Koffie drinken in het oerwoud van Aceh

081028_aceh.jpgWe zijn weer terug in de bewoonde wereld. Voor een verhaal dat ik binnenkort wil schrijven over de honderden miljoenen mensen wereldwijd die leven zonder elektriciteit, logeerde ik de afgelopen dagen in Putri Betung, een gehucht in Aceh dat nog (nét) geen stroom heeft. Dus: men kookt er op hout, heeft geen idee wat er in de wereld gebeurt en gaat om acht uur naar bed.

Het was geen sinecure om in Putri Betung te komen. Eerst met het vliegtuig naar Medan. Daarvandaan reden we ruim acht uur over een bochtige weg vol gaten naar het provinciestadje Kuta Cane. De chauffeur wilde ons niet verder brengen, want hij kende het gebied niet goed en bovendien was hij bang voor de GAM: de afscheidingsbeweging die jarenlang tegen het Indonesisch leger vocht voor de onafhankelijkheid van Aceh. Sinds 2005 is het vrede, maar in het oerwoud van Aceh zorgen oud-strijders nog regelmatig voor problemen, zoals ook te lezen in dit rapport.

Wij werden in Kuta Cane opgehaald door iemand van IBEKA, de stichting die in Putri Betung elektriciteit aanlegt. Na nog ruim twee uur rijden door het oerwoud, kwamen we rond 22 uur aan in de buurt van het dorp. Daarvandaan was het nog een halve kilometer lopen.

Het was vrij eng om in het pikdonker te lopen over de houten touwbrug, hierboven op de foto. Halverwege begon het ding vervaarlijk heen en weer te zwiepen, met de zaklamp zag je de kieren tussen de loszittende houten planken en eronder hoorde je de stroomversnelling. Later hoorde ik dat IKABE met héél veel moeite een turbine van een ton over de brug heeft kunnen vervoeren, maar zaterdagnacht vroeg ik me af hij vijf mensen met bagage wel zou houden.

Het was bijzonder interessant om een paar dagen door te brengen in Putri Betung, waar leden van het Gayo-volk wonen. Bijna iedereen leeft er van het land: ze verbouwen kruiden, cacao en de beroemde Gayo-koffie, waarvan ik de afgelopen dagen véle kopjes heb weggedronken. Veel bewoners hebben geen idee hoe oud ze zijn: de meeste zagen er minstens tien jaar ouder uit dan ze dachten te zijn. Ouders noemen zich naar de naam van hun oudste kind. Van degene die het IKABE-project leidt (waarover meer als mijn verhaal af is), hoorden we dat vrouwen er nauwelijks iets te zeggen hebben, zij worden van hun ouders ‘gekocht’ voor een paar gram goud - afhankelijk van hoe mooi ze zijn.

Wij hadden geluk: zondagavond was er in een van de dorpen in de buurt een avond met saman, een traditionele dans. Dorpsbewoners en gasten wisselden elkaar af: iedere groep een half uur. Later dansten de jonge vrouwen: minder spectaculair dan de mannendans, maar hier mochten de toeschouwers wel meedoen door stokjes met bankbiljetten in hun knotje te steken.

Jakarta is ontzettend ver weg voor de meeste bewoners. En andersom geldt dat ook - wat weer verklaart waarom ze zo lang op elektriciteit hebben moeten wachten.