Eerste legale verkoop van ivoor in negen jaar

Schadelijk voor olifanten in Afrika, of juist niet?

In Zuid-Afrika zou vandaag de eerste legale veiling van ivoor in negen jaar plaatsvinden. Natuurbeschermers noemen de veiling een stimulans voor stropers om olifanten af te schieten. De Verenigde Naties wijzen er echter op dat dankzij de veilingopbrengsten de bescherming van olifanten zal verbeteren.

Vier landen – Namibië, Botswana, Zuid-Afrika en Zimbabwe – hebben toestemming van de VN om in totaal 108 ton ivoor te verkopen. De kopers op de eenmalige veiling komen uit Japan en China.

De handel in ivoor werd in 1989 verboden, nadat grootschalige stroperij olifantenpopulaties had gedecimeerd. In zuidelijk Afrika heeft verbeterd wildbeheer bijgedragen aan een gemiddelde groei van het aantal olifanten met zo’n 4 procent per jaar. Namibië, Botswana, Zuid-Afrika en Zimbabwe tellen nu naar schatting 312.000 olifanten. Zuid-Afrika heeft recentelijk zelfs besloten tot het doden van olifanten om de populatie op een gezond peil te houden.

De veilingopbrengsten moeten gebruikt worden voor verbetering van de leefomstandigheden van olifanten. Volgens CITES, het VN-orgaan dat toeziet op de handel in bedreigde diersoorten, mogen Japan en China meedoen aan de veiling omdat zij afdoende optreden tegen illegale ivoorhandel.

De ervaring leert dat legale ivoorverkoop geen prikkel vormt voor stropers, zegt CITES. In 1999 werd de enige legale verkoop na het verbod van 1989 gehouden. Na 1999 nam de hoeveelheid onderschept ivoor sterk af.