Stille hoop

‘s Avonds om elf uur loop ik nog een laatste rondje met de hond. In het gras van de middenberm vind ik een mobiele telefoon. In het adressenboek staat onder andere: ‘thuis’. Ik bel het nummer en een vrouw met een bozige stem neemt op: „Moet je me daarvoor wakker maken? Gooi maar door de

‘s Avonds om elf uur loop ik nog een laatste rondje met de hond. In het gras van de middenberm vind ik een mobiele telefoon.

In het adressenboek staat onder andere: ‘thuis’.
Ik bel het nummer en een vrouw met een bozige stem neemt op: „Moet je me daarvoor wakker maken? Gooi maar door de brievenbus”, is haar reactie, en ze hangt op.

Omdat ik het adres niet weet neem ik de telefoon mee naar huis en de volgende ochtend bel ik opnieuw. Nog steeds bozig noemt ze haar adres: een paar huizen bij mij vandaan.

Als ik de telefoon door de brievenbus duw, heb ik de stille hoop dat er een stenen vloer achter ligt.

Cees Bloemers