Zorg voor twee euro per maand

Ontwikkelingshulp met een commercieel sausje, kan dat? Een innovatief project om Afrikanen aan een zorgverzekering te helpen lijkt succesvol, maar krijgt ook kritiek.

Het was destijds een baanbrekend initiatief: Nederlands ontwikkelingsgeld dat niet naar een regering werd overgemaakt, maar naar een commercieel bedrijf in de gezondheidszorg. Het gebeurde in Nigeria. Daar krijgt de plaatselijke zorgverzekeraar Hygeia sinds twee jaar rechtstreeks geld van een Nederlandse donor. De eerste geluiden zijn positief.

Hoe werkt het concept? De Nigeriaanse verzekeraar kan georganiseerde groepen arbeiders dankzij het donorgeld voor een klein bedrag (ongeveer twee euro per maand) voorzien van basiszorg, inclusief behandeling van AIDS. Daarnaast is de verzekeraar verantwoordelijk voor het verbeteren van de faciliteiten en de behandeling in de klinieken.

„Een dubbelslag”, zegt Onno Schellekens, directeur van Pharmaccess, de stichting die betrokken is bij het project. Pharmaccess is al sinds 2000 actief in Afrika op het gebied van aidsbestrijding en heeft twijfels of er op de oude manier wel genoeg structurele verbetering optreedt. Vloeit er bijvoorbeeld niet te veel geld in de zakken van corrupte Afrikaanse regimes? En is de hulp wel effectief genoeg?

De stichting besloot het anders aan te pakken. In samenwerking met kopstukken uit het bedrijfsleven, zoals ex-Aegon topman Kees Storm, Sjoerd van Keulen (SNS Reaal) en oud-PvdA-minister Margreeth de Boer werd het Health Insurance Fund opgericht. Dit fonds ontving in 2006 een bedrag van 100 miljoen euro van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking om in zes jaar tijd 230.000 arme Afrikanen te voorzien van een ziektekostenverzekering.

Nu, bijna twee jaar later, zijn 45.000 marktvrouwen en boeren in Nigeria voorzien van een verzekering. Onlangs kreeg het fonds groen licht om in Tanzania 70.000 koffieboeren en ontvangers van microkredieten te verzekeren. Op termijn wil het fonds zich verder verspreiden over het continent.

„Het gaat beter dan verwacht”, zegt ook minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA). „Dit is een goed voorbeeld van een brede coalitie van publieke en private instellingen. Ik ben een fan van dit project.”

Hij is niet de enige supporter: donderdag werd bekend dat de Wereldbank zes miljoen dollar ter beschikking stelt om het project in Nigeria uit te breiden.

Maar niet iedereen is gelukkig met het initiatief. Het nieuwe fonds brak immers met de werkwijze van traditionele ontwikkelingsorganisaties als Oxfam Novib, die de gezondheidszorg in derdewereldlanden van oudsher via de publieke sector proberen te verbeteren. Harrie Oostingh, van Oxfam Novib, zet vraagtekens bij een belangrijke pijler onder het concept: verzekerden moeten, eventueel met hulp van de Afrikaanse overheid, op termijn zelf de kosten van de verzekering gaan dragen.

Als Afrikanen zien dat het systeem werkt, zo is de gedachte, zijn ze bereid om meer bij te dragen dan de 5% die ze nu van de maandelijkse premie moeten betalen. „Onrealistisch”, zegt Oostingh. „Ik geloof niet dat mensen die premie straks zelf gaan betalen.”

Daarnaast heeft Oxfam Novib een fundamenteel probleem met het feit dat de verzekering niet voor iedereen toegankelijk is. Volgens Oostingh sluit het Health Insurance Fund mensen uit door zich te richten op kleine groepen arbeiders, zoals marktvrouwen in de Nigeriaanse stad Lagos.

Schellekens erkent het probleem van deelpopulaties: „Daar hebben ze gelijk in. Dat is de keerzijde van de medaille.” Een nadeel dat volgens hem onvermijdelijk is. „In ideale omstandigheden is publieke gezondheidszorg het eerlijkst. Maar de publieke sector faalt. Arme mensen betalen nu juist heel veel uit eigen zak . Als de publieke sector het niet kan, dan moet je wel privaat gaan.”

Volgens de initiatiefnemers van het Health Insurance Fund is het daarom nuttiger om te focussen op goede gezondheidszorg voor groepen werkenden met een laag inkomen en hun families en dit langzaam uit te breiden. „We werken nu aan de medische infrastructuur”, zegt Schellekens. Misschien dat het concept dan ooit landelijk ingevoerd kan worden. „Dan hebben we een groot deel van mijn droom gerealiseerd”, zegt oud Aegon-topman Kees Storm.

En het feit dat commerciële verzekeraars winst maken op Nederlands belastinggeld? Schellekens: „Als wij de gezondheidszorg in Nederland laten uitvoeren door verzekeraars, dan zeggen we toch ook niet dat het voor niks moet? Die mensen moeten gewoon betaald worden voor hun werk. Bovendien zijn de marges erg klein.”

Een liberale vorm van ontwikkelingssamenwerking dus? „Het is een even solidaire als liberale gedachte. Eerst moet het geld verdiend worden voordat je het kan verdelen.”