Schadeclaims slachtoffers niet helemaal kansloos

De Chinese schadeclaims tegen het zuivelbedrijf Sanlu zijn niet kansloos. Maar makkelijk wordt het niet voor de slachtoffers van de melamineaffaire in China.

Aernout Bouwman-Sie

De ouders van Kaixuan hebben van hun verdriet een juridische strijd gemaakt. Hun baby van zes maanden oud stierf op 1 mei dit jaar. Kaixuan had met melamine vergiftigde babymelk gedronken en kreeg daardoor zoveel nierstenen dat geen dokter er meer iets aan kon doen. De Familie Yi is naar de rechter gestapt en eist een schadevergoeding van omgerekend 113.000 euro van Sanlu Groep, een van China’s grootste zuivelbedrijven en producent van de babymelk die Kaixuan fataal werd.

De zaak van de familie Yi is niet uniek. In Guangzhou heeft Zhang Xiuwen, een arbeidsmigrant uit de provincie Guangdong, een schadeclaim ingediend van 98.000 euro. Zijn zoon van elf maanden overleed net als Kaixuan aan nierstenen na het drinken van met melamine vergiftigde melk. En een familie in de provincie Henan heeft een schadeclaim van 16.000 euro bij de rechter neergelegd die de onkosten moet vergoeden die gemaakt zijn nadat hun kind van veertien maanden ziek werd van Sanlu-melk. Volgens de laatste berichten ligt de baby nog steeds in het ziekenhuis.

Bij de rechter schadeclaims indienen, is in China niet nieuw meer. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook al na de aardbeving in Sichuan. Ouders van de kinderen die onder de duizenden ingestorte scholen om het leven kwamen, hebben in de westelijk gelegen provincie geprobeerd om lokale bestuurders via de rechter ter verantwoording te roepen.

Maar gemakkelijk werd het hen daarbij niet gemaakt. Advocaten die er mee aan de slag gingen, zijn onder druk gezet. En ouders werden min of meer gedwongen om akkoord te gaan met de schadevergoedingsregeling die de staat na de aardbeving speciaal voor de getroffen ouders in het leven riep; 6000 euro plus een extra royale pensioenregeling.

Toch gaan de lokale bestuurders die verantwoordelijk waren voor de slechte schoolgebouwen in Sichuan, volgens sinoloog en jurist Benjamin van Rooij van de Universiteit Leiden niet vrijuit. „De staat rekent zelf met hen af door ze uit hun functie te zetten en andere straffen op te leggen.”

Chinese burgers die probeerden hun recht te halen in milieuzaken, hebben wel enig succes geboekt. Een bekendste zaak is die van het dorp Xiping, in de provincie Fuzhou, tegen het Chinese chemieconcern Rongping. De rechter veroordeelde het concern tot het betalen van 63.000 euro. Rongping bouwde in 1994, aangetrokken door goedkope elektriciteit van een nabijgelegen waterkrachtcentrale, een chloorfabriek bij het dorpje.

De tweeduizend inwoners van Xiping kregen door de ongezuiverde lozing van afvalwater van de fabriek op de Xiping-rivier last van hoofdpijn, overgeven, geïrriteerde huid, tranende ogen en haaruitval. Bovendien daalde de lokale rijstproductie dramatisch omdat de landbouwgrond rond het dorp totaal vervuild raakte.

Volgens Van Rooij dankt Xiping zijn schadevergoeding aan de Chinese juridische hulporganisatie het ‘Centrum voor rechtsbijstand voor slachtoffers van vervuiling in China’ (CLAPV). De organisatie, die staat geregistreerd bij het Chinese ministerie van Justitie, put voor zijn juridische kennis uit de topinstituten van China, waaronder de Universiteit van Peking en de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen. De hoogleraren van deze instituten stellen gratis hun kennis ter beschikking. De dorpsbewoners van Xiping kregen pas een schadevergoeding, nadat het CLPV namens 1.721 dorpsbewoners een procedure aanspande.

Advocaten in China onderzoeken nu of er ook voor de slachtoffers van de melamine-affaire gezamenlijke procedures aangespannen kunnen worden. Zo liet Teng Biao, die door zijn relatie met de mensenrechtenactivist Hu Jia ook in het buitenland enige bekendheid geniet, onlangs weten materiaal te verzamelen voor een mogelijke collectieve rechtszaak. Teng realiseert zich daarbij dat het niet gemakkelijk zal worden. „Sanlu beschermen, is de staat beschermen. Een crisis als deze raakt niet alleen Sanlu, maar ook vele overheidsbestuurders van lokaal en nationaal niveau”, stelde hij onlangs tegenover de The Herald Tribune.

De kracht van collectieve juridische procedures heeft niet alleen de aandacht getrokken van Chinese advocaten en protestgroepen. Ook het Opperste Volksgerecht in China is wakker geschrokken. Om de procedures te voorkomen, hebben lokale rechtbanken nu van de Hoge Raad de mogelijkheid gekregen om dergelijke zaken te weigeren. En de Chinese Orde van Advocaten heeft er bij zijn leden op aangedrongen om in het vervolg geen zaken meer aan te nemen waarbij meer dan tien mensen betrokken zijn.

„De discussie in China gaat eigenlijk twee kanten op”, zegt Van Rooij. „Aan de ene kant proberen bestuurders uit gewoonte misstanden zo veel mogelijk onder het tapijt te vegen. Aan de andere kant worden pogingen ondernomen om ontevreden burgers zo veel mogelijk het juridische systeem in te leiden uit angst voor ongeregeldheden.”

Volgens Van Rooij is het daarbij voor China de uitdaging om het rechtssysteem van politieke invloed te zuiveren. En dat is niet eenvoudig. Zo worden rechters betaald door het lokale bestuur en staan ze aanhoudend onder druk van de staat. Hierdoor kunnen zij, zeker in geschillen waar de staat of haar bedrijven bij betrokken zijn, zich moeilijk onpartijdig opstellen.

Toch moet volgens Van Rooij juist daar de oplossing worden gezocht. „In de huidige context krijgt iedere procedure direct een politieke lading. Dat wordt een stuk minder als er een effectieve en onpartijdige geschillenbeslechting is.”