Chinese gijzelaars in Soedan gedood

Vijf van de negen Chinese oliewerkers die 18 oktober in de Soedanese provincie Kordofan werden ontvoerd, zijn gedood. Volgens de autoriteiten in Khartoum zijn zij vermoord door hun ontvoerders van de Beweging voor Gerechtigheid en Gelijkheid (JEM) uit de door oorlog geteisterde regio Darfur, die aan Kordofan grenst. Maar China bevestigde vanochtend een lezing volgens welke de gijzelaars werden gedood bij een gevecht tussen het Soedanese leger en de ontvoerders.

De JEM ontkent achter de ontvoering te zitten. De groep heeft echter in het verleden gedreigd met geweld tegen Chinese doelen als Peking zijn oliemaatschappijen niet uit Soedan zou terugtrekken. China is een belangrijke investeerder in de Soedanese olie-industrie en de belangrijkste afnemer van Soedanese olie. Ook levert het wapens aan de Soedanese regering.

Twee van de Chinese gijzelaars zijn erin geslaagd te ontsnappen, twee zijn nog in handen van de ontvoerders, maakten de Soedanese autoriteiten gisteren bekend. Zij ontkenden dat er een vuurgevecht met de ontvoerders was geweest. „De regering heeft steeds geprobeerd dit probleem met vreedzame middelen op te lossen”, zei een woordvoerder.

Maar een lokale functionaris in Kordofan zei dat er wel degelijk een gewapend treffen was tussen het leger en de ontvoerders. „Als gevolg daarvan zijn de Chinezen nu dood.”

De Chinezen, drie ingenieurs en zes arbeiders van China National Petroleum Corporation, ontvoerd in de door Zuid- en Noord-Soedan betwiste olievelden van Abyei. Hun Soedanese chauffeur werd later vrijgelaten met een briefje dat meldde dat de ontvoerders een aandeel eisten in de olierijkdommen van de regio. (AFP, AP, Reuters)