Het is weer tijd voor vernieling van de olijfbomen

Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever belagen vaak de olijfboomgaarden van hun Palestijnse buren. De Palestijnen klagen dat de daders steevast vrijuit gaan.

Een Palestijnse boer bij een vernielde olijfboom in zijn boomgaard bij de Israëlische nederzetting Yitzhar bij de Palestijnse stad Nablus. Foto AFP A Palestinian farmer from the village of Burin reacts after finding his olive trees felled in the northern West Bank close to the Israeli settlement of Yitzhar near the city of Nablus on October 11, 2008. Two Palestinian farmers were lightly wounded today when they were attacked by people they said were Jewish settlers from Yitzhar who tore down around 15 olives trees while the Palestinians were collecting the harvest. AFP PHOTO/JAAFAR ASHTIYEH
Een Palestijnse boer bij een vernielde olijfboom in zijn boomgaard bij de Israëlische nederzetting Yitzhar bij de Palestijnse stad Nablus. Foto AFP A Palestinian farmer from the village of Burin reacts after finding his olive trees felled in the northern West Bank close to the Israeli settlement of Yitzhar near the city of Nablus on October 11, 2008. Two Palestinian farmers were lightly wounded today when they were attacked by people they said were Jewish settlers from Yitzhar who tore down around 15 olives trees while the Palestinians were collecting the harvest. AFP PHOTO/JAAFAR ASHTIYEH AFP

Een olijfboom is als mijn eigen lichaam, zegt Abdel Hamid. De Palestijnse groenteverkoper uit het dorpje Kfar Kadum, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever, heeft één dag om de olijven van zijn boomgaard te plukken. Het Israëlische leger bewaakt de toegangswegen naar de bomen, omdat ze tegen de Israëlische nederzetting Kedumim aanliggen.

Deze ochtend mocht Abdel Hamid dan eindelijk zijn bruine overall aantrekken om met zijn familie de olijven te gaan plukken. Maar een neef die vooruit was gereisd, belde hem. „Hij zei: ‘Kom maar niet naar de boomgaard. Dit kun je niet verdragen.’ Ik ben toch maar gaan kijken.” Van enkele tientallen bomen zijn de takken afgezaagd. De aanblik zou hij niet kunnen verdragen. Abdels oom Khaled, een gepensioneerde leraar die meeluistert, zegt: „Hij heeft hard gehuild. De bomen zijn zijn leven, zijn reden van bestaan.”

Voor de zoveelste keer zijn de bomen van Abdel Hamid vernield, zegt hij, terwijl hij opnieuw via een hobbelweggetje naar de boomgaard rijdt. „Al generaties plukt mijn familie hier olijven. Mijn vader deed het, mijn grootvader.” Maar sinds 1980 is het keer op keer raak. Kolonisten van de radicaal-nationalistische nederzetting Kedumim hebben het op zijn boomgaard voorzien. In 1980 werd een hek vernield dat naar de boomgaard leidt. Sindsdien worden er geregeld aanvallen op de boomgaard uitgevoerd.

Soms worden hele bomen omgehakt. Drie jaar geleden werd Abdels broer Ali Ahmad aangevallen door kolonisten. Abdel Hamid: „Het kost jaren voordat een olijfboom goede vruchten draagt. Een aanval als deze kost een boom enkele jaren. Terwijl van de opbrengt vijftig familieleden moeten leven. Het dagelijks werk levert niet voldoende op om de kinderen te laten studeren.”

Terwijl de familie Hamid olijven plukt, kijken Israëlische militairen vanaf de top van de heuvel toe. Vlak achter hen beginnen de eerste huizen van Kedumim, een nederzetting die de laatste jaren sterk aan het uitbreiden is, vooral in de richting van Hamids boomgaard. De militairen zijn er om de boeren te beschermen, zegt een van hen. En nee, ze hebben geen kolonist gezien, de afgelopen dagen. Khaled Hamid: „Het is een schande. De kolonisten krijgen alle gelegenheid om met onze bomen te doen wat ze willen. En wij mogen maar één dag per jaar op onze eigen grond komen.”

De maand oktober is oogstmaand. Dan zijn de Palestijnse olijven op hun best, en heeft de eerste regen sinds maanden de vruchten schoongespoeld. In bijna alle Palestijnse steden en dorpen ruikt het naar olijven, die in kleine fabriekjes geperst worden. Mensen nemen vrij van hun werk om olijven te plukken, vaak geholpen door internationale activisten.

Olijfboomgaarden behoren vaak al eeuwen aan dezelfde families toe. De bomen kunnen makkelijk ouder dan honderd jaar worden. Maar los van de symbolische betekenis zijn de boomgaarden ook een belangrijke stimulans voor de economie van de Westelijke Jordaanoever, die aan het infuus van de internationale gemeenschap ligt. Volgens de Verenigde Naties kan een goede oogst honderd miljoen dollar aan de Palestijnse economie bijdragen.

Even traditioneel als de olijvenoogst is de jaarlijkse vernieling van olijfbomen door kolonisten die uit zijn op de grond. Op de Westelijke Jordaanoever zijn meer dan tweehonderd nederzettingen gebouwd, en het aantal kolonisten groeit ieder jaar. Volgens de VN-organisatie OCHA (United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs) zijn de afgelopen jaren bij aanvallen op olijfboomgaarden tienduizenden bomen vernield. De beperkingen voor boeren om hun land te bereiken én de afscheidingsbarrière die meestal dwars door Palestijns gebied loopt, maakt de problemen nog groter.

Wat de Palestijnse boeren zeggen, is onzin, zegt Raphaella Segal, locoburgemeester van Kedumim en een van de kolonisten die zich in 1975 in de heuvels naast Kfar Kadum vestigden. „Wat denk je: dat we een belang hebben bij het slopen van andermans bezit? We hebben tientallen jaren vredig naast onze buren geleefd. We hebben hun nooit kwaad gedaan, terwijl hun akkers vaak op onze grond liggen.”

Segal heeft de gesloopte bomen ook gezien, zegt ze. „Er zit een agenda achter, van de Palestijnen zelf of van activisten. Ze willen ons in een kwaad daglicht stellen en ons weg krijgen. Maar laat ze eerst met bewijzen komen.” Dat het terrein maar één dag toegankelijk is voor Palestijnen, zegt Segal niets. „Ze kunnen toch ’s nachts de bomen omzagen? Het leger staat echt niet 24 uur per dag paraat.”

Zowel demissionair premier Olmert als minister van Defensie Barak zei deze week dat kolonisten die olijfboomgaarden belagen, niet vrijuit mogen gaan. Ook militairen zijn de afgelopen maand belaagd door kolonisten. Toch, zegt Abdel Hamid, gebeurt er in de praktijk weinig. „We hebben ieder jaar aangifte gedaan van vernieling. Maar nog nooit is een inwoner van Kedumim ondervraagd, laat staan aangehouden. Na een aanval hebben we een keer een mobiele telefoon op onze akker gevonden en die naar de politie gebracht. ‘Bel ze dan op’, zeiden we. Alles was vergeefs.”

Meer foto’s van de olijfoogst op nrc.nl/buitenland