Allerarmen

Vandaag is het Sollemnitas Omnium Sanctorum, of Allerheiligen, en morgen Allerzielen. Op deze twee dagen herdenken de katholieken hun heiligen, martelaren en doden. Maar als je de financiële onheilsprofeten moet geloven, zijn we hard aan een nieuwe gedenkdag toe: Allerarmen.

Op die dag, bijvoorbeeld 24 oktober (de beurskrach van 1929), trekken we in stille optocht door de financiële centra, ter nagedachtenis aan allen die door een crisis hun geld (deels) verloren. Het wordt een troostdag voor beleggers in Fortis-aandelen, garantieproducten, Lehman-obligaties, vastgoed-cv’s, teakhoutplantages, aandelenleaseplannen, woekerpolissen en alle anderen die nog door crises berooid ten onder zullen gegaan.

Zo somber ga je denken, als je nieuws consumeert van de televisie, de radio, uit de dagbladen en tijdschriften. Geen redactie durft achter te blijven. En wil een tv-programma, voor de nuancering, een gast uitnodigen die in een tweegesprek de argumenten van een onheilsgoeroe ontzenuwt, dan trekt die meneer zich bang terug. Je telt pas mee wanneer je het eind der tijden verkondigt. Dus kan ik haast niet achterblijven. Vandaar deze voorspelling.

We lijden allemaal aan een terminale ziekte waaraan we zullen sterven. De een wat eerder dan de ander, vanzelfsprekend, maar niemand wordt gespaard. Toch moet je vanaf nu tot aan je vertrek naar de eeuwige jachtvelden doorleven alsof er niets aan de hand is. Dat geldt ook voor kredietcrisistijden: gewoon doorgaan.

Toch is er een punt van zorg. Hoe lang denk je door te gaan? De twintigers van nu kunnen straks met gemak 120-plussers worden, volgens gerontologen. Zij hebben dus nog een eeuw voor de boeg. Honderd jaar, tot 2108! Dan komen je honderdjarige kinderen nog fluitend naar je verjaardagsborrel.

Daarmee zijn we toe aan een hoogst ernstige vraag: bestaan onze pensioenfondsen, levensverzekeraars en de AOW dan nog? Misschien wel niet! Worden we daardoor wellicht ouder dan onze centen? En zo ja, komen de kleinkinderen van Wouter Bos ons dan redden met een miljardeninjectie?

Die vraag is prangend sinds de kredietcrisis, omdat is gebleken dat de financiële wereld qua risico geen enkel inzicht en verantwoordelijkheidsbesef toont. De toezichthouders (wereldwijd) houden misschien wel een oogje in het zeil, maar grepen onvoldoende in om erger te voorkomen. Kortom: een jungle.

Geldt dat ook voor onze pensioen- en levensverzekeringssector, de hoeders van onze vele honderden miljarden voor later, het familiekapitaal van Nederland, waar iedere burger tot aan zijn dood op moet kunnen vertrouwen? Zo’n schat mag je niet laten bewaken door cowboys met hedgefondsbrillen en te hoge inkomens. Of door doctorandussen in loondienst die, onder het mom van deskundigheid, vooral uit zijn op eigen gewin.

Wie trekt zich dit probleem aan? Misschien is dit iets voor de Tweede Kamer? Die wil zich wel buigen over de kredietcrisis. Men wil terugkijken, om van fouten te leren. Maar dat heeft weinig zin, want elke crisis is anders.

Kijk liever vooruit naar de tikkende tijdbommen in ons land, zoals de eeuwigheidswaarde van ons pensioenstelsel. Hoe zal het aflopen met jongeren die met een toekomstige verbrokkelde loopbaan hun middelloonpensioentje bij elkaar moeten scharrelen? Of met alle werknemers die hun pensioenopbouw regelen via een beschikbare premieregeling die stijf staat van de kosten en amper iets uitkeert?

Het was je eigen verantwoordelijkheid, roepen dan aanbieders en de overheid. Laat deze crisis je daarom voorgoed verlossen van het wittejassensyndroom, dat is het nederig ja-knikken naar adviseurs en deskundigen in pak. De beste crisismanager ben jezelf. Dat is de enige die niet aan je probeert te verdienen.

Lees meer van Erica Verdegaal via haar weblog op nrc.nl/erica