De stilte is terug in mijn leven

Ramon Roelofs (40) is dj en treedt morgen op in de Brabanthallen in Den Bosch.

In 2004 gooide hij het roer om en begon hij muziek af te wisselen met zenmeditatie.

De stilte is terug in mijn leven. Ramon Roelofs Foto Mieke Meesen
De stilte is terug in mijn leven. Ramon Roelofs Foto Mieke Meesen Meesen, Mieke

Dinsdagochtend 10 uur. We hebben afgesproken in de studio van Ramon Roelofs (40) in Scheveningen. In de hal, vlak naast de entree, hangen vergeelde foto’s. Roelofs in een nachtclub, baseballcap achterstevoren, één arm om een meisje geslagen, de andere met gebalde vuist in de lucht. Foto’s uit de glorietijd. Samen met Theo Nabuurs scoorde hij in de jaren negentig hit na hit als dj duo Charly Lownoise en Mental Theo. In sporthallen en clubs kwamen duizenden jongeren samen en dansten op hun populaire happy hardcore, melodieuze house met smurfenstemmetjes, waarvan het tempo gemakkelijk 200 bpm (beats per minute) haalde. Het duo verkocht ruim drie miljoen platen met daarop nummers als Wonderful days (1995), Stars (1995) en Hardcore feelings (1996).

Maar waar de fans vroeger voor de studio rondhingen en de teddyberen zich voor de voordeur opstapelden is het nu opvallend rustig. Ramon Roelofs treft in stilte de laatste voorbereidingen voor het weekend. Hij verzamelt tracks, en maakt mapjes cd’s. Morgen draait hij voor het eerst in 18 jaar een dj-set van ruim zes uur, op Thrillogy in de Brabanthallen in Den Bosch.

U bent terug?

„Alweer twee jaar eigenlijk. Maar ik heb wel een afspraak met mezelf gemaakt: niet meer dan twee optredens in de maand. En dan het liefst op een festival. Daar draai je vaak overdag, lig ik ’s avonds lekker om elf uur in bed.”

Dat is dan wel even wat anders dan vroeger.

„In 1995, op ons hoogtepunt, deden Theo en ik 320 optredens per jaar. En dan heb ik het nog niet eens over de promotieactiviteiten. Hadden we vrijdagnacht twee optredens gehad, stonden we ’s ochtends om acht uur alweer te springen bij Telekids. Dat was belachelijk.”

Dat wilde u niet meer?

„Dat lukte niet meer. Eind 1997 ging het mis. Op 27 december draaiden Theo en ik in de Asta in Den Haag. Het was al het tweede optreden van die avond, een paar uur daarvoor stonden we in De Kers in Oerle. Halverwege de show klapte ik plotseling in elkaar. Knock out. Theo greep de microfoon, ‘er is iets mis met Charly’, riep hij naar het publiek. Het optreden werd stilgelegd, met z’n tweeën werden we in een ambulance naar het ziekenhuis gereden.”

Toen bent u gestopt?

„Dat was pas later. Ik heb eerst nog met andere dj’s samengewerkt, en veel in Duitsland gedraaid, waar de rave-feesten ook toen nog enorm populair waren. Tot een avond in het voorjaar van 2004. Ik draaide in Stuttgart en begreep het niet meer. Wat doen jullie hier – of sterker nog – wat doe ik hier? Mensen zochten me die avond ook op, merkten dat er iets was. Het lukte me niet meer om mijn rol te spelen. Het publiek op te zwepen. Niets is dan meer spontaan.”

Had dat niet gewoon te maken met de populariteit van happy hardcore? Het publiek wilde misschien wat anders.

„Dat zou kunnen. In de jaren negentig was happy hardcore helemaal hip. Daarna werd het snel minder, al is het nooit helemaal verdwenen. Nu kun je zelfs weer spreken van een revival. Misschien werd het eind jaren negentig te commercieel, en een beetje over de top. Met die vergabberde kinderliedjes en gekke Nederlandse teksten. Dan gaat de liefhebber zich ertegen af zetten.”

Die stond toen opeens voor paal in een Australian trainingspak.

„Ja, zo werkt dat. Wij hebben ons steentje er ook wel aan bijgedragen hoor. Door ook van die softe liedjes en clipjes te maken. Niet dat ik er spijt van heb trouwens. Het was het proces waarin we zaten, een leerproces. Het ging steeds meer over geld. Platenmaatschappijen die aan je trekken, alleen maar naar deadlines toewerken, de lol was ervan af. En toen ging het dus mis.”

Wat ging er mis?

„Ik was de balans volledig kwijt. Ik had zeker 15 jaar geleefd zonder stilte. Altijd herrie om me heen. En altijd maar jagen. Ik kon niet genieten en niets verwerken. De dood van mijn vader bijvoorbeeld, en van oma’s en opa’s. Ik had geen tijd om te rouwen. En geen tijd om de successen en mooie dingen van het leven volledig tot me door te laten dringen. Ik ben toen begonnen met zenmeditatie. Dat doe ik nu iedere dag twee keer 25 minuten. Ik word er vrolijk van. ’s Avonds helpt het om rustig te worden. Mijn hoofd is een soort taperecorder. Na een feest is het herrie daarbinnen. Al die sequencen van de muziek die ik heb gedraaid komen voorbij. Dus ook na een optreden kruip ik nog even op mijn meditatiekussen.”

Heeft een dj meer dan andere mensen behoefte aan stilte?

„Niet iedereen. Mij helpt het. Ik heb er ook totaal geen moeite mee om dagen achtereen stil te zijn. Een paar keer per jaar ga ik in retraite. Dan trek ik me met een groep terug in een klooster. Je zit tussen de monniken, en je volgt een programma met meditatiesessies. Dagenlang wordt er geen woord gesproken. Ja, tijdens het ontbijt, ‘mag ik de jam’, fluistert je buurman dan. Maar verder is het doodstil. Heel bijzonder.”

Dan staan de hardcore feesten heel ver van u af.

„Die passen óók bij mij. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik er in de jaren negentig niet aan moest denken zelf die feesten te bezoeken. Ik was al lang blij als ik vrij had. Ik droeg ook geen Nike Air Max en had stekels in plaats van een kale kop. Ik heb maar twee keer in mijn leven een half pilletje geslikt. Maar ik heb een enorme passie voor de muziek. Als ik sta te draaien kom ik in een flow, ook een soort meditatie. Dat is de parallel tussen mediteren en een housefeest. Voor de mensen die feesten bezoeken werkt dat ook zo. Je komt los uit het alledaagse, van je gedachten, van allerlei rottigheid. Dat is het doel van mijn muziek. En in het middelpunt van de belangstelling staan, dat vind ik misschien ook wel prettig.”

Is er veel veranderd?

„De generatie van nu staat voor veel meer open. Alle muziekstijlen nemen ze in zich op. Ze vinden het geen probleem om op hetzelfde feest te dansen op wat rustigere techhouse, zeg zo’n 136 bpm, daarna over te schakelen op jumpstyle of hardstyle en de avond af te sluiten met happy hardcore. Vroeger was dat ondenkbaar. De sfeer is ook relaxter nu. Geen malende kaken en van die bonkende bewegingen op het hoofd.”

En hoe gaat u zaterdag het festival in?

„Dan zijn er drie zalen, met drie dj’s. Iedereen draait zijn eigen stijl, voor zijn eigen volgelingen als het ware. Het laatste uurtje sta ik samen met Theo op de bühne. Dan gaat mijn pet achterstevoren, en komen alle oude hits voorbij. Iedereen vindt dat prachtig. Ze zingen alles mee. Ik krijg daar kippenvel van. Ja, dat raakt me best.”