Staken tegen de bobo's in het onderwijs

Deze week staken leraren in het middelbaar onderwijs voor een lagere werkdruk.

Ze ageren tegen bestuurders als Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad.

In de Brabanthallen in Den Bosch kwamen gisteren ongeveer duizend stakende leraren bijeen. (Foto Rien Zilvold) den bosch aktie bijeenkomst onderwijs personeel foto rien zilvold
In de Brabanthallen in Den Bosch kwamen gisteren ongeveer duizend stakende leraren bijeen. (Foto Rien Zilvold) den bosch aktie bijeenkomst onderwijs personeel foto rien zilvold Zilvold, Rien

Leraren en schoolbesturen staan tegenover elkaar. Gisteren zijn leraren begonnen aan een estafettestaking om een cao-conflict uit te vechten met hun werkgevers, verenigd in de VO-raad.

De VO-raad is een vereniging met schoolbesturen als leden. Het bestuur wordt geleid door Sjoerd Slagter (61), en in de publieke opinie komen de VO-Raad, én Slagter persoonlijk, er meestal niet zo gunstig van af. Vooral columniste Aleid Truijens van de Volkskrant en de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) hebben zich ontpopt als scherpe critici.

Volgens Truijens is Slagter een propagandist van het nieuwe leren en moeten leraren worden beschermd tegen „onderwijsbobo’s als Sjoerd Slagter”. De Bonners, zoals ze zich noemen, laten op hun website vaak geen spaan heel van Slagter. Hij is voor hen de verpersoonlijking van alles wat er mis is met het onderwijs, bijvoorbeeld het ‘virus’ van het nieuwe leren en de ‘zelfverrijking’ van managers.

Kritiek was er ook vanuit de Tweede Kamer, bijvoorbeeld toen staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) een jaar geleden exclusief met de VO-raad onderhandelde over een Kwaliteitsagenda voortgezet onderwijs. Volgens een aantal partijen werden andere organisaties, zoals de vakbonden, hierdoor buitengesloten. Toen Slagter vervolgens in die Kwaliteitsagenda een lichte versoepeling van de gehate lesurennorm met Van Bijsterveldt had afgesproken, was het heibel bij zijn eigen achterban. De versoepeling ging volgens veel scholen niet ver genoeg.

Zo zijn er meer momenten geweest waarop Slagter en zijn VO-raad kritiek over zich afriepen. Het pikantste voorbeeld was de aankondiging van een nieuwe ‘beloningsleidraad’ voor schoolbestuurders, in mei van dit jaar. De Algemene Onderwijsbond (AOb) berekende gauw dat deze leidraad voor sommige bestuurders een loonsverhoging van 37 procent zou betekenen, in een tijd waarin minister Plasterk geld sprokkelt voor verhoging van de lerarensalarissen. Zowel de Tweede Kamer als staatssecretaris Van Bijsterveldt keerde zich tegen de loonsverhoging.

De VO-raad noemt zichzelf de ‘sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs’. Maar dat klopt niet, zegt voorzitter Walter Dresscher van de AOb. „Het zou betekenen dat ze ook leraren, leerlingen en ouders vertegenwoordigen. Dat doen ze niet. De VO-raad behartigt de belangen van schoolbesturen.”

Zo worden bijvoorbeeld schoolleiders en schoolbestuurders vaak over één kam geschoren. Dan heten ze ‘managers’ en deugen ze niet. Maar er is een verschil tussen de twee groepen. Een schoolleider staat aan het hoofd van een individuele school. Zo’n school valt vaak, samen met andere scholen, onder één bestuur. Het bestuur is het ‘bevoegd gezag’, de instantie waar het geld van de overheid naartoe gaat. De schoolleiders zijn dus afhankelijk van de beslissingen van hun bestuur.

Het echte probleem, zegt bestuurslid Presley Bergen van BON, zit dus bij de besturen. „Zij hebben de rol van het ministerie van Onderwijs overgenomen. Ze zijn volledig autonoom, mogen zelf weten wat ze met hun geld doen. Ze hebben een bedrijfsbelang, geen onderwijsbelang.” Het „ergste van allemaal”, zegt Bergen, is dat de schoolbesturen „leerstijlen opdringen”.

Volgens Bergen speelt ook Sjoerd Slagter hier een merkwaardige rol. De baas van de VO-raad heeft in het vorig jaar verschenen boek Van wie is het onderwijs? gezegd dat leerlingen zelf hun kennis construeren en dat leraren „makelaars” zijn voor het „reservoir aan kennisopties”. Het „nieuwe leren” dus, zegt Bergen.

(Oud-)schoolbestuurders noemen het „onzin” dat zij de didactiek bepalen. Rob Kraakman, net weg als voorzitter van Ons Middelbaar Onderwijs (OMO), met 45 scholen het grootste schoolbestuur van Nederland: „Binnen OMO bepaalt elke school zelf hoe er wordt lesgegeven.” Dat Slagter zelf het evangelie van het nieuwe leren zou verkondigen, herkent Kraakman „totaal niet”.

Zo zijn er meer kritiekpunten die de bestuurders met kracht willen weerleggen. Managers die zichzelf verrijken? Voorzitter Romain Rijk van het college van bestuur van de Stichting Carmelcollege: „Het is je reinste flauwekul dat onze salarissen met 37 procent zouden stijgen. Ik zit zelf in schaal 18, ik verdien 110.000 euro bruto. In de nieuwe situatie, die nog niet eens geldt, zouden we niet meer onder de cao vallen. In ruil voor bijvoorbeeld vakantiedagen zouden we iets meer gaan verdienen.” Dan is het nog altijd aan de raad van toezicht om daarover te beslissen, zegt Rijk.

Slagter is „een typische CDA-bestuurder”, zeggen mensen in zijn omgeving. Hardwerkend, integer, sober. Diverse mensen noemen Slagters oog voor andere belangen. Slagter organiseert zelf „tegenspraak”, zegt schoolbestuurder Rijk, onder meer door een interne ledenraad de vrije hand te geven om kritische feedback te ventileren. Bovendien beschikt de VO-raad sinds kort over een maatschappelijke raad, met leden als Alexander Rinnooy Kan en Agnes Jongerius. Zij moeten de schoolbestuurders adviseren over wat Slagter zijn „grootste ambitie” noemt, de verbinding leggen tussen scholen en de maatschappij.

Maar nu is het dus vooral het cao-conflict waarmee Slagter te maken heeft. Dat onderwerp heeft hij „niet goed aangepakt”, zegt Walter Dresscher. Beide partijen wijten de controverse aan de ander. Over de cao wordt voorlopig niet onderhandeld. Eerst acties. De werkgevers in het voortgezet onderwijs moeten orde op zaken stellen, vindt Dresscher. „Het is niet mijn eerste keus, maar anders gaan we maar weer met individuele schoolbesturen onderhandelen, net als vroeger. De VO-raad heeft geen alleenrecht op de onderhandelingen.”

Slagter noemt de staking „onrechtmatig”, omdat de rechter de VO-raad gelijk heeft gegeven. „Het zijn juist de bonden, de verliezers van het kort geding, die aan zet zijn.”