toelichting. Halloween dat kennen ze wel, verkleed langs de deuren snoep ophalen, terwijl zorgzame vaders en moeders op de hoek van de straat staan te blauwbekken. Maar dat Halloween ooit met de geesten van de gestorvenen te maken had, oogst verglaasde blikken. Geesten? Zielen? Bestaan die? Is een laatste oordeel zoiets als voor straf moeten nablijven?

Wat je niet ziet, bestaat niet, zingen Kinderen voor Kinderen. Zielen en geesten zie je niet, worden fysisch niet waargenomen maar bestaan ze dus niet? Ik probeer uit te leggen dat alles bestaat wat betekenis heeft, dat de wereld vooral bestaat dankzij ons bewustzijn en bij wijze van spreken met de geboorte van iedere baby opnieuw ontstaat. En, zeg ik, en dan wordt het stiller in de klas, de dood heeft betekenis voor iedereen van ons. De ‘dood’ kennen we allemaal. Het woord ‘ziel’ betekent iets. De herinnering aan iemand die gestorven is, blijft in ons wonen.

Ik laat de vlinderzielen op Grieks aardewerk zien. Ik vertel wat over Hades, Hermes en de Styx. Vertellen maakt het duidelijker. De dood heeft beelden en verhalen nodig om er over te kunnen spreken. Van die beelden en verhalen is in onze cultuur weinig over. De doden in ons hoofd lijden armoe. Waar ben je als je dood bent? Wat is ‘er niet zijn’? Waar is ‘de hemel’? In veel kinderen zit een verdrietig plekje dat je nooit ziet en waar je niet over praat. Verdriet om een opa, oma, ouder, huisdier. Soms tijdens excursies merk je het, als je met leerlingen in een stemmige kerk een kaarsje aansteekt. Maar op school ben je sterk. School is een groot blij zwembad voor beloftes, dromen en ambities. Met de meeste mensen op school heb je net te weinig om zoiets intiems als rouw te delen.

Toch heeft ook een school zijn doden. Ik heb wel eens gewenst dat ook wij een Allerzielendag hadden om ze te gedenken. Samen in de grote zaal verhalen vertellen, namen noemen, muziek maken. Voor Robert bijvoorbeeld die op een lichtblauwe voorjaarsdag met zijn net gekregen scootertje rondjes over het schoolplein racete, over de kop sloeg en het ziekenhuis niet meer haalde. De ANWB paddenstoel die hem noodlottig werd, stond lange tijd scheef, de dienst was onvergetelijk maar de herinneringen zijn met zijn vrienden en vriendinnen vertrokken. Of het meisje dat niet meer verder kon – waarom toch niet? – en voor wie het hartverscheurende Purple Rain van Prince werd gespeeld op de herdenkingsdienst. En Justus, mooie Justus, die door zijn duikapparaat werd verraden en wiens dienst helemaal door zijn vrienden en vriendinnen werd verzorgd. Ik ken geen vromere gezichten dan die van verslagen jonge mensen. Hennes, mijn oud-mentorleerling die vanwege een vijfje te veel – zo zinloos – de vierde klas twee keer deed en nog niet wist dat zijn klok al naar het eind tikte. Mijn collega’s die een tweede keer stierven toen het gebouw waarin zij hun beste levensjaren hebben gesleten werd afgebroken en waar zelden iemand aan denkt omdat er nog maar weinigen zijn die ze hebben gekend. Zoals dikke Jack die weigerde te vergaderen als hij niet twee weken tevoren de agenda ontving. Of Bertie voor wie op een winderige februarimiddag een boom werd geplant die al weer is verzet. We hebben zoveel herinneringen zonder huis, zonder moment om ze bijeen te brengen en levend te houden. Ik denk dat onze school daar niet uniek in is. Het is in zekere zin een geluk als je gelovig bent omdat er nog een verhaal is. De ‘verlichten’ onder ons hebben verhaal noch ritueel. Ze aanvaarden met dezelfde eerbied het grote Niets, de aporie om het wonder leven, maar zijn met stomheid geslagen. De kennismaking met Allerzielen is voor mijn leerlingen dan ook niet meer dan het opdoen van een weetje. Ik zou willen zeggen: ga met je ouders naar het kerkhof, verzin een ritueel, verzorg samen je herinneringen, maar dan overschrijd ik een grens. Ik ben leraar. Mijn les zit erop.

Marijn Backer

De auteur is docent klassieke talen op de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven.