Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Politiek

Uncle Sam is het mikpunt van spot geworden

Voor linkse leiders in Latijns-Amerika toont de kredietcrisis vooral het gelijk van hun eigen beleid aan.

Het gezag van Washington in de regio neemt verder af.

Anti-Amerikaanse graffiti in de Venezolaanse hoofdstad Caracas: „Weg met de Amerikanen”. Foto AP A man walks past an anti U.S. graffiti that reads in Spanish "Gringos out" in Caracas, Friday, Sept. 15, 2008. Venezuela's President Hugo Chavez, who is in Chile to attend Monday the Union of South American Nations meeting, called to seek a peaceful solution to a political crisis in Bolivia, said in Santiago there is a conspiracy to overthrow Bolivia's government, but that the "nowadays South American states are not the same mutes as 35 years ago", referring to the overthrown of late Chile's President Salvador Allende. (AP Photo/Howard Yanes)
Anti-Amerikaanse graffiti in de Venezolaanse hoofdstad Caracas: „Weg met de Amerikanen”. Foto AP A man walks past an anti U.S. graffiti that reads in Spanish "Gringos out" in Caracas, Friday, Sept. 15, 2008. Venezuela's President Hugo Chavez, who is in Chile to attend Monday the Union of South American Nations meeting, called to seek a peaceful solution to a political crisis in Bolivia, said in Santiago there is a conspiracy to overthrow Bolivia's government, but that the "nowadays South American states are not the same mutes as 35 years ago", referring to the overthrown of late Chile's President Salvador Allende. (AP Photo/Howard Yanes) Associated Press

Toen de kredietcrisis vorige maand in volle hevigheid losbarstte, viel de Verenigde Staten in Latijns-Amerika aanvankelijk vooral spot ten deel. De Braziliaanse president Lula verwoordde het zo: „Zij (de VS, red.) die ons drie decennia hebben verteld wat we moesten doen, hebben dat zelf niet gedaan.” (zie inzet)

De Argentijnse president Cristina Kirchner sprak van het ‘jazz effect’. Daarmee verwees zij ook naar de Mexicaanse pesocrisis in 1994, die door het Westen de tequilacrisis werd genoemd. In haar toespraak voor de Verenigde Naties, op 8 oktober, zei Kirchner niet blij te zijn met de crisis – „maar we zien het wel als een historische mogelijkheid om het optreden en beleid [van de VS, red.] te veranderen”.

Het zijn tekenende reacties, van twee overigens gematigd linkse leiders, in een regio waar de invloed van de VS tijdens het bewind van president Bush snel en zichtbaar is geslonken. „Door de crisis zal het aanzien van de VS hier eerder afnemen, en zullen posities van meer radicale linkse presidenten als Chávez (Venezuela), Morales (Bolivia) en Correa (Ecuador) verder versterken”, zegt Marcelo Coutinho, coördinator van het Zuid-Amerika Instituut OPSA in Rio de Janeiro.

Na tal van crises in de jaren negentig (Mexico, Aziatische Tijgers, Rusland) en 2002 (Argentinië), is het liberalisme Amerikaanse stijl sinds een jaar of vijf door de meeste regeringen in Latijns-Amerika buiten de deur gezet. „Alsof ze hebben geanticipeerd op deze crisis. In deze regio voeren linkse regeringen de boventoon, van Chili, en nu ook Peru, tot en met Nicaragua. Er is er een combinatie van een zekere vrijhandel en staatsinmenging in de economie, in verschillende gradaties”, zegt Coutinho.

Voor met name Chávez, Morales en Correa biedt de financiële noodtoestand in de VS op dit moment voordelen. Deze staatshoofden zijn in hun eigen landen bezig met ingrijpende socialistische hervormingen, waaronder bedrijfsnationalisaties. De crisis in de VS toont in hun ogen vooral het failliet van het ongebreidelde kapitalisme en de legitimiteit van hun eigen model aan. Woensdag zei Chávez dat „kameraad Bush mij nu links heeft ingehaald. Hij nationaliseert banken”.

Ook de reactie van de Boliviaanse president Morales was veelzeggend: in Bolivia nationaliseren we om de mensen te helpen, maar in Washington nationaliseren ze schulden waar vooral de rijken van profiteren.

In Venezuela, Bolivia en Ecuador zijn bovendien op korte termijn belangrijke verkiezingen en een referendum op komst. Die zijn van levensbelang voor de socialistische projecten van de drie presidenten. „In dat opzicht komt de crisis hen goed uit”, verwacht Coutinho.

Maar op lange termijn is de crisis ook nadelig voor Chávez en zijn revolutionaire bondgenoten. Deze linkse leiders hebben geld nodig voor hun hervormingen. Voor een belangrijk deel van hun inkomsten zijn ze echter afhankelijk van export naar het buitenland, van grondstoffen, olie en gas. „De prijzen zijn al gekelderd door de crisis, de vraag is afgenomen. Als ze over anderhalf jaar geen geld meer hebben om beloftes na te komen, dan kan dat politieke consequenties hebben.”

Het zijn ook deze drie landen die het meest openlijk het gezag van de VS ondermijnen. Zo gaf Ecuador onlangs te kennen dat de VS in 2009 niet meer gebruik mogen maken van de Ecuadoraanse Manta-basis, waar nu een paar honderd Amerikaanse militairen zijn gelegerd. En vorige maand stuurde zowel La Paz als Caracas de Amerikaanse ambassadeur het land uit, in verband met de gewelddadige protesten tegen Morales in Bolivia. Die rellen leidden bovendien tot soepel en snel optreden van de Zuid-Amerikaanse overlegclub Unasur, waarvan de Chileense president Bachelet tijdelijk voorzitter is.

In een reactie op de gebeurtenissen in Bolivia kwam Unasur bijeen in Chili, veroordeelde het geweld en sprak unanieme steun uit voor Morales. „De VS kwamen hier helemaal niet aan te pas, terwijl dat in het verleden waarschijnlijk wel zou zijn gebeurd. Het toont andermaal aan dat de invloed van de VS tanende is”, zegt Coutinho. „Kijk ook naar landen als China, Rusland, India en Zuid-Afrika. Die trekken de banden met de regio juist aan.”

Het is een opmerkelijke ontwikkeling. Rusland dat samen met Venezuela militaire oefeningen uitvoert. Rusland dat samenwerking op het gebied van nucleaire energie zoekt met Uruguay. China dat steeds meer zaken doet in de regio. „Zelfs Iran probeert zijn diplomatieke connecties te verbeteren hier.”

Heeft Washington daarmee definitief afscheid genomen van de zogeheten Monroe-doctrine, genoemd naar de vijfde president van het land (1817-1825)? Op basis van die doctrine worden pogingen van buitenlandse mogendheden (destijds Europese kolonisatoren) om invloed uit te oefenen in Latijns-Amerika gezien als een bedreiging van de veiligheid en vrede van de VS.

In de jaren tachtig en begin jaren negentig was deze overtuiging nog actueel vanwege de Koude Oorlog en pogingen van de Sovjet-Unie om voet aan de grond te krijgen in de regio. „De Monroe-doctrine was eigenlijk al verdwenen en ik verwacht niet dat die terugkomt”, zegt Coutinho.

Hoe het zal gaan in de toekomst tussen de Verenigde Staten en hun voormalige ‘achtertuin’ is moeilijk in te schatten. Coutinho zegt: „Veel zal afhangen van de nieuwe president. Bovendien zal Amerika de komende tijd vooral met zichzelf bezig zijn.”