Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wielrennen

Theo Bos twijfelt nog over zijn toekomst

Na de voor hem zo teleurstellend verlopen Spelen van Peking werd Theo Bos dit weekeinde in Alkmaar Europees kampioen sprintomnium. „Ik deed vooral mee voor alle vrijwilligers.”

Maarten Scholten

Om achttien minuten over drie op zaterdagmiddag is Theo Bos voor het eerst sinds de mislukte Olympische Spelen van Peking weer wielrenner, als hij op de houten piste van Sportpaleis Alkmaar verschijnt voor het eerste onderdeel van het sprintomnium bij de Europese kampioenschappen baanwielrennen.

Een paar honderd toeschouwers, een handvol officials en journalisten, een enkele fotograaf. Vlak voor de start voelt de vijfvoudig wereldkampioen nog even aan zijn banden. Te zacht, oppompen. Dan wordt rugnummer 37 aangeduwd voor een ‘ronde met vliegende start’. En is hij weer de topatleet met de gekende bewegingen van een luipaard op jacht, 13,309 seconde, snelste tijd! „Toch wel goed, ik had niet gedacht dat ik al genoeg snelheid zou hebben om dit onderdeel te winnen.”

Bos (25) won vier jaar lang veel en van alles op de wielerbaan. Wereldtitels op de sprint, keirin en kilometertijdrit. The fastest man on track (wereldrecord 9,772) reed op een fiets van een miljoen euro, was uithangbord van sportkoepel NOC*NSF voor de Spelen, gold als gedoodverfde gouddelver. Maar na een nederlaag op de wereldkampioenschappen eerder dit jaar in Manchester ging het in Peking helemaal mis. Geen medaille, laat staan goud.

Sindsdien twijfelt Bos over zijn toekomst. Moet hij verder op de weg of op de baan, en op welke manier? „Ik ben er nog niet uit”, zei hij zaterdag. „Het voornaamste was voor mij de afgelopen periode nergens over na te denken. Ik wilde dit EK graag rijden, verder heb ik nog geen plannen.”

Vijf weken geleden, de dag voordat de nieuwe schaatsploeg Hofmeier van zijn broer Jan werd gepresenteerd, trainde Bos voor het eerst. „Hardlopen, ik had overal ongelooflijke spierpijn.” Daarna deed hij dagelijks wat krachttraining en zat hij op de wegfiets. „Maar als ik een dagje geen zin had, ging ik wat anders doen.”

Voor het EK volgden slechts vier specifieke sessies op de wielerbaan. „Je moet niet te vroeg beginnen. Ik heb jarenlang wedstrijdjes gereden op de baan, dan treedt verzadiging op. Je moet weer honger krijgen.”

Na het eerste van vier onderdelen van het sprintomnium wint Bos later op de zaterdagavond ook de spectaculaire afvalrace, ontsierd door drie valpartijen. „Had ik al tien jaar niet meer gereden, dat onderdeel.”

En in de finale van de keirin drukt hij zijn voorwiel ouderwets scherp net even eerder over de streep dan de Franse subtopper François Pervis. „Ik had zin om te knallen, ik verras mezelf met dit niveau.” Na de zege op het laatste onderdeel, de sprint, werd hij gisteren soeverein Europees kampioen.

Al te veel conclusies wilde Bos niet verbinden aan zijn eerste titel na de Spelen van Peking. „Zo’n EK is niet heel belangrijk, al levert het wel weer wat aandacht op. Ik deed hier vooral mee voor alle vrijwilligers op de baan in Alkmaar, waar ik al jaren train. Ik wilde iets terugdoen voor die mensen, omdat het EK voor hen wél heel belangrijk is.”

Naast de spectaculaire sprints van Bos en Tim Veldt (vorig jaar winnaar, nu tweede) schittert op zaterdagavond stayer Matthé Pronk, die achter gangmaker Joop Zijlaard na een enerverende race zijn Europese derny-titel prolongeert. Wim Stroetinga (komend seizoen op de weg uitkomend voor Milram) verslaat de Duitse topper Robert Bartko en wint het duuromnium. You’re simply the best, schalt door de boxen, niet veel later gevolgd door het Wilhelmus. Meer dan duizend toeschouwers staan op de banken.

Toch blijft het EK baanwielrennen wat betreft prestige en media-aandacht in de schaduw van bijvoorbeeld een Europees kampioenschap schaatsen. „Was er in de aanloop ergens iets te lezen over dit EK”, vroeg Leo Peelen zich af. De winnaar van de zilveren medaille op de Spelen van Seoul in 1988 (puntenkoers) is sinds kort voorzitter van de baancommissie van de Nederlandse wielerunie (KNWU). „Zo’n EK zou je eigenlijk moeten rijden voor vijfduizend toeschouwers, met de televisie erbij. Zoals bij de zesdaagsen of in Thialf.”

De baansport in Nederland bevindt zich op een kruispunt na de teleurstelling van Peking, waar alleen wegrenster Marianne Vos goud won, op de puntenkoers. Onder leiding van coach Peter Pieters werd de afgelopen tien jaar aansluiting gevonden met de wereldtop. In Alkmaar en Apeldoorn verrezen prachtige wielerbanen, de laatste krijgt in 2011 zelfs het wereldkampioenschap.

„Voor Londen 2012 hebben we alle kansen als we nu de draad oppakken”, zegt Peelen. „Ik heb mijn plannen klaar voor de opbouw naar Apeldoorn 2011”, zegt Pieters, die zelf nog niet zeker is van verlenging van zijn tot eind dit jaar lopende contract. Maar zowel wielerunie KNWU als sportkoepel NOC*NSF kwam nog niet met concrete plannen voor de komende olympische cyclus.

Voor Bos zijn de toekomstplannen van groot belang. „De Engelsen zetten in de baansport de standaard. Als er in Nederland niets gebeurt, zijn we bijvoorbaat kansloos.”

Voelt hij de druk van de hele baansport, die met spanning afwacht welke beslissing hij neemt over zijn toekomst? „Dat weegt mee, ja. Maar ik kan niet in m’n eentje de kar trekken. Ik zet mezelf nu op de eerste plaats.”