Patiënt niet terugsturen

Het monstertje Schimpie spoort namens een farmaceutisch bedrijf mensen met kalknagels aan naar de huisarts te stappen. Binnenkort mag het bedrijf misschien gewoon reclame voor zijn geneesmiddel maken, want de Europese Commissie wil de farmaceutische industrie toestaan patiënten direct te informeren over receptgeneesmiddelen. Dat is nu nog verboden.

Vorige week werd bekend dat de Commissie zijn voorstellen heeft uitgesteld. De plannen zijn omstreden, omdat gezondheidsorganisaties bang zijn dat de geneesmiddelenindustrie reclameachtige informatie gaat verstrekken. Volgens Michel Dutrée, directeur van de Nederlandse branchevereniging voor de farmaceutische industrie, valt dat mee.

Wie controleert straks of de informatie van de farmaceutische industrie klopt?

„Voor de duidelijkheid: wij zitten niet te wachten op reclamepraktijken zoals geneesmiddelenfabrikanten die er in de Verenigde Staten op nahouden. We gaan geen contact met patiënten opnemen om hen middelen aan te praten. Wel willen patiënten de laatste jaren steeds meer informatie over hun medicijnen. Daarvoor nemen ze contact op met arts of apotheek, maar ook steeds vaker met de producent van de geneesmiddelen. Wij moeten ze altijd terugsturen naar de arts. Het zou veel handiger zijn als wij hen direct kunnen informeren.”

Is informatie van farmaceuten objectief? Zij willen hun product verkopen.

„Die gedachte is precies waarop in 2002 dezelfde soort voorstellen in Brussel stukliepen. Wij willen iets anders. Samen met gezondheidsorganisaties en overheid zijn we op zoek naar een samenwerking. Informatie die patiënten niet serieus nemen, omdat ‘het toch van de fabrikant zelf is’, daar heeft onze industrie ook geen enkele baat bij.”

Waarbij dan wel?

„We zijn bezig te onderzoeken hoe we gezamenlijke voorlichting kunnen opzetten, met overheid, gezondheidsinstanties en farmacie. In Nederland wordt dat geen probleem, de farmaceutische industrie heeft goed contact met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. In veel Europese landen is dat nog niet zo.”