Zeg Pipo, ik hoor die iPod van je

De NS doet veel te weinig aan geluidsoverlast van iPods in treinen, terwijl het een grote bron van ergernis is.

Maar treinreizigers, kom zelf in actie!

(Illustratie Daisy Erades)
(Illustratie Daisy Erades) Erades, Daisy

Terwijl ik het station uitloop, tikt een onbekende man mij op de schouder. ‘Het klinkt misschien wat vreemd, maar ik wil me even bij u verontschuldigen’, zegt hij wat beschaamd. ‘Ik ben net blijven zitten, maar bedacht me achteraf dat ik naast u had moeten gaan staan.’

Tijdens m’n reis kreeg ik namelijk in een volle coupé een stevige scheldkanonnade over me heen en deze man was kennelijk een van de vele getuigen. Een jongen van een jaar of twintig vertelde me op hoge toon dat-ie me helemaal dood ging maken en dat hij daarbij mijn kop van mijn lijf zou hakken. Hij kwam nogal dreigend in mijn richting, maar geen van de medepassagiers reageerde.

Wat was de aanleiding voor deze ontsporing? Tot twee keer toe had ik hem vriendelijk, maar dringend verzocht het volume van z’n iPod lager te zetten. Alleen die vraag al maakte hem razend van woede.

Het voorval vormt vooralsnog het emotionele dieptepunt in het verzet dat ik sinds een half jaar pleeg tegen de toenemende geluidsoverlast in treincoupés door iPods en andere geluidsdragers. Steeds vaker luisteren reizigers bovendien hun muziek zonder dopjes in hun oor te pluggen en laten ze de hele coupé meegenieten.

Natuurlijk word je als voetganger of fietser ook steeds vaker geconfronteerd met passerende auto’s die zijn uitgerust als jukebox. Maar die overlast is meestentijds van voorbijgaande aard. In de trein moet je maar afwachten wanneer de herrie uitstapt. En tot die tijd accepteren dat iedereen het recht heeft z’n eigen sfeer om zich heen te creëren, zonder rekening te houden met anderen.

En daar heb ik geen zin meer in. Wie mij ongevraagd laat meeluisteren, krijgt het dringende verzoek om het volume te temperen. Zo’n vraag levert helaas zelden direct het gewenste effect op. Uit ervaring kan ik de volgende conclusies trekken: een deel van de aangesprokenen reageert uiterst knorrig, dempt het geluid voor een paar minuten, waarna de overlast weer toeneemt. Een kleiner deel zegt dat ik me nergens mee moet bemoeien of reageert onmiddellijk agressief en stuurt me naar de stiltecoupé, die kennelijk het alibi is om overal elders in de trein net zoveel geluid te maken als je wilt. Maar soms, jawel, herstelt zich de aangename rust die reizen zo prettig kan maken.

Natuurlijk, ook het volstrekt onnodige veel te luid praten tegen de mobiele telefoon of tegen een reisgenoot is hinderlijk. Maar muziek – waarvan je meestal alleen de bastonen binnenkrijgt – roept meer irritatie op. Het is als sigarettenrook die om je hoofd en in je kleding hangt en waarvan je je voortdurend bewust blijft.

Overigens: de advocatuur kan zich vast gaan warmlopen. Het zal niet lang meer duren voor ze namens de eerste ‘nieuwe doven’ schadevergoeding gaan eisen bij Sony, Philips en Apple, of ziektekostenverzekeraars aanklagen die gehoortoestellen uit het vergoedingenpakket halen als er sprake is van ‘eigen schuld’.

Een paar maanden geleden heb ik de NS gevraagd of het bedrijf zich wel bewust is van de sterk verslechterde atmosfeer in hun treinen door de geluidsoverlast. Ik deed de suggestie voor een campagne om reizigers nog eens duidelijk te maken wat de (huis-)regels zijn. Dan kunnen conducteurs hun gasten daar wat makkelijker op aanspreken – wat nu zelden of nooit gebeurt. Ik kreeg het obligate bedankje voor mijn brief, het idee zou worden doorgegeven aan de betreffende afdeling. Daarna bleef het stil. Althans: van de zijde van de Nederlandse Spoorwegen. In de treinen zelf neemt het geluid alleen maar toe. Maar kennelijk voelt NS niets voor een actie waarbij impliciet aan de orde komt dat het momenteel niet zo prettig toeven is op het spoor.

Dus rest ons reizigers geen andere mogelijkheid dan het probleem zelf aan te pakken. Opstaan en vragen of het allemaal wat zachter kan. Ons niet laten verbannen naar aparte coupés. Niet moedeloos worden als na het eerste of tweede verzoekje het geboenk tóch weer begint. En heus: zo’n woedeaanval als ik laatst over me heen kreeg is echt een uitzondering. Bovendien weten we nu dat we bij een volgende gelegenheid kunnen rekenen op de steun van medepassagiers.

Cors van den Brink (56) is treinreiziger.