Zelfs witte racisten stemmen nu op Barack

Een ongekend aantal blanke kiezers wil gaan stemmen op een zwarte kandidaat.

Voor het eerst is ras geen doorslaggevende factor in de Amerikaanse politiek.

(Illustratie Petar Pismestrovic)
(Illustratie Petar Pismestrovic) Pismestrovic, Petar

Zo nu en dan laat een eenvoudig verhaal zien waarom de aanstaande Amerikaanse presidentsverkiezingen deze keer anders zijn dan gebruikelijk. Hier volgt de tekst van een e-mailtje van een week geleden, waarin wordt beschreven wat iemand ervoer die vroeg ging stemmen, zoals veel Amerikanen doen.

In het bericht stond: „Voor mij deed het ontroerendste moment zich voor toen de familie vóór mij ging stemmen. Die familie bestond waarschijnlijk uit vier generaties kiezers, onder wie een 18-jarige vrouw die voor het eerst ging stemmen en een kromgebogen grootmoeder van over de negentig. Toen de oude vrouw het stemhokje verliet, stortte ze op weg naar de uitgang ineen in een stoel, waarna ze onbedaarlijk begon te huilen. Toen we ons haastten om haar te troosten, beseften we dat ze helemaal niet verdrietig was, maar tot het moment waarop ze uit het stemhokje kwam niet had kunnen geloven dat ze oud genoeg zou worden om te kunnen stemmen op een Afro-Amerikaanse presidentskandidaat.”

Het is veelzeggend dat ze dit pas na het uitbrengen van haar stem in alle hevigheid voelde. Zo werkt de geschiedenis nu eenmaal. Pas na gedane zaken dringt de betekenis ervan tot je door. Misschien is het opmerkelijkste aspect van deze lange verkiezingscampagne wel dat de raciale polarisatie, die iedereen vreesde en verwachtte, zich slechts marginaal heeft voorgedaan.

Ja, er lijken een paar oudere blanke kiezers te zijn in de Appalachen en andere uithoeken van het land, die gewoon niet op een zwarte willen stemmen. Maar tenzij ons op 4 november een dramatische schok te wachten staat, is de bredere waarheid dat grote aantallen blanke Amerikanen wél bereid zijn op een zwarte kandidaat te stemmen. En aan het begin van de voorverkiezingen hadden grote aantallen zwarte Amerikanen er geen enkele moeite mee op een blanke vrouw te stemmen.

Nog interessanter is dat uit de opiniepeilingen een overweldigende steun van de Latijns-Amerikaanse en Aziatische gemeenschappen blijkt voor een zwarte kandidaat, waardoor de vrees ongedaan is gemaakt dat er een raciale dynamiek zou gaan meespelen.

Wat het fenomeen Barack Obama aan de oppervlakte heeft gebracht – en volgens mij ook heeft versneld – is dat de ‘politiek-correcte’, op raciale identiteit gebaseerde politiek van de jaren negentig over zijn hoogtepunt heen is. Dat wil niet zeggen dat er geen racisme (meer) bestaat. Dat is er nog steeds – en op diverse bijeenkomsten voor de Republikeinse kandidaten John McCain en Sarah Palin is sprake geweest van een paar lelijke incidenten en enige gemene retoriek. Maar zelfs op de plaatsen waar het (nog) bestaat, heeft het politiek niet de doorslag gegeven.

Uit een peiling van AP/Yahoo! in september blijkt dat eenderde van de blanke Democraten in een aantal opzichten vooroordelen koestert jegens Afro-Amerikanen, maar dat zelfs 58 procent van de racisten niettemin op Obama zegt te zullen stemmen. Veel niet-racisten kunnen op de onwaarschijnlijkste plekken worden aangetroffen. Mijn favoriete uitspraak van deze verkiezingen is afkomstig van Steve Nagy, een gepensioneerde mijnwerker uit West-Virginia, op National Public Radio: „Ik ben 84 jaar. Ik heb veel goede kleurlingen gekend. Ze konden mij niet deren. Zij waren goed voor mij en ik was goed voor hen. Dat is alles wat ik te zeggen heb.” Hij stemt op Obama.

De hele kandidatuur van Obama – en zijn buitengewoon onwaarschijnlijke opkomst – is met dit waagstuk begonnen. Niemand wist of het zou werken. Misschien herinnert u zich nog dat Obama nog maar een jaar geleden de underdog was. Op dat moment vroegen nerveuze donoren zich af waarom hij niet in staat was een voorsprong van Hillary Clinton van 20 tot 30 procent om te buigen. Bovendien had hij de postracistische trend tegen: zwarte kiezers prefereerden een blanke vrouw boven een zwarte man met een rare naam.

Obama gokte erop dat Iowa zou uitwijzen dat deze twijfelaars het bij het verkeerde eind hadden. Waarom? Iowa is bijna helemaal blank. Als Obama zou kunnen winnen in het lelieblanke Iowa, zou hij aantonen dat een zwarte man president kan worden van een in meerderheid blank land, dat deels gegrondvest is op de slavernij. Hij won.

Wat opmerkelijk is, is dat Obama iedere rechtstreekse verwijzing naar zijn raciale identiteit heeft vermeden. Dat is in zijn belang, en zit ook diep geworteld in zijn wezen, maar het heeft ook verhinderd dat anderen hem in de ‘zwarte’ hoek konden duwen.

De enige keer dat het raciale thema deze verkiezingen dreigde te gaan beheersen, was toen de affaire rond dominee Jeremiah Wright dit voorjaar tot uitbarsting kwam. Obama werd door de media zo hard mogelijk in de raciale hoek gedrukt. De Clintons en de critici van Obama konden met enig recht betogen dat deze affaire draaide om de meningen van zijn voormalige mentor en niet om rassenaangelegenheden.

Toch ging het daar in de beeldvorming wel degelijk over, en er was veel overtuigingskracht van Obama voor nodig om de lont uit het kruitvat te trekken. Dat is hem gelukt met een toespraak die in het geheugen zal beklijven, ongeacht de uitslag op 4 november. En het is hem deze week nog een keer gelukt met zijn mogelijk laatste bezoek aan zijn zieke blanke grootmoeder op Hawaï.

Alles wat we met zekerheid kunnen vaststellen, is dat we de politieke correctheid van de jaren negentig achter ons hebben gelaten. Het is een lange weg geweest van de kandidatuur van Jesse Jackson in 1988 tot die van Obama twintig jaar later. In veel opzichten kan de campagne van Obama door de geschiedenis worden geduid als het moment waarop links een streep heeft gezet onder de raciale politiek die links sinds de jaren zeventig heeft gegijzeld. Geen wonder dat veel conservatieven stilletjes onder de indruk zijn.

Uiteindelijk worden verkiezingen beslecht door een combinatie van boodschap en kandidaat. De boodschap van Obama was er een van duidelijke verandering, en zijn aantrekkingskracht was gelegen in een poging om grenzen te doorbreken, of het nu om ras, geslacht of geografie ging. De boodschap van McCain was niet helder genoeg en oefende uiteindelijk slechts aantrekkingskracht uit op mensen zoals hijzelf en zijn running mate. Als Obama wint en McCain verliest, zal de identiteitspolitiek van zowel links als rechts zijn verslagen en zullen de jaren negentig nóg verder weg lijken.

Dat is een van de weinige redenen waarom deze conservatief enthousiast is over Obama.

Andrew Sullivan is een Britse journalist, woonachtig in de Verenigde Staten.