Oplossingen genoeg, nu nog luisteren

Maurice de Hond was zorgelijk over de toekomst. Vanwege de kredietcrisis en vanwege de politieke onmacht en vanwege van alles, terwijl hij toch, zo zei hij tegen Matthijs van Nieuwkerk in De wereld draait door, een optimistisch mens is. Zodat we werden uitgenodigd om hem éxtra serieus te nemen: als een optimist als De Hond al pessimistisch is, waar gaat het dan heen?

Want de kredietcrisis woedt voort natuurlijk en de energiecrisis en de klimaatcrisis gaan ook gewoon door.

De laatste worden zelfs nog behoorlijk verergerd, hoorde ik op Netwerk, door onze houtkachels. Dat zijn zeer vervuilende grapjes, houtkachels. Nu leek het inderdaad alsof de wat astmatische heer die naast een geduchte houtkachelstoker woonde niet veel te lachen had, zijn hele huis zat vol houtkacheluitlaatgas en hij sliep soms in de badkamer, op een plank, van ellende.

Hebben we ‘ns iets gezelligs en duurzaams en natuurlijks, is het weer fout. Maar het kan goed, zei een fabrikant van ‘moderne’ houtkachels, die een soort filter hebben waardoor de verbranding wordt opgejaagd en je veel minder roet naar buiten blaast. En behalve zijn filtersysteem, zei hij er eerlijk bij, scheelt het ook wat voor hout de mensen gebruiken. Het hout moet droog zijn en liefst afkomstig van berk, beuk of eik. Dus geen natte zieke kastanjes in de kachel doen.

De energiecrisis valt dan weer mee, toch, zo hoorden we daarna in Tegenlicht. Ik schrijf aldoor ‘horen’ want je zit wel te kijken, maar je krijgt niet altijd veel te zien. Bij Tegenlicht zaten vier heren en een gespreksleider om de tafel en dat is duidelijk te veel. Het voegt niet veel toe om meer dan twee mannen onder leiding te laten praten, ook al kijken ze allemaal vanuit een andere invalshoek. Want wat die mannen gaan doen – het blijven mannen – is zeggen dat hun eigen projecten zo goed zijn en zij zelf ook, en verder gaan ze lekker onder elkaar in jargon praten waardoor je als kijker al spoedig geen idee meer hebt waarover ze het eigenlijk hebben. Daarbij spraken enkele van de heren, zoals oud-staatssecretaris Willem Vermeend en Ad van Wijk van Econcern, bijzonder onduidelijk, zodat je weliswaar zag dat ze kennis van zaken hadden, maar die kennis zat als het ware nog als een goudader in een klomp steen.

Om het geheel toch levendig temaken om naar te kijken was er met licht gewerkt. De heren werden om de beurt in het zonnetje gezet – het ging onder meer over zonne-energie – waardoor je thuis al bijna werd verblind en ook verder leek er allerlei ‘klimaat’ te worden nagebootst rond een soort aardbol.

Enfin. Los van deze handicaps kwam één boodschap toch heel duidelijk over het voetlicht: er is energie genoeg. Ze zeiden het allemaal en een Duitse goeroe zei het ook nog: energie genoeg. Er is, zo zei de Econcernman, geen energieprobleem, er is een opslagprobleem. Zoiets als energie verkopen aan een kas, daar lachten deze mannen om. Een kas lévert energie, een kas heeft ’s zomers te veel warmte, die zet de ramen open! Dat is gewoon onzin, die warmte slaan we op. We slaan voortaan van alles op en we laden onze elektrische auto’s thuis op in het stopcontact zei Wubbo Ockels en dan komt het allemaal goed.

Want dat was het leuke van deze heren: ze waren daadkrachtig, inventief, oplossingsgericht. Laat die maar schuiven. Veel leukere mannen dan de bankiers die we de laatste tijd zoveel mompelend op het scherm hebben gezien. Dit zijn de technische handen-uit-de- mouwentypes die ‘wind!’ roepen en ‘zon!’. De Duitse goeroe zei wel dat niemand meer over windmolens mocht klagen, want dat het landschap van de zuidpool tot de noordpool tóch al bedreigd werd, daarmee suggererend: dan kan zo’n windmolentje er ook nog wel bij, maar dat is natuurlijk weer de ál te grote visie. De man van de Triodosbank zei gelukkig temperend dat het niet gaf om ze wat netter neer te zetten, op rijen en de Econcerner zette ze het liefst in zee want we moeten toe naar off-shore wind.

Niets aan de hand dus. Als de politiek tenminste wil luisteren. Maar daar kunnen we, gehoord De Hond, dan helaas weer niet al te optimistisch over zijn.