Liesbeth List is gegroeid in rol Edith Piaf

Musical Piaf, door V&V Entertainment. Gezien: 27/10 in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 3/3. Inl. 0900-4000300, www.theaterhits.nl

Een groot publiek draagt de Piaf-creatie van Liesbeth List op handen. Dat begon negen jaar geleden, toen ze voor het eerst de hoofdrol speelde in de musical Piaf. En die aanhang wordt ongetwijfeld nog groter nu ze die rol opnieuw vertolkt – in een nieuwe bewerking die in elk geval meer allure heeft dan de vorige. De scènes lopen veel vloeiender in elkaar over, het ensemble is beter en List zelf is als actrice onmiskenbaar gegroeid. De manier waarop ze nu gestalte geeft aan de fameuze chansonnière als wispelturige, grofgebekte vrouw op leeftijd, dwingt respect af. Alle zinnetjes waar het om gaat, treffen doel. Als iemand haar prijst omdat ze zo puur is, bekt ze hem af met de woorden: „Wat er uit m'n reet komt, is óók puur.”

Maar als vertolkster van het Piaf-repertoire bevalt Liesbeth List mij nog altijd minder. Haar timbre is nu eenmaal te omfloerst om recht te doen aan de zinderende zang van Edith Piaf (1915-1963). In volume en spankracht schiet ze te kort, ook nu haar interpretatie van nummers als La vie en rose en Non, je ne regrette rien veelzeggender is geworden. Uit het kromgetrokken wijfje dat Piaf in haar laatste levensjaren was, kwam nog altijd een formidabel geluid. Hier is dat schor en breekbaar.

De belangrijkste ingreep van regisseur Eddy Habbema is de introductie van een tweede Piaf, een jongere. Voor de pauze is de oudere zangeres een schim van de toekomst, daarna is de jongere een schim van het verleden. Ze kijken naar de scènes van de ander en maken hun chansons tot gezongen commentaar op wat zich daar afspeelt. Dat geeft enige diepgang en verdoezelt het feit dat het script van de Engelse schrijfster Pam Gems eigenlijk niet meer is dan een schetsmatig uittreksel van Piafs emotionele levensloop.

De grootste ontdekking van deze nieuwe Piaf is Daphne Flint als de jongere zangeres – een brutaaltje met een hinnikend lachje dat uit haar onderbuik komt en een bijpassende zangstem die scherp reliëf geeft aan haar schaarse soli. In het ensemble vallen verder Esther Roord op als warmbloedige vriendin, Jan Elbertse in een reeks rake comedy-typeringen en Raymond Kurvers als zorgelijke manager en zoetgevooisd zanger met wie Piaf de hit Les trois cloches maakte. Ara Halici is een tedere laatste minnaar, maar slaagt er niet in de charme van Piafs collega Maurice Chevalier te laten herleven.

Wat dankzij de drie begeleiders (piano, accordeon, cello) wel herleeft, is de muziek. Die is energiek, gespierd, dansant en onverwoestbaar. Net als de echte Edith Piaf.