Zijn er ook dieren homo?

Tijdens een discussie met vrienden over homoseksualiteit vroeg Maartje Goosen uit Tilburg zich af hoe het er in het dierenrijk aan toe gaat. Komt voorkeur voor dezelfde sekse ook bij dieren voor?

Het antwoord is ja, en wel bij 450 verschillende diersoorten wereldwijd, volgens Bruce Bagemihl, auteur van het beroemde boek Biological Exuberance, Animal Homosexuality and Natural Diversity (1999).

Ook bioloog Charlotte Vermeulen van Artis bestudeert homoseksueel gedrag bij dieren. Eigenlijk kent Vermeulen geen diersoort waarbij het níét voorkomt, zegt ze. De voorbeelden zijn talrijk. Neem de wereldberoemde Friese fokstier Sunny Boy die ruim twee miljoen spermarietjes produceerde. „Sunny Boy kon alleen maar ‘aan de slag’ als er een andere stier in de buurt was.”

Ook leeuwen en giraffen vertonen homoseksueel gedrag, volgens Vermeulen. „Leeuwen kunnen hun lusten botvieren op andere mannetjes als zij op dat moment geen harem van vrouwen om zich heen hebben, en onderzoekers namen in het wild meer paringen waar van homoseksuele giraffen, dan van heteroseksuele stelletjes.”

Bij bepaalde diersoorten zoals ganzen, zwanen en pinguïns, is een partner voor het leven heel gebruikelijk. „Als zij op jonge leeftijd een partner van dezelfde sekse kiezen, wat geregeld voorkomt, dan blijven zij hun hele leven samen. Er komt ook een moment dat deze paartjes jongen willen.”

Zo koesterden twee verliefde flamingomannetjes in Diergaarde Blijdorp een paar jaar geleden een kinderwens. Omdat er maar geen eieren kwamen, gingen de heren eieren stelen bij soortgenoten, vertelt Vermeulen. „En dat leidde uiteraard tot veel commotie binnen de flamingogroep.”

Artis kwam met de oplossing door een flamingo-ei uit de broedmachine aan Blijdorp te schenken. De twee vaders hebben het jong goed verzorgd. Vermeulen: „Soms zijn stelletjes van dezelfde sekse betere ouders. In Australië had een stel homozwanen eieren gevonden en zij besloten de jongen samen op te voeden. Omdat mannetjeszwanen erg territoriaal zijn ingesteld, hadden de kleintjes met twee vaders een grotere overlevingskans.”

Antonie van Campen