Minder orders voor bouwers

Bouwbedrijven krijgen minder opdrachten als gevolg van de stagnerende economie. Dat blijkt uit de maandelijkse conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) die gisteren is verschenen.

In september is de orderportefeuille van bouwbedrijven die huizen en bedrijfspanden bouwen gedaald met 12 procent. De bouwers hebben nu gemiddeld opdrachten voor de komende 7,4 maanden. Dit is het laagste niveau van de orderportefeuille in de woning- en utiliteitsbouw sinds augustus 2004. Volgens het EIB stelt 9 procent van de bedrijven in de woning- en utiliteitsbouw dat omzet en winst stagneren door het gebrek aan nieuwe opdrachten. Een maand eerder was dit 3 procent.

De krimpende orderportefeuilles hebben een weerslag op de arbeidsmarkt in de bouw. Vorig jaar dacht 20 procent van de bouwers van kantoren en woningen meer personeel in dienst te nemen. Nu denkt slecht 9 procent meer arbeidskrachten aan te nemen, terwijl 8 procent van de bouwers verwacht dat er werkgelegenheid gaat verdwijnen.

Bij de infrastructuurdivisies zijn de vooruitzichten positiever. Daar groeide de orderportefeuille licht. Een bouwer van wegen, bruggen en viaducten heeft gemiddeld opdrachten voor de komende 6,7 maanden. Ook zijn in de infrastructuursector de arbeidsperspectieven beter. Ruim 17 procent van de bouwers denkt meer mensen aan te nemen en slecht 3 procent verwacht een daling van de personeelsbezetting.