Gevaarlijke provocatie

In eigen land is president Bush uitgepraat. Maar daarbuiten laat de regering nog terdege van zich horen. Zondag hebben Amerikaanse helikopters een aanval op Syrisch grondgebied uitgevoerd . Bij deze ‘speciale operatie’ in de grensplaats Abu Kamal zouden acht mensen zijn gedood.

Naar het doel ervan valt vooralsnog slechts te gissen. De grensstreek is een eldorado voor smokkelaars. Ook rebellen in Irak zouden, nu de grenzen met Jordanië en Saoedi-Arabië effectiever zijn afgegrendeld, via deze Syrische smokkelzone van versterkingen kunnen worden voorzien. Maar een woordvoerder van het Witte Huis weigerde gisteren elk commentaar. Een anonieme bron bij de regering verklaarde vervolgens ter toelichting alleen dat bij de operatie een belangrijke smokkelaar zou zijn uitgeschakeld.

Al deze mist rondom motief en doel van de aanval geeft voedsel aan de meest uiteenlopende verklaringen. In Syrië en Iran wordt geopperd dat de ‘speciale operatie’ de Republikeinse presidentskandidaat McCain een steuntje in de rug moet geven. Deze theorie is onwaarschijnlijk. In de verkiezingscampagne speelt het Midden-Oosten amper een rol. Als het buitenlands beleid er al aan de orde komt, dan draait het eerder om multilateralisme, om de aanwezigheid in Irak en om de echte brandhaarden Afghanistan en Pakistan.

Eerder ligt het voor de hand dat de Amerikaanse regering haar positie ten opzichte van Rusland en vooral Frankrijk scherper heeft willen markeren. Het bewind van president Assad mag zich verheugen in toenemende aandacht van met name Europa. President Sarkozy, tevens voorzitter van de EU, toonde zich gisteren dan ook „bezorgd over de schending van de territoriale integriteit van Syrië”. Deze Europese toenadering doorkruist de Amerikaanse positie ten opzichte van Syrië en, indirect, ook van Iran. Voor een gewapende reactie van Syrië hoeven de VS bovendien niet te vrezen. Buiten het eigen land en Libanon beperkt Damascus zich tot nu toe immers tot verbaal geweld.

Wat de reden ook is, de aanval op Syrië is zinloos. Op dit moment beweegt in het Midden-Oosten nagenoeg alles.

De huidige olieprijs (minder dan 65 dollar per vat) plaatst de regimes in de olieproducerende landen voor interne problemen. De begrotingen in Iran en Irak zijn gebaseerd op een olieprijs van 70 tot 80 dollar.

In Israël moeten binnenkort verkiezingen worden gehouden omdat beoogd premier Livni geen coalitie heeft kunnen sluiten met een religieuze partij en nu een gok gaat wagen.

En in de VS is er over een week een ‘president elect’ die voor verandering gaat zorgen. Want wie er ook wint, zowel Obama als McCain zal zich eerst gaan richten op Afghanistan en Pakistan. Syrië is hooguit van later zorg.

De ‘speciale operatie’ van zondag is daarom inderdaad zorgwekkend. Ze compliceert de multilaterale verhoudingen meer dan nodig is. De aanval op Abu Kamal wekt zo de indruk dat president Bush steeds minder greep heeft op het machtsapparaat in de VS. Dat alles is niet ongevaarlijk.