Amsterdam heeft altijd nog de Nachtwacht

Puissant rijk is de gemeente Amsterdam. Mocht de kredietcrisis echt uit de hand lopen, dan heeft de hoofdstad nog zoveel in kas, dat het een bankconcern als ABN Amromet gemak kan opkopen. Meer dan acht miljard euro aan bezittingen en kapitaal.

Zo is de stad grootgrondbezitter, ter waarde van 4,8 miljard euro, heeft voor honderden miljoenen euro aan onroerend goed in portefeuille en kan in geval van nood desnoods nog de parkeerautomaten (waarde: 20 miljoen euro), het rioleringsstelsel (390 miljoen euro) of haar aandelenparticipatie in bijvoorbeeld Schiphol of de NV Afvalenergiebedrijf (274 miljoen euro) van de hand doen.

Tegenover dat miljardenbezit van acht miljard euro staat een bescheiden bedrag aan leningen (circa twee miljard euro). Geld dat voor het merendeel veilig is weggezet bij solide bankiers als de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank.

Toch – als de nood écht aan de man komt, heeft de gemeente nog iets anders achter de hand. Amsterdam is namelijk ook nog een ‘papieren’ miljardair als kunstbezitter. De Nachtwacht en Het Joodse Bruidje van Rembrandt, bijvoorbeeld, zijn niet van het Rijk of het Rijksmuseum, maar eigendom van de gemeente Amsterdam. De Nachtwacht hoort tot de kunstcollectie die de bankier en kunstverzamelaar A. van der Hoop in 1854 aan de gemeente schonk, op voorwaarde dat het publiek die ten allen tijde zou kunnen bezichtigen.

Volgens een woordvoerder van het Rijksmuseum is de vraag hoeveel de Nachtwacht waard is op de markt „theoretisch” omdat de waarde van het doek alleen in „cultuurhistorische waarde” uit te drukken is. Maar toch, toen de gemeente Hilversum in de jaren tachtig in financiële problemen kwam, kregen ambtenaren wel degelijk opdracht van het gemeentebestuur om te inventariseren hoeveel het schilderij Compositie met twee lijnen van Piet Mondriaan waard zou zijn. Met het doel om het „aan de hoogste bieder” van de hand te doen.

Het leidde tot felle kritiek uit het kunstcircuit en van toenmalig minister Brinkman (Cultuur, CDA). Maar de Hilversumse gemeenteraad stemde voor, en uiteindelijk kocht Amsterdam het kunstwerk voor 2,5 miljoen euro.

Ook Amsterdam heeft in het verleden getoond, niet per se vies te zijn van commercialisering van kunstbezit. In het college van B en W circuleerden in 1999 plannen om het Stedelijk Museum te laten financieren door autofabrikant Audi. Voor twaalf miljoen gulden sponsoring zou Audi een showroom krijgen in het museumgebouw, om de begroting sluitend te krijgen. Dat idee strandde op de hoofdstedelijke PvdA, die niet wilde „buigen voor het grootkapitaal”.

Eind jaren tachtig woedde er in de landelijke politiek nog debat over wetsvoorstellen om het armlastige gemeenten te verbieden cultureel erfgoed in de verkoop te zetten. Het debat van nu gaat nu over de vraag of gemeenten wel mogen beleggen of zaken doen met buitenlandse banken. Als het alsnog tot nieuwe wet- en regelgeving op dit gebied komt, lijkt het verstandig alsnog een verbod op verkoop van gemeentelijk kunstbezit op te nemen. Om te voorkomen dat de Nachtwacht ooit terecht komt in het Paul Getty Museum in Californië, of iets dergelijks. Onwaarschijnlijk? Misschien. Maar er gebeuren in de huidige kredietcrisis wel meer dingen, die tot voor kort niemand voor mogelijk had gehouden.

    • Jos Verlaan