Bedenk dat u een spin gaat eten

De definitie van een fobie houdt alleen rekening met de angst. Maar volgens psycholoog Mark van Overveld is walging soms belangrijker, zoals bij de fobie voor overgeven.

De streepknievogelspin (Aphonopelma seemanni)
De streepknievogelspin (Aphonopelma seemanni)

Angst is niet de enige emotie die bij een fobie hoort. Bij sommige fobieën voelen mensen naast angst ook een sterke walging, bijvoorbeeld bij een fobische angst voor spinnen, bloed of overgeven (‘emetofobie’). „De definitie van een fobie is een irrationele angst voor één bepaald object, maar ik denk dat het gevoel van walging in sommige gevallen sterker kan zijn dan het gevoel van angst”, zegt klinisch psycholoog Mark van Overveld, die vrijdag op zijn onderzoek promoveerde aan de Universiteit Maastricht. „Bijvoorbeeld bij bloedfobie. Bij spinfobie is het gevoel van angst net iets belangrijker dan de walging, en bij emetofobie vonden we een sterk verband met de angst voor walging.”

Van Overveld verbeterde tijdens zijn promotie-onderzoek een vragenlijst waarmee kan worden vastgesteld hoe snel mensen ergens van walgen en hoe vervelend ze het vinden om een gevoel van walging te ervaren. Een eerdere vragenlijst met dat doel vroeg specifiek naar (mogelijk) walgelijke zaken, bijvoorbeeld spinnen. Dat daarmee een verband tussen walging en spinnenfobie werd gevonden, was dus niet zo gek. Maar Van Overveld vond nu ook een verband tussen bepaalde fobieën en walging in het algemeen.

Er zijn twee soorten walging, legt hij uit: „Walging bij het vooruitzicht iets te moeten opeten of inslikken, en walging bij zaken die ons eraan herinneren dat we ook maar sterfelijke dieren zijn – zoals wanneer je een kapot gereden kattenlijkje langs de snelweg ziet liggen. Die tweede soort walging speelt een rol bij bloedfobie, de eerste bij spinfobie.”

Walging is een emotie die niet bij de geboorte al aanwezig is, aldus Van Overveld. „Kinderen kunnen ongeveer vanaf hun derde, vierde walging ervaren, en rond hun zevende is redelijk duidelijk van welke dingen ze zoal walgen. Of ze dat van hun ouders en omgeving leren of dat het erfelijk is, is nog niet duidelijk – het lijkt beide het geval. Er zijn ook dingen waar mensen in alle culturen van walgen, zoals braaksel of uitwerpselen.” Voor spinnen geldt dat niet, die worden in sommige landen gegeten – Van Overveld citeert in zijn proefschrift een half grappig, half serieus bedoeld recept voor ‘spin-akopita’, spinnentaart (uit The Eat-a-Bug Cookbook, David George Gordon, 1998).

Het is nog niet duidelijk, zegt Van Overveld, of een fobie voor bijvoorbeeld spinnen of bloed met walging begint of met angst. „We zijn nu bezig met vervolgonderzoek daarnaar. Het kan zijn dat je een fobie ontwikkelt omdat je van iets walgt, maar het kan ook zijn dat je van iets gaat walgen omdat je een fobie hebt, en dat het walgen vervolgens de vermijding daarvan ondersteunt.” Vermijding houdt een fobie in stand en versterkt die, doordat mensen niet meer merken dat datgene waar ze bang voor zijn in feite ongevaarlijk is.

Bij de behandeling voor fobieën wordt de walging overigens al aangepakt, zegt Van Overveld. „De beste behandeling voor spinfobie is exposure in vivo. Daarbij leren mensen stapsgewijs een spin te benaderen, totdat ze hem over hun hand kunnen laten lopen. Met die methode neem je niet alleen de angst van mensen weg, maar ook hun walging.”