Een bulldozer met gouden hart en goede eetlust

Johan Boskamp wil het Belgische FC Dender voor degradatie behoeden.

Daarna stopt de zestigjarige Nederlander als trainer en wil hij naar Spanje.

Johan Boskamp (rechts) traint de spelers van het Belgische FC Dender. (Foto Merlin Daleman) Belgie, Denderleeuw, 22-10-08 Trainer van FC Dender Johan Boskamp. © Foto Merlin Daleman
Johan Boskamp (rechts) traint de spelers van het Belgische FC Dender. (Foto Merlin Daleman) Belgie, Denderleeuw, 22-10-08 Trainer van FC Dender Johan Boskamp. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

„Kom binnen, hij begon net te ronken in mijn salon.” Materiaalman William van der Elst van de Oost-Vlaamse voetbalclub Dender wijst op een leren bank onder de noordtribune van het Florent Beeckman Stadion. Daar ontwaakt trainer Johan Boskamp uit een middagdutje op zijn zestigste verjaardag.

„Ik word zo gallisch van die regen”, moppert hij met een Rotterdams accent. „Ik wil niet meer op dat veld staan, joh. Elke ochtend moet ik zes keer met mijn nek schudden om de boel los te maken.” Dan klaart zijn gezicht op. „Volgend jaar woon ik in Spanje, lekker watertanden bij Barcelona. Deze week spelen ze tegen Basel. Ik denk dat ik even naar Zwitserland rijd. Ben ik dan een liefhebber of ben ik helemaal achterlijk?”

Van der Elst kan het niet geloven, maar tweevoudig international Johan (‘Jan’) Boskamp wil na dit seizoen bij de huidige nummer veertien van België zijn trainerscarrière beëindigen. De oud-speler van onder meer Feyenoord, RWDM en Lierse SK coachte in Georgië (landskampioen met Dinamo Tbilisi), Koeweit, Dubai en Engeland, maar werd vooral bekend als trainer bij liefst negen Belgische clubs. Hij werd met SK Beveren kampioen van de tweede klasse, behaalde met Anderlecht drie landstitels en de nationale beker en won ook nog de beker met Racing Genk.

De Rotterdammer werd in Vlaanderen meer dan een trainer. Hij bewoog zich in het Belgische voetbal met bulderende lachsalvo’s en woede-uitbarstingen. Hij maakte een scheidsrechter uit voor „gefrustreerde eendenkweker” en stelde dat elk elftal pianospelers en pianosjouwers nodig heeft. Hij werkte dit jaar mee aan het Belgische tv-programma FC Nerds, besprak gisteren zijn mogelijke rol als circusdirecteur in de nieuwe film over Kabouter Plop en heeft sinds deze maand zijn eigen biografie. In Geen Gezeik gaat de trainer ook in op het overlijden van zijn echtgenote Jen, het belang van zijn drie zoons en zeven kleinkinderen en zijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog.

Een gesprek met Boskamp in Denderleeuw voert langs amateurwedstrijden in Antwerpen, waar hij de havenhumor opzoekt die bij zijn opvoeding bij Feyenoord was inbegrepen. „Zij nemen mij in de zeik en ik hen. Ik amuseer me daar geweldig. Het is er leuker dan tussen de bobo’s.”

Hij vertelt over de teloorgang van het Belgische voetbal. „De topspelers gaan naar Holland, terwijl ze bij Anderlecht moeten spelen. Vroeger was het andersom. Rob Rensenbrink en Arie Haan kwamen hierheen. Dat is gestopt met het Bosman-arrest [dat in 1995 een eind maakte aan het gebruik dat een club een transfersom vroeg voor een voetballer die zijn contract bij die club had uitgediend, red.]. Eén gefrustreerd mannetje heeft een einde gemaakt aan de Belgische voetbalcultuur. Handjeklap en cheques onder tafel horen hier gewoon.”

Vlak voor de middagtraining legt hij nog eens uit waarom hij in 2006 geen trainer werd van Vitesse. „Alles was geregeld. Maar met het hoogste Belgische trainersdiploma kon ik overal ter wereld terecht, behalve in Holland. De vakbond CBV wilde gewoon een van zijn eigen mannekes bij Vitesse. Het ergste vind ik dat toenmalig CBV-voorzitter Jan Reker zei dat alleen Hollanders in aanmerking kwamen voor dispensatie. Dat snap je toch niet? Ik vind het nog steeds hartstikke jammer.”

Boskamp werd destijds trainer bij Standard Luik en werd hetzelfde jaar ontslagen. Hij wilde met pensioen, maar Belgische media vroegen zich af of ‘Bossie’ soms zijn karakter was verloren. Dat hadden ze beter niet kunnen doen. „Ik heb twee jaar ontzettend veel afstand genomen van het voetbal. Nu ben ik terug met zoveel kracht en bezetenheid, dat is echt niet normaal. Ik geef scheidsrechters en spelers zwaarder op hun flikker dan vroeger. Ik ben de laatste weken in staat iemand een joekel te geven. Waar ben je dan mee bezig, hè?”

Vraag het François de Jonghe, de Belgische conditie- en krachttrainer die Boskamp al bijna twintig jaar vergezelt. „Johan is altijd rechtdoorzee”, zegt De Jonghe. „Zeker bij Belgen blijft het vaak bij denken, maar hij flapt alles eruit. Het is de gemakkelijkste manier, want zo weten ze wat ze aan hem hebben. Johan maakt veel lawaai, maar heeft een klein hartje. Hij gaat door het vuur voor de mensen om hem heen. Waar Johan komt, maakt hij vrienden. De voorzitter en de materiaalman zijn voor hem gelijk. In Dubai gaf hij zakgeld aan de Indiase mannen die het veld verzorgden.”

„Johan heeft geen kwaadaardigheid in zich”, zegt oud-voetballer en -trainer Hans Kraay senior, die Boskamp als speler bij Feyenoord meemaakte. „Hij heeft een apart gevoel voor humor en heeft iets dat mensen aantrekt. Als speler viel hij al op door zijn olifantenhuid. Op de training scholden ze hem soms verrot, maar hij stapte lachend van het veld. Johan had altijd wat: dan vergat hij zijn shirt, dan zijn kousen. Als je me had gezegd dat Boskamp trainer zou worden, had ik het niet geloofd.”

„Voor trainers was hij niet altijd gemakkelijk”, zegt oud-manager Michel Verschueren van Anderlecht, die Boskamp als trainer binnenhaalde. „Johan was als voetballer een bulldozer en had toen al een geheel eigen visie die hij met veel rumoer kenbaar maakte. Hij is nu eenmaal geen diplomaat. Er zijn veel mensen met twee of drie gezichten, hij heeft er één. Voor sommigen is dat lastig, maar het tekent zijn openheid en eerlijkheid. Johan is een man met een gouden inborst. Ik zie dat vooral aan de geweldige aandacht en liefde voor jeugdspelers.”

De Belg zag Boskamp als trainer „gecontroleerder” in zijn gedrag worden. „Hij werkte bij Anderlecht met internationals als Marc Degryse, Luc Nilis en Philippe Albert. Johan kan bulderen en vloeken tot aan het plafond, maar hij voelde instinctief aan dat hij dat soort spelers alleen maar aan zijn kant moest krijgen. Hij wist ze te motiveren zodat ze echt elke wedstrijd voluit voor de overwinning speelden. Ik vind hem een natuurpsycholoog, in plaats van een wetenschapspsycholoog.”

Volgens De Jonghe is Boskamp een veeleisende trainer. „Met Beveren hadden we eens een loodzwaar trainingskamp. Na een van de trainingen lieten we de spelers liggend rusten en rekken. Een van de jongere spelers viel daarbij in slaap. Johan maakte daar natuurlijk allerlei grappen over. Als ik sommige internationals tegenkom, beginnen ze er nog over.”

Boskamp kon ook streng zijn voor zichzelf. De Jonghe: „Als de spelers naar huis waren, liepen wij rondjes om het veld omdat hij wilde afvallen. In drie maanden ging hij van 105 naar 93 kilo. Tel daar nu maar weer 30 kilo bij op. Het is niet gezond, maar dat weet hij zelf ook. Hij eet ruime porties en had altijd een auto vol snoep. Het helpt dat hij geen druppel alcohol drinkt. Bij het tweede kampioenschap met Anderlecht vond toenmalig voorzitter Constant Vanden Stock dat hij in het feestgedruis wel één glas champagne kon drinken. Johan weigerde.”

Ook Kraay wist van die eetlust. „Ik kan me een uitwedstrijd tegen PSV herinneren waarbij we met de trein terug moesten. We hadden al gegeten, maar Johan at bij het station nog twee volle zakken patat. Ongelooflijk. Maar wat niet mag ondersneeuwen, is dat hij zijn vak goed uitoefende. Ook als trainer is hij volgens mij serieuzer en ambitieuzer dan iedereen denkt. Op een dolletje kun je geen succes hebben. Uiterlijk is hij onbezorgd, maar Johan neemt het ook mee naar huis als het minder gaat. En ik denk dat een lamzak geen gemakkelijke vijand aan hem heeft.”