4x Venetië

Venetië is een soort Disneyland: drukbezocht maar zonder inwoners. Vier tips voor een supertoeristenstad.

Internet redt Venetië, geloofde de Amerikaanse hoogleraar stedenbouw William J. Mitchell tien jaar geleden. In zijn boek e-topia voorspelde hij dat Venetië dankzij een combinatie van ‘unieke architectuur’ en nieuwe media een nieuwe bevolking van creatievelingen en andere telewerkers zou aantrekken.

Tien jaar later blijkt dat Venetië geen etopia is geworden. Het afgelopen decennium is het aantal inwoners van Venetië gedaald van 70.000 in 1997 tot 60.000 in 2007 – een halve eeuw geleden waren het er nog 175.000.

Vooral jongeren verlaten de stad. Voor hen is er weinig werk, en woningen zijn met een prijs van 10.000 euro per vierkante meter alleen nog betaalbaar voor de allerrijksten van deze aarde, zoals Madonna.

Het aantal toeristen stijgt wel steeds, van 10 miljoen in 1994 tot 20 miljoen vorig jaar. Zo is Venetië hard op weg een soort Disneyland te worden, een supertoeristenstad, drukbezocht maar zonder inwoners. Voor veel toeristen is dit geen enkel probleem. Maar een deel van de bezoekers lijdt onder wat je de paradox van het toerisme zou kunnen noemen. Hoewel ze zelf ook toerist zijn, willen ze zo weinig mogelijk soortgenoten zien.

Wonderlijk genoeg is het in Venetië heel eenvoudig om te ontsnappen aan de stroom toeristen die zich door de nauwe straten van het spoorwegstation naar het San Marcoplein perst. Neem een zijstraat, sla twee hoeken om en je betreedt de stille, vochtig-dode stad die Venetië op steeds meer plekken is.

Venetië 1: Maria dei Miracoli

Pleinen en straten waar toeristen en bewoners samengaan en je je toch kunt wanen in een gewone toeristenstad, zijn in Venetië nog altijd te vinden. Zoals de buurt rondom de Santa Maria dei Miracoli, niet ver van het Canal Grande. Het mooist is het kerkje vanaf de Calle Castelli te benaderen. Dan doemt het, gelegen aan een smalle gracht, plotseling op tussen de opeen gepropte huizen. Zo veroverd, na een verwarrende tocht door stille steegjes, geeft de Santa Maria dei Miracoli je de illusie dat je hem als eerste toerist hebt ontdekt.

De Santa Maria dei Miracoli, ontworpen door renaissance-architect Pietro Lombardo, is vooral bij de Venetianen zelf geliefd. Zij trouwen er graag. Vooral op zaterdag is de kans groot dat er een trouwpartij gaande is en de kerk gevuld is met echt Venetiaans leven.

De juwelendoos noemen de Venetianen het kerkje en vooral aan de grachtenkant is gemakkelijk te zien waarom. De Santa Maria dei Miracoli is nauwelijks meer dan een eenvoudige, met veel soorten marmer versierde doos met een halfrond dak als deksel die elk ogenblik lijkt te kunnen worden opengeklapt.

Ook de buurt rondom het kerkje is een prettige mengeling van toerisme en onverstoorbaar Venetiaans leven. Een van de weinige slagers van Venetië zit op het pleintje bij de kerk en elke zaterdag is hier een rommelmarkt. Twee straten en grachten verder is het Campo Santi Giovanni e Paolo oftewel Zanipoli. Ook hier, op een van de grootste pleinen van de stad, kun je de illusie koesteren dat je het ‘authentieke’ Venetië ziet.

Venetië 2: Dodenstad

Wie echte stilte wil in Venetië kan het best gaan naar het ommuurde eiland San Michele, de dodenstad tussen de noordkant van Venetië en het eiland Murano. Bij de halte San Michele stappen slechts een paar in het zwart gehulde weduwes en een doodenkele toerist van de vaporetto, de waterbus. Wie de poort doorgaat, is ze zo kwijt en kan alleen ronddwalen tussen de graven, kapelletjes en urnenmuren.

Na tien jaar worden de graven op San Michele geruimd. Maar beroemde doden mogen er eeuwig blijven liggen. Zoals de Britse schrijver Ezra Pound en de van oorsprong Russische componist Igor Strawinsky. Hij ligt er onder een eenvoudige platte steen op het orthodoxe deel van de begraafplaats, niet ver van het graf van Serge Diaghilev, de oprichter en leider van de Ballets Russes die hem zoveel opdrachten gaf.

Venetië 3: Hotel des Bains

Op het Lido di Venezia, het langgerekte eiland met een lengte van 12 kilometer, heerst in de zomermaanden het gewone Italiaanse vakantieleven. Weinig doet hier denken aan de rest van Venetië.

Er rijden ook auto’s op het Lido en anders dan de andere eilanden in en rondom Venetië heeft het Lido een strand. Het gaat hier om een echt Italiaans strand, dat wil zeggen: het bestaat grotendeels uit particuliere stukken zand die meestal horen bij hotels met zeezicht. Zoals het immense Hotel des Bains, waar filmregisseur Luchino Visconti grote delen van zijn film Death in Venice opnam. Voor het hotel staan honderden strandhokjes in slagorde opgesteld. Wie er als niet-hotelgast tussen gaat zitten, wordt vroeg of laat aangesproken door de strandwacht en verwezen naar het kleine, publieke strand verderop. Wandelen langs de branding naar bijvoorbeeld het immense Casino in Moorse stijl mag wel.

Venetië 4: Giudecca

Giudecca, met zijn prachtige uitzicht op de rest van Venetië, is voor lijders aan de toerisme-paradox: het is het minst bezochte eiland. Toch heeft het een grote attractie, de pal aan de kade gelegen Il Redentore, een van de twee belangrijkste kerken die de dit jaar 500 jaar geleden geboren renaissancearchitect Andrea Palladio in Venetië heeft gebouwd.

Van alle autoloze Venetiaanse eilanden benadert Giudecca nog het meest een echte stad waaraan altijd wordt gewerkt. Oude 19de-eeuwse fabrieken zijn opgeknapt en verbouwd tot appartementen. De kolossale Molino Stocky was tot voor kort een indrukwekkende neogotische ruïne, maar doet nu dienst als hotel, restaurant en appartementengebouw. Wat Hotel New York voor Rotterdam is, is de Molino voor Venetië.

Restaurants zijn er lang niet zo veel als op de andere Venetiaanse eilanden. Een hiervan, Trattoria Altanella in de duistere Calle delle Erbe, doet zeer ‘authentiek’ aan: al meer dan eeuw serveert dezelfde familie hier traditioneel Venetiaanse gerechten als lever met uien. Wie op het terras aan het water zijn Venetiaanse specialiteiten eet, moet vaststellen dat ook hier de familie Altanella tot de laatste der Mohikanen behoort. Achter de meeste luiken van de huizen is het stil en aardedonker: internet zal ook Giudecca niet redden.