Justitie wint eerste slag in processen liquidatiereeks

Succes voor het Openbaar Ministerie gisteren in het proces rondom liquidaties in de Amsterdamse onderwereld: twee daders kregen lange celstraffen. Maar pakt justitie ook de opdrachtgevers?

Na vele jaren onderzoek naar liquidaties in de Amsterdamse onderwereld is het dan toch gelukt. De rechtbank in Amsterdam veroordeelde gisteren twee mannen tot 14,5 jaar cel voor de moord op Thomas van der Bijl in april 2006. Het vonnis is een overwinning voor justitie en politie. Maar de belangrijkste vraag is nog niet beantwoord: wie gaf opdracht voor de moord?

De liquidatie van de Amsterdamse kroegbaas, een oude bekende van Heinekenontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder, was de laatste in een lange serie moorden in het Amsterdamse milieu. Over de aanleiding van het conflict, dat teruggaat tot eind vorige eeuw, bestaan vele theorieën. Ze delen één veronderstelling: er was ruzie over witgewassen crimineel geld, beheerd door „onderwereldbankier” Willem Endstra.

Vastgoedbaron Endstra was, in 2004, een van de hoofdrolspelers die in Amsterdam het leven liet na een aanslag. Cor van Hout (2003), Kees Houtman (2005), Sam Klepper (2000) en John Mieremet (2005) kenden hetzelfde lot. Hoewel Endstra veelvuldig sprak met de politie over zijn problemen, is de moord op hem tot op heden niet opgelost. In dat opzicht verschilt zijn zaak niet van de vele andere liquidaties.

Maar de moord op Endstra, die aanzien genoot in het Amsterdamse en die grote zaken deed in de bovenwereld, had wel extra inspanningen tot gevolg om de kopstukken van de Amsterdamse onderwereld te pakken te krijgen. Dat leidde eind vorig jaar tot de veroordeling van Willem Holleeder. De Heinekenontvoerder werd onder meer schuldig bevonden aan afpersing van Willem Endstra en van hasj- en vastgoedhandelaar Kees Houtman. Holleeder tekende hoger beroep tegen dit vonnis aan; die zaak is in voorbereiding. Hij ontkent de afpersing, en overigens elke betrokkenheid bij moord.

De veroordeling van Holleeder was een succes voor justitie, maar het lukte haar niet hem te koppelen aan liquidaties in de onderwereld. En dat was wel de bedoeling, toen de Heinekenontvoerder werd opgepakt. De ironie wil dat hij door de moord op Van der Bijl alsnog in beeld is gekomen als opdrachtgever tot liquidaties, ook al zat Holleeder op het moment zelf al drie maanden in de gevangenis.

Als verklaring voor de dood van Van der Bijl bestaan twee plausibele theorieën. Ze houden beide verband met de afpersing van Kees Houtman. Die had, net als veel collega’s in het milieu, de stap gemaakt van misdaad naar vastgoed. Na de dood van Endstra leidde dat tot een conflict met Holleeder. Houtman werd afgeperst en uiteindelijk vermoord.

Houtmans vriend Van der Bijl zou, volgens de eerste theorie, na die moord zo boos zijn geworden dat hij naar de politie stapte. Hij legde in het geheim belastende verklaringen af over Holleeder. Die zou hij bij de rechter-commissaris herhalen onder de schuilnaam ‘getuige B’. De afspraak daarvoor was al gemaakt, maar voordat hij die kon nakomen, maakten zeven schoten een einde aan zijn leven.

In de tweede theorie is doodsangst het motief van Holleeder. Uit dossierstukken blijkt dat de Turkse crimineel Atilla Ö. in 2005 diens gangen natrok. Dat zou hij hebben gedaan in opdracht van Thomas van der Bijl. Saillant detail: Atilla Ö. was een vriend van Kees Houtman. Holleeder nam de bedreiging zo serieus dat hij zich eind 2005 meldde bij de Amsterdamse politie.

Het zijn opmerkelijke details, maar ze vormen geen bewijs dat Holleeder de opdrachtgever was van de moord op Van der Bijl. De sleutel voor het antwoord op de vraag wie de kroegbaas dood wilde, ligt in handen van de Hilversumse crimineel Fred R. Deze man werd aangewezen als opdrachtgever voor de moord door de twee mannen die er gisteren tot 14,5 jaar cel voor werden veroordeeld. In haar vonnis lijkt de rechtbank niet te twijfelen aan hun verklaringen.

Maar van wie kreeg Fred R. de opdracht? Justitie heeft het antwoord niet. Volgens de advocaat van R., Peter Plasman, is zijn cliënt „een dominosteen” die moet omvallen als justitie bij de opdrachtgevers wil komen. De grote vraag is of Fred R. blijft zwijgen als hij volgend jaar voor de rechter moet verschijnen.

Volgens Plasman krijgt R. altijd een zware straf: „Als hij zwijgt, wordt hij veroordeeld, en als hij praat, moet hij de rest van zijn leven vrezen voor de gevolgen.”