Intens licht

Elke ochtend sla ik vanaf mijn balkon op de tweede verdieping van hotel Milano de activiteiten gade in het stadionnetje van Mekele. Ik zie pelotonnetjes ranke, zwarte lopers hun rondjes draaien op een stoffige atletiekbaan. Een rolstoeler werkt zich in het zweet. Anderen stretchen hun ledematen soepel.

Links op de heuvel staat een kerkje van Grieks-orthodoxe signatuur. De eerste gelovigen zijn al bezig met de beklimming van de eindeloze stenen trappen. Geloven is hier ook een vorm van topsport. Ik ben zelf al buiten adem wanneer ik de twee trappen naar mijn kamer heb bestegen. De lucht is hier immers dun. Mekele, regio Tigray in Noord-Ethiopië, ligt op 2.000 meter hoogte.

De regentijd is net voorbij. Het dorre landschap dat ik me herinner van een paar maanden geleden is nu groen. Het licht is aangenaam intens.

Aan alles is te zien dat dit een relatief welvarende stad is. Die relatieve welvaart zie je ook terug in de wielergemeenschap. Liefst drie, door grote bedrijven gesponsorde wielerclubs zijn hier gevestigd. De vedetten rijden op materiaal van zeer goede tot professionele kwaliteit dat rechtstreeks uit Italië wordt geïmporteerd. Jammer is dan weer wel dat door de enorme investering het vrouwenwielrennen bij gebrek aan fietsen een stille dood is gestorven.

Als bestuurslid, tevens veldwerker van de stichting Bike 4 All, draaide ik de afgelopen jaren in onder andere deze stad een aantal wielerclinics. Dit werk is de laatste maanden voortgezet, verdiept en uitgebreid door Nederlandse studenten van verschillende hogescholen die in Ethiopië afstudeerprojecten draaien. Ik kan niet anders zeggen dan dat hun voortvarende aanpak me in positieve zin verrast, ja, zelfs ontroert. Mijnheer Heshe Lemma, het hoofd van het gouvernementele bureau Youth en Sports in Mekele, put zich uit in superlatieven.

Met de studenten bezocht ik een paar dagen geleden de renners van Messebo, een cementfabriek. De coureurs wonen intern, en ontvangen een maandsalaris van omgerekend 100 tot 300 euro, een kapitaal naar lokale begrippen. Er was een stevig buffet ingericht. Omdat de elektriciteit was uitgevallen, aten we buiten in het schijnsel van autokoplampen. Ik ontmoette een oude bekende: Asse, uit Addis. Gewapend met een zaklantaarn liet Asse me zijn kamer zien. Het was behelpen.

Hij was benaderd door de cementfabriek om voor hen te komen koersen. Een hele opluchting was dat geweest, want in Addis ligt de wielersport totaal op zijn gat. Intens gelukkig mocht hij zichzelf wel noemen. Opeens floepten de lichten aan. Ik zag zijn spartaanse bed, ik zag zijn koffer die als kast diende, en ik zag zijn mooie fiets tegen de muur staan. Aan de wand hingen talloze afbeeldingen, kleurrijk en in een strenge stilering, van Jezus en de Maagd. In het oranje licht leken ze me minstens even gelukkig als Asse.