Laat Grondwet in zijn waarde

Het kabinet wil de in 1983 geheel herziene Grondwet oppoetsen. Pas hem liever echt toe.

‘De Nederlandse Grondwet heeft zich nooit in overmatig veel belangstelling mogen verheugen van brede lagen uit de bevolking.” Dat peperde minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) de burgers fijntjes in bij de herdenking van het vijfentwintigjarig bestaan van onze constitutie die in 1983 geheel werd vernieuwd. In datzelfde jaar werd in Spanje de Día de la Constitución ingesteld als nationale feestdag. Met zoiets moet men in Nederland niet aankomen.

Deze lauwheid steekt af tegen het belang van een grondwet. Deze geeft aan „onder welke voorwaarden en door wie de afdwingende macht van de staat wordt uitgeoefend”. Zo drukte de Leidse hoogleraar rechtsfilosofie Herman van Gunsteren het tien jaar geleden uit in een interessant themanummer van het Nederlands Juristenblad. Hij gebruikte het beeld van de klok op Grand Central Station voor wie elkaar in New York kwijtraakt. Een gevestigde grondwet is „een gewaarborgd reservecircuit waarin het laatste en gezaghebbende woord wordt gesproken waar anders chaos of willekeur van een machthebber zouden heersen”. De huidige Ombudsman Alex Brenninkmeijer was in 1998 niet onder de indruk. Onze Grondwet is „haast zo nietszeggend en vlak als het polderland waarvoor hij geschreven is”.

Het kabinet wil daar nu verandering in brengen. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er een staatscommissie komt om te adviseren over een update van de Grondwet. Begin deze maand bleek dat de oppositie in de Tweede Kamer daar weinig voor voelt. Dat was een serieus te nemen waarschuwing. De Grondwet is niet een gewone wet. Herziening vergt speciale parlementaire meerderheden. Maar minister Ter Horst meldde vorige week dat de staatscommissie gewoon doorgaat.

Waarom eigenlijk? Het kabinet maakt niet duidelijk wat precies de problemen zijn en wat uitgerekend een grondwetswijziging aan de oplossing kan bijdragen, luidde de kritiek van de Raad van State op het herzieningsplan. Dit plan bevat een ongelijksoortig en weinig samenhangend ratjetoe aan onderwerpen. Sommige zijn serieus zoals de vraag of Nederland niet te makkelijk besluiten van internationale organisaties voorrang boven ons eigen recht verleent, ook als ze afwijken van onze wezenlijke constitutionele waarden. Andere betreffen meer de uiterlijkheden, zoals het opnemen van een aparte preambule met basiswaarden, al dan niet in combinatie met vereenvoudiging van de Grondwetstekst om deze toegankelijker te maken voor de burger.

Het kabinet beroept zich op de Nationale Conventie die het kabinet-Balkenende II had ingesteld om het tanend vertrouwen van de burger in het staatsbestel te beantwoorden met „democratische vernieuwing”. Het probleem is al direct dat niemand meer weet wat die Conventie eigenlijk was. Toch is een sense of urgency een onmisbare voorwaarde voor herziening of herformulering van een constitutie, waarschuwt hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga. Het is geen vreemde gedachte dat de burger in onze roerige tijden op zoek is naar houvast. Maar het is ook zo dat bijvoorbeeld een nieuwe beginselverklaring voor de Grondwet hetzij een ‘splijtzwam’ wordt, omdat er altijd groepen zijn die zich er niet in herkennen, dan wel een overbodige ‘gemeenplaats’, zoals twee promovendi van de Radboud Universiteit betogen in de jongste aflevering van Ars Aequi.

De functie van reservecircuit, ‘staatkundig basisreglement’, zoals het wordt genoemd in de herdenkingsbundel De Grondwet herzien, 25 jaar later, is nog niet zo slecht. Ja zelfs een geuzennaam, om maar eens terug te grijpen op een oerbron van ons nationaal besef. Als het toch om vernieuwing gaat, kunnen regering en parlement beter bij zichzelf beginnen. In het Juristenblad van 11 april hekelde de hoogleraar staatsrecht J.M.F.H Teunissen de „opportunistische en minimalistische uitleg van de Grondwet”, die in zijn woorden door de politiek als het zo uitkomt wordt behandeld als een „vodje papier”. Zo frustreert de nieuwe strafbevoegdheid van de officier van justitie het recht van mensen op toegang tot de rechter.

Het grootste manco is het ontbreken van een toetsingsrecht. Eén van de vernieuwingen van 1983 was het opnemen van onze grondrechten in de Grondwet. Maar de rechter blijft het recht ontzegd om wetten en besluiten te toetsen aan deze catalogus en, als ze daarmee in strijd zijn, deze buiten werking te verklaren. Dat laatste kan wel, maar alleen via een Europees rechtelijke omweg. Zolang de regering aan deze onwaarachtige situatie geen eind maakt, kan zij nieuwe toeters en bellen maar beter achterwege laten.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.

Reageren? E-mail kuitenbrouwer@nrc.nl of via nrc.nl/kuitenbrouwer (Reacties openbaar na goedkeuring door de redactie.)