Politieke stripfiguren

In de Zaterdag &cetera van 18 oktober jl stelt Merel Boers dat de `politieke stripfiguren` Fortuyn en Haider sterk op elkaar leken met als belangrijkste thema hun `gekronkel en drogredenstorm`, en het `verlangen naar een reiniging van de natie`. In één beweging door noemt Boers vervolgens ook Wilders en Verdonk: allemaal hetzelfde `populistische` liedje.

Het is de zoveelste bijdrage aan het publieke debat waarin een zeer zware beschuldiging (namelijk vreemdelingenhaat, racisme) zonder sterke onderbouwing wordt geuit. Bewijs lijkt niet meer te hoeven worden aangedragen, iedereen wéét toch wel dat Haider en Fortuyn en Wilders en Verdonk (en wie nog meer eigenlijk? De heksenjacht is geopend!) schuldig zijn? Dat Fortuyn zelf in alle toonaarden afstand heeft genomen van Haider wordt niet eens meer vermeld. Want ook al komen `ze` misschien niet letterlijk voor hun gedachtegoed uit, het is toch dúidelijk wat ze bedoelen?

Een open publiek debat kan echter alleen goed functioneren als men zich ook daadwerkelijk verdiept in de standpunten van tegenstanders. Daarom is de vraag zo belangrijk of deze beschuldigingen, waarmee een bepaald persoon direct wordt kalt gestellt, nu echt waar zijn. Is het waar, bijvoorbeeld, dat Fortuyn verlangde naar `een reiniging van de natie` en allochtonen systematisch het land uit wilde zetten? Dat Fortuyn mensen met een donkere huidskleur minderwaardig vond dan blanken? Dat, zoals Boers ook schrijft, `Rita en Geert walgen van iedereen`? Is dit alles echt waar? De aanwijzingen hiervoor zijn, indien al voorhanden, veel te mager om een dergelijke stellige veroordeling te rechtvaardigen. De mensen die dit doen maken zich zelf schuldig aan dat gehekelde `populisme`.