Ze is dertien, loopt in vodden en heeft een schichtige blik

Benin City is het centrum van de Nigeriaanse handel in vrouwen naar West-Europa.

Het zijn vaak familieleden die de armste kinderen weglokken uit hun dorpen.

Ze mag met niemand praten. Ze moet suiker halen en direct weer naar huis komen, Maar ze laat zich verleiden tot een gesprek met een flesje cola.

Maak kennis met Comfort. Dertien jaar, schichtige blik, striemen op haar kuiten. Comfort uit Benin City in Nigeria. Auntie heeft haar naar de stad gehaald. Auntie zou zorgen dat ze naar school kon. Dat heeft ze Comforts oma beloofd. Auntie zou nieuwe kleren voor het meisje kopen.

Maar na een jaar liep ze nog in de vodden die ze droeg in het dorp. Een school had ze alleen van de buitenkant gezien. Ze had toch helemaal geen tijd voor school. Ze stond op als auntie nog sliep. Om gari (een cassavegerecht) voor de kleintjes te koken. Ze mocht pas naar bed als auntie het licht uitdeed. Haar bed was een rieten mat in het voorraadhok.

Soms kreeg ze ’s nachts bezoek van de man van auntie. Ze wist wat er van haar werd verwacht. Geen zucht kwam over haar lippen. Had auntie iets in de gaten, dan kreeg ze de volgende ochtend met de zweep. Hoeveel werk ze in het huis ook verzette, het was nooit goed. „Waardeloos”, zei auntie. Ze was „waardeloos”.

Benin City staat bekend als het centrum van de Nigeriaanse vrouwenhandel naar West-Europa. Meisjes worden gelokt met het vooruitzicht op scholing of werk. Om terecht te komen in de straatprostitutie. Handelaren strijken hun inkomsten op.

Weinig mensen weten dat ook Nigeriaanse deelstaten in het islamitische noorden, zoals Kano en Zamfara, vrouwen en kinderen als slaven exporteren. Saoedi-Arabië is meestal de bestemming. De menselijke waar doet of ze op pelgrimstocht gaat.

Maar het best bewaarde geheim is dat die internationale mensenhandel vanuit Nigeria, in het niet valt bij de binnenlandse mensenhandel. In de ene staat worden kinderen uitgebuit op de plantages. In de andere staat worden ze geronseld voor bordelen of bedelsyndicaten. In de dure huizen in alle grote steden doen zij het huishoudelijk werk. Schattingen over hun aantal lopen uiteen van 300.000 tot 700.000. Niemand die werkelijk weet hoe wijdverbreid de eigentijdse slavenhandel is.

Westerse mogendheden zwijgen discreet over deze praktijken. Zolang zij er geen last van hebben. Pas als de Nigeriaanse diaspora in Londen massaal huissloofjes blijkt te importeren, verklaart de Britse Hoge Commissaris in Nigeria, Sir Richard Gozney, dat „dit voor ons niet acceptabel is”.

„Westerse landen zijn niet zo geïnteresseerd in mensenhandel zolang het in Afrika gebeurt”, zegt Muhammad Babandede, hoofd onderzoek van NAPTIP, een speciale Nigeriaanse politie-eenheid die mensenhandel bestrijdt. Wat dat betreft is er de afgelopen honderd jaar niks veranderd. Toen Nigeria in 1901 een Brits protectoraat werd, maakten de Britten aan de nog altijd levendige internationale slavenhandel vanuit Nigeria een einde, bijna een eeuw nadat het Britse rijk de slavenhandel in 1807 had afgeschaft. Maar de binnenlandse slavenhandel durfden ze niet aan te pakken. Die werd afgedaan als onderdeel van de lokale cultuur.

Nigerianen zelf hoor je niet over slavernij in deze tijd. Slavernij is een misdaad van blanken tegen zwarten. Dat het eeuwenlang zwarten waren die hun zwarte broeders en zusters te koop aanboden, wordt in geschiedenisboekjes graag verbloemd.

Nigerianen willen ook niet weten dat het fundament van de Afrikaanse samenleving, de uitgebreide familie, soms een duivelse schaduwkant heeft. Want het zijn geen vreemden die de armste kinderen weglokken uit hun dorpen. Het zijn bekenden of familieleden zoals auntie.

Nigerianen horen ook niet graag dat meisjes van twaalf met valse beloften worden gelokt om ze vervolgens te dwingen in seksclubs te werken. Want officieel bestaan er in Nigeria geen seksclubs. En fabrieksmatige prostitutie – tien klanten per avond – komt alleen in het Westen voor.

NAPTIP-leider Babandede weet wel beter. Zijn politiemensen hebben laatst in Lagos nog een bordeel ontmanteld. Alle twaalf meisjes waren minderjarig. Twee waren zwanger. Zes waren met het aidsvirus besmet.

In een land waar 70 procent van de 140 miljoen mensen onder de armoedegrens leeft, zijn dromen snel gezaaid. Elk kind wil naar school, elke jongen zoekt werk, elke dorpeling reikt naar de stad. Mensenhandelaren spelen handig in op die verlangens naar een beter leven. „Onze kinderen worden verkocht als slaven”, zegt Babandede. „Dat mogen we niet toestaan.” Deze zomer ging in Nigeria de eerste nationale campagne tegen mensenhandel van start.

In totaal heeft NAPTIP de afgelopen jaren bijna 2.300 slachtoffers gered. Comfort is inmiddels een van hen. Auntie staat binnenkort terecht.

Statistieken en meer over de Nigeriaanse politie-eenheid tegen mensenhandel op: naptip.gov.ng