Afghanen voelen zich steeds onveiliger

Slechts 38 procent van de Afghanen gelooft dat hun land op de goede weg is, aldus een opiniepeiling. De zorg over de onveiligheid neemt toe, ook in het tot voor kort veilige noorden.

Gevoelens van onveiligheid, angst en moedeloosheid zijn dit jaar onder de Afghaanse bevolking aanzienlijk toegenomen. Dat blijkt uit een opiniepeiling die in alle 34 provincies van Afghanistan is uitgevoerd.

De uitkomst van het onderzoek, die vandaag is bekendgemaakt, illustreert de moeilijke positie waarin de internationale gemeenschap en de Afghaanse regering verkeren, nu zij steeds minder vertrouwen hebben onder de bevolking. Daarmee zal ook de Nederlandse generaal-majoor Mart de Kruif worden geconfronteerd, die op 1 november het commando overneemt van alle NAVO-troepen in het zuiden van Afghanistan, het meest onrustige deel van het land.

Onveiligheid is de grootste zorg van de Afghanen en overtreft hun ongerustheid over onderwijs, gezondheidszorg en werkloosheid. De ondervraagden gaven aan hierdoor minder vertrouwen te hebben dat het land op de goede weg is. Het onderzoek, de grootste jaarlijkse peiling, is uitgevoerd door de Asia Foundation, een onafhankelijke Amerikaanse organisatie.

Zeven jaar na de omverwerping van de Talibaan gelooft slechts 38 procent van de ondervraagden dat het land op de goede weg is, terwijl 32 procent vindt dat het op de verkeerde weg is. Ook onder degenen die vinden dat het de goede kant op gaat, bepaalt de zorg over veiligheid de stemming. Een jaar geleden was optimisme over de reconstructie nog bepalend.

Onveiligheid is volgens 36 procent van de ondervraagden het grootste probleem, terwijl 31 procent de werkloosheid het grootste probleem noemt. Dat dit jaar minder mensen economische zorgen noemden als grootste probleem komt niet door een verbetering van hun economische situatie. Ondanks de 25 miljard dollar die de afgelopen zeven jaar aan hulp is besteed, en de toezegging van nog eens 21 miljard die de internationale gemeenschap in juni deed, is het percentage Afghanen dat vindt dat hun economische situatie beter is dan onder de Talibaan (39 procent), maar nauwelijks groter dan het percentage dat vindt dat ze er economisch slechter aan toe zijn dan destijds (36 procent).

Het gevoel van onveiligheid is toegenomen in gebieden die als relatief veilig golden, zoals de centrale regio waar de hoofdstad Kabul ligt, en ook het noorden. In de noordelijke provincie Baghlan blies een man in politie-uniform zich gisteren op in een politiebureau: twee Amerikaanse militairen en een Afghaans jongetje van acht kwamen daarbij om, en vijf Afghaanse agenten raakten gewond.

In het onrustige zuiden is naast de aanhoudende strijd met opstandelingen, ook de criminaliteit het afgelopen jaar toegenomen. Het rapport wijst erop dat het gevoel van onveiligheid veel groter is dan de werkelijk ervaren onveiligheid. Bovendien hebben de meeste ervaringen met onveiligheid niets te maken met opstandelingen. Niettemin gaf in het zuiden en zuidwesten 16 procent van de ondervraagden aan dat ze op de een of andere manier te maken hebben gehad met geweld dat in verband stond met de opstandelingen.

In hetzelfde gebied zei twaalf procent te maken hebben gehad met geweld van de internationale troepen. Het kleine verschil tussen slachtoffers van beide kanten wijst op het toenemende gevaar dat de bevolking vindt dat het weinig verschil maakt voor wie ze kiest.

Positief voor de internationale gemeenschap is dat de meeste Afghanen blij zijn met de buitenlandse hulp. Een grote meerderheid (69 procent) gelooft dat de nationale veiligheidstroepen niet kunnen opereren zonder de hulp van de internationale troepen.

Onderzoeksrapport via: nrc.nl/buitenland