'Gevolgen kredietcrisis in de kunst'

De Tweede Kamer debatteerde gisteren met minister Plasterk over de kunstbegroting. Er bestaan zorgen over de invloed van de kredietcrisis. „De beurs heeft effect op de bühne.”

De Tweede Kamer maakt zich zorgen over de negatieve effecten van de kredietcrisis op de inkomsten van kunstinstellingen. Het zou moeilijker worden om geld binnen te halen bij fondsen en sponsors.

„De beurs heeft effect op de bühne”, vatte Boris van der Ham (D66) de problemen samen. Extra reden voor zorg is dat juist volgend jaar een nieuwe regeling ingaat die instellingen 1,7 procent kort op hun budget. Dat geld moeten instellingen zelf terugverdienen. Elke euro die extra wordt verdiend (ten opzichte van de afgelopen jaren) wordt door minister Plasterk (Cultuur) verdubbeld.

Volgens Femke Halsema (GroenLinks) is het „realistisch dat er problemen komen”. De zogeheten cultuurprofijt-regeling is bedoeld om kunstinstellingen te stimuleren minder afhankelijk van subsidie te zijn. Halsema: „De subsidieafhankelijkheid zal door de kredietcrisis verder toenemen.” Het voorstel van D66 en GroenLinks was om de 5 miljoen die de regeling in 2009 moet opbrengen weg te strepen tegen de 10 miljoen die er is voor het ‘matchen’ van verdiend geld.

Maar Plasterk wil de regeling niet aanpassen. „Over de gevolgen van de kredietcrisis is geen zinnig woord te zeggen.” Zijn indruk was dat de fondsen, zoals het VSB-fonds, hun niveau van toekenningen kunnen handhaven. Wel stelde hij voor de inkomsten van fondsen niet te betrekken in de berekening van eigen inkomsten – voor het geval dat de fondsen toch minder geld kunnen uitkeren. „De opdracht is immers niet om zoveel mogelijk fondsgeld binnen te halen.” Van der Ham stelde daarop dat het moeilijker zal zijn om geld van bedrijven te krijgen dan van fondsen: „Sponsorcontracten lopen soms maar kort.”

Evenmin wilde de minister ingaan op de suggestie van de Kamer om in te grijpen bij Fonds voor de Podiumkunsten. De Kamer reageerde op een brief van een groep prominenten, onder wie veel ex-ministers, om vier muziekensembles alsnog of meer subsidie te geven. Plasterk: „Iedereen mag pleiten voor meer subsidie en zijn betrokkenheid bij de buurt tonen. Kennelijk ging het hier om de Staatsliedenbuurt.”

Volgens Plasterk was er „geen sprake van” dat de muzieksector door het besluit van het fonds is beschadigd. Hij legde nog eens uit dat het fonds zelfstandig is en eigen beoordelingen doet. Dat is vorig jaar bij wet, op aandringen van de Kamer, ingevoerd als onderdeel van een stelselwijzigingen bij de verdeling van rijkssubsidies aan kunst.

Het CDA en PvdA vroegen om een half miljoen euro extra voor het fonds, dat dan zelf mag beslissen waar het dit geld aan besteedt. Wat de regeringspartijen betreft gaat het naar zes groepen die door het fonds wel positief werden beoordeeld, maar geen subsidie krijgen.

De minister nam een voorschot op de evaluatie van de stelselwijziging. Wat hem betreft wordt de beoordeling van de instellingen met een langjarig perspectief op subsidie niet meer gedaan door visitatiecommissies, maar weer door de Raad voor Cultuur. Dat adviesorgaan behandelt ook al de aanvragen van de instellingen in de culturele basisinfrastructuur. Die groep kan kleiner worden, suggereerde de minister.