Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Rust in Kenia is niet meer dan cosmetisch

In Kenia is het op het oog weer rustig, na het hevige geweld eerder dit jaar. Maar de werkloosheid en de snel groeiende bevolking zijn een explosief mengsel.

Januari van dit jaar: rellende jongeren in Kisumu, het bolwerk van Raila Odinga, de toenmalige oppositieleider die inmiddels in een coalitie zit met president Mwai Kibaki. Foto AFP An angry mob of followers of Kenya's opposition leader Raila Odinga shout as they block a road during a demonstration in the western town of Kisumu 31 January 2008. Violent clashes soon erupted in the western town and nearby Kericho and Kisumu, with police firing tear gas on protesters who were blocking roads and lighting fires after David Kimutai Too from opposition leader Raila Odinga's opposition Orange Democratic Movement (ODM) was killed by a traffic policeman, describing the incident as a crime of passion unrelated to the recent political violence AFP PHOTO/Yasuyoshi CHIBA
Januari van dit jaar: rellende jongeren in Kisumu, het bolwerk van Raila Odinga, de toenmalige oppositieleider die inmiddels in een coalitie zit met president Mwai Kibaki. Foto AFP An angry mob of followers of Kenya's opposition leader Raila Odinga shout as they block a road during a demonstration in the western town of Kisumu 31 January 2008. Violent clashes soon erupted in the western town and nearby Kericho and Kisumu, with police firing tear gas on protesters who were blocking roads and lighting fires after David Kimutai Too from opposition leader Raila Odinga's opposition Orange Democratic Movement (ODM) was killed by a traffic policeman, describing the incident as a crime of passion unrelated to the recent political violence AFP PHOTO/Yasuyoshi CHIBA AFP

Boze jongeren bemannen hun basis in de sloppenwijk Kondele in Kisumu. Sylvestre Aloach houdt een busje aan en ontvangt, omgerekend, 10 eurocent. „De chauffeurs moeten betalen, anders komen ze er niet door.” Hij moet lachen om de vraag of de politie deze afpersing toelaat. „De agenten komen er hier niet meer in, we hebben ze een lesje geleerd eerder dit jaar.”

Geiten snuffelen tussen de stapels afval, overstuurde luidsprekers stoten swingende muziek uit en een prediker in een gescheurd geel gewaad probeert de kakofonie te overschreeuwen. Deze basis heet Kosovo en wordt bemand door leden van de burgermilitie de Bagdad Boys. Duizenden werkloze jongeren scholen dagelijks samen bij dergelijke bases in Kisumu, in het uiterste westen van Kenia, vlakbij het Victoriameer. Om georganiseerd te gaan stelen, geld af te persen of op andere manieren een inkomen te vergaren.

Tijdens de grootschalige onlusten in januari en februari, na de omstreden verkiezingen, waren de bases verzamelpunten om te gaan plunderen en vechten tegen de politie. Nu vormen ze broeinesten voor nieuw geweld. „Oh zeker, er volgt een nieuwe ronde”, verzekert de ‘Bagdad boy’ Benjamin Ameach, „dan vechten we niet meer voor politici. De volgende keer trekken de arme jongeren direct naar de wijken van de rijken.”

Het verkiezingsgeweld in Kenia leidde tot zeker vijftienhonderd doden en een half miljoen ontheemden. Aanhangers van president Mwai Kibaki en zijn rivaal Raila Odinga, wiens machtsbasis in Kisumu ligt, vochten twee maanden lang. Wegen werden onbegaanbaar, economische activiteit werd onmogelijk. De machtstrijd kreeg tribale trekken toen leden van Kibaki’s Kikuyu-stam doelwit werden van Odinga’s aanhangers en andere oppositionele stammen. Vervolgens viel een Kikuyu-militie leden van de Luo-stam van Odinga aan. De gewelddadigheden woedden het hevigst in en rond de westelijke steden Kisumu, Kericho en Eldoret. In Kisumu namen rellende jongeren het wekenlang op voor Odinga, tientallen huizen van Kikuyu’s en overheidsgebouwen gingen in vlammen op en de politie schoot meer dan honderd demonstranten dood.

De vorming, eind februari, van een coalitieregering met Kibaki als president en Odinga als premier herstelde de rust in Kenia. Maar „jongeren hebben een veel grotere mond gekregen”, stelt gemeenteraadslid Tom Ogolia van de wijk Kondele, waar de politie 85 jongeren doodschoot. „Het geweld had een grote psychologische uitwerking op de armen. Ze slaagden erin de politie terug te dringen naar de kazernes. En zagen dat de middenklasse angstig thuisbleef.”

Ogolia voorspelt dat de onvrede onder de werkloze jeugd een andere vorm gaat aannemen. „Jongeren herkennen nu de werkelijke oorzaken van het geweld. Ze volgen Odinga niet meer blindelings. Er ontstaat een nieuwe splitsing in Kenia, niet op tribale maar op sociaal-economische basis. De volgende keer kunnen ze uit woede ook Odinga’s huis vernietigen.”

Zeventig procent van de Keniaanse bevolking is jonger dan dertig, het overgrote deel is werkloos. De demografische tijdbom die bijdroeg aan de geweldexplosie eerder dit jaar, tikt verder. Ben Makalaka, leider van de Bagdad Boys, ging elf keer in het gevang. „Werkloze jongeren kun je voor alles inzetten en daarom werkten we vroeger ook voor politici.” Een Keniaanse onderzoekscommissie verklaarde vorige week dat het geweld na de verkiezingen mede gepland was door hooggeplaatste politici. De voorzitter van de commissie noemde politici „de grootste makelaars van de wanorde”.

Makalaka van de Bagdad Boys: „Er is niets meer dat ons verbindt met die corrupte klasse. De jongeren moeten een stem krijgen in Kenia. De politici begrijpen niet hoe explosief de situatie is in Kenia.”

Vreedzaam kabbelen de golfjes tegen de oever van het Victoriameer, even verderop. De Indiase industrieel Yogi Dawda gebruikt zijn lunch in de zeilclub, met proestende nijlpaarden in het verschiet. Hij is somber. „We voelen ons in Kisumu onzeker en de politie doet niets.” Vierhonderd van de tweeduizend Kenianen van Indiase afkomst in Kisumu keerden na de paniek eerder dit jaar niet meer terug. „De misdaad neemt toe. En wat kun je anders verwachten met zo’n grote werkloosheid. Zakenlui verloren veel door de plunderingen. Dit is niet het moment voor investeringen, er heerst een cosmetische stabiliteit in Kenia.”

Honderd kilometer verderop, in de groene hooglanden van Kericho, trekken nietige plukkers met sombrero’s op het hoofd en manden op de rug zwijgzaam langs de uitgestrekte theeplantages. „De teruggekeerde rust heeft de problemen niet opgelost”, zegt burgemeester Moses Limo. Behalve grote werkloosheid vormt ongelijk verdeeld grondbezit een oorzaak van de groeiende onvrede.

„De multinationals bezitten hier het meeste land, de rest werd gestolen door politici”, zegt Limo. „Voor de verkiezingen beloofden parlementskandidaten hun kiezers grond. Zo’n leus slaat aan en leidt tot agressie tegen immigranten, zoals Kikuyu’s.” Veel Kikuyu’s werden voor de onafhankelijkheid door de Britten hierheen gehaald om het land te bewerken. De verdrevenen, van andere stammen, namen zich voor dat de grond eens terugveroverd zou worden.

Jongeren verbrandden begin dit jaar tientallen vrachtauto’s op de hoofdweg van Kericho, een slagader van West- naar Oost-Kenia. De managers van de theeplantages trokken naar de dorpjes om de woede te keren en zegden sociale projecten toe. „De bewoners geloofden de beloftes van de managers maar zijn nu teleurgesteld”, zegt Limo. „Komen er niet snel sociale initiatieven van de grootgrondbezitters, dan breken er weer problemen uit.”