Het Zweedse model, maar dan voor de begroting

Stel dat de kredietcrisis en de rem op de economische groei leiden tot een explosie van het begrotingstekort. Moet dat dan tijdelijk worden toegestaan?

Hij was er nog niet gerust op, de Obama-activist die twee weken geleden buiten het New Yorkse Penn Station postte. De zwarte campagnemedewerker, een voormalige Chippendale, deelde de mening van veel aanhangers van Barack Obama dan hun kandidaat een veiligheidsmarge van minstens 10 procentpunt in de opiniepeilingen nodig heeft om zich te verzekeren van het presidentschap. „Want eenmaal in het stemhokje zullen er toch mensen zijn die zich dan pas realiseren dat ze op het punt staan te stemmen op een zwarte kandidaat, en die alsnog in een reflex voor John McCain kiezen.”

Of dat, met nog een week te gaan voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, een onnodige zorg is blijkt pas volgende week. Maar wie de Amerikaanse verkiezingen ook wint, het economische en financiële beleid van de volgende president zal sterk worden begrensd door de budgettaire gevolgen van de kredietcrisis. Of het nu gaat om plannen om vooral extra geld uit te geven (Obama) of per saldo juist de belastingen verder te verlagen (McCain). Het begrotingstekort over 2009 wordt nu al geraamd op rond de 4 procent, en daar zijn de kosten voor de uitgaven aan de kredietcrisis nog niet eens in betrokken. De recessie die de Verenigde Staten wellicht te wachten staat is ook nog niet ingeboekt. Het tekort zou dus zomaar op kunnen lopen naar 5 procent of nog veel meer.

Amerika staat daarin niet alleen. Ook de eurolanden hebben inmiddels grote bedragen uitgetrokken voor de steun aan de financiële sector. Bankencrises zijn duur voor de overheid. De kosten van staatssteun, en de zware recessie die het gevolg kan zijn van het wegvallen van de kredietverlening aan de private sector, nemen een behoorlijke hap uit het staatsbudget. Kijk maar naar de ervaringen in Zweden en Japan, begin jaren negentig. De Zweedse overheid zag het begrotingstekort oplopen tot maar liefst 11 procent.

Zweden reageerde snel op de eigen crisis, maakte een zeer diepe recessie door en was er achteraf bezien wonderbaarlijk snel weer bovenop. Japan wachtte juist, en dat droeg eraan bij dat de problemen in de financiële sector konden doorzeuren. Een lange periode van lethargische economische groei en structurele prijsdalingen volgde. Het begrotingstekort liep niet zo sterk op als in Zweden, maar de periode van tekorten duurde veel langer, waardoor de Japanse staatschuld uiteindelijk tot grote hoogte opliep. Die bedraagt nu 170 procent van het bruto binnenlands product.

Wat is de les? Het is kennelijk beter om alle pijn in één keer te nemen en snel te handelen. Wachten maakt het kennelijk alleen maar erger. Economen van de zakenbank Dresdner Kleinwort, die onlangs de vergelijking tussen Zweden en Japan maakten, wijzen erop dat Zweedse financiële beslissers, en dan vooral oud-centraalbankier Bäckström, tot de populairste sprekers op conferenties over de kredietcrisis behoren.

De Zweedse aanpak heeft potentieel forse gevolgen voor het begrotingsbeleid op de korte termijn. Dat geldt niet alleen voor de Amerikanen, maar zeker ook voor Europa. De eurolanden zijn gebonden aan de regels van het zogenoemde Stabiliteitspact, dat hun verbiedt een begrotingstekort te hebben van meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product. Nu nemen vooral de grote landen daar al tijden een loopje mee, maar formeel heerst het pact nog steeds.

Moeten de eurolanden de regels – tijdelijk – overboord gooien als het bestrijden van de kredietcrisis en de recessie die daarop volgt dat noodzakelijk maakt? Dat heeft ook gevolgen voor Nederland. Minister Bos heeft voor 2009 een klein overschot op de begroting gepland. Maar die begroting is gebaseerd op een economische groei van 1,25 procent in 2009 en aardgasbaten tegen een olieprijs van 125 dollar per vat. De dollar is flink gestegen, maar dat weegt lang niet op tegen de recente, onthutsende daling van de olieprijs tot net boven de 60 euro. Veel economen, waaronder die van De Nederlandsche Bank, sluiten een nulgroei of zelf krimp van de economie volgend jaar niet uit.

De Nederlandse begroting is zeer gevoelig voor schommelingen in de economie en wisselingen in de waarde van vermogenstitels. Tussen 2000 en 2002, tijdens het spatten van de internetzeepbel, ging het begrotingssaldo van plus 2 naar minus 2 procent. De huidige economische omstandigheden kunnen een stuk zwaarder worden, en bezuinigen is dan niet altijd verstandig.

Mag Bos, of zijn confrères in Europa en Amerika, toestaan dat het saldo volgend jaar of het jaar daarna terugloopt naar een tekort van 3 procent van het bbp, of zelfs 5 procent, mocht dat nodig zijn? Dat belooft een van de grote thema’s te worden in het politieke discours van de komende tijd.

Maarten Schinkel

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel.