Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Rawagede kwam naar Marriott

Het ging bij het bezoek van een Kamerdelegatie aan Indonesië vooral over wat ze níet deden. Maar op de valreep spraken ze toch nog over een bloedbad uit 1947. „Voorop staat rekonsiliasi.”

Drie tachtigplussers moesten er vier uur voor in de auto zitten, maar de ontmoeting ís er geweest. Althans, min of meer. Buiten het formele programma om ontmoette een deel van de Kamerdelegatie die afgelopen week in Indonesië was, gisteren alsnog twee nabestaanden en een overlevende uit het Javaanse dorp Rawagede.

In dit dorp werden in december 1947 ruim 400 mannen vermoord door Nederlandse militairen. De Nederlanders waren op zoek naar een verzetsstrijder. In september stelde een stichting de Nederlandse staat daarvoor aansprakelijk. Zij eist namens de nabestaanden excuses en een schadevergoeding.

Indonesië blijft voor Nederlandse politici een lastig land, bleek afgelopen week weer. Het was het eerste werkbezoek van de vaste Kamercommissie buitenland sinds acht jaar. Vooraf was er al gedoe omdat de delegatie niet naar de Molukken kon. Eerst leek het te duur, daarna was er een probleem met verzekeringen. Uiteindelijk ging het niet door omdat de Kamerleden de eilanden alleen konden bereiken met luchtvaartmaatschappij Garuda, die vanwege onvoldoende onderhoud op de zwarte lijst van de EU staat. Het zou een „slecht signaal” zijn als ze daar mee zouden vliegen.

Vorige week bleek dat twee Nederlandse ministers bij eerdere bezoeken wél met Garuda hebben gevlogen. Delegatielid Harry van Bommel (SP) vermoedt een complot. „We zijn belazerd. De regering wil niet dat een kritische delegatie naar de Molukken gaat, omdat er dan media-aandacht komt voor de mensenrechten en de onafhankelijkheidsdiscussie oplaait.”

Ook Rawagede stond aanvankelijk niet op het programma, maar Van Bommel maakte er een punt van het dorp alsnog te bezoeken. Een slecht idee, vond de rest – met uitzondering van Joël Voordewind van de ChristenUnie. „We gaan toch ook geen excuses aanbieden voor de slavernij”, zei Hans van Baalen van de VVD. „Het leidt tot niks, zo kun je wel door blijven gaan.” Waarmee de reis in het teken dreigde te staan van zaken die de delegatie níét had gedaan.

Maar gisteren, kort voor de terugreis naar Nederland, wilden Van Bommel en Voordewind de weduwen alsnog ontmoeten. Dus werden weduwen Wanti en Wisah, en overlevende Saih naar het Marriott Hotel in Jakarta gebracht, waar de delegatie logeerde. Hoewel het volgens organisator Batara Hutagalung een „historisch moment” was, wilde Voordewind geen pers bij het gesprek en wilde hij niet met de weduwen worden vastgelegd door Indonesische tv-ploegen. De rest van de delegatie bleef op veilige afstand. Met uitzondering van PvdA’er Harm Evert Waalkens, die toevallig langsliep. Die schoof toen ook maar aan, al was hij eigenlijk tegen een ontmoeting.

Het koloniale verleden was tijdens de week een paar keer ter sprake gekomen. Delegatieleider Henk Jan Ormel (CDA) vertelde dat hij bij verschillende bezoeken – waaronder dat aan de vice-president – zijn spijt heeft uitgesproken over wat er tussen de twee landen is voorgevallen. Volgens Ormel waardeerden de Indonesiërs dat zeer, maar „vinden ze vooral dat we vérder moeten”. Verder spraken de delegatieleden veel over mensenrechten, zoals met de weduwe van de vermoorde activist Munir. Met het Indonesisch parlement spraken zij over de provincie Papoea, waar regelmatig wordt gedemonstreerd voor meer autonomie. Nederlandse journalisten mochten geen gesprekken bijwonen, volgens Ormel omdat „sommige Kamerleden zich dan opeens nogal op de voorgrond dringen”.

Advocaat Johnson Panjaitan sprak met de delegatie over de Molukse dansers, van wie enkele levenslang kregen omdat zij zwaaiden met de verboden vlag van de Zuid-Molukse Republiek – iets waar de delegatie de vice-president op heeft aangesproken. Panjaitan, die ook betrokken is bij de Rawagede-zaak, wilde het met de delegatie echter niet alleen hebben over mensenrechtenschendingen door Indonesië, maar ook over mensenrechtenschendingen door Nederlanders, 60 jaar geleden. „Maar zij reageerden heel koeltjes en zeiden dat ze weinig tijd hadden om daarover te praten.”

De nabestaanden uit Rawagede waren blij met het hoge bezoek uit Nederland. De claim was niet hun idee – ze hebben alleen hun duimafdruk gezet – maar gezien hun behoeftige omstandigheden zou een schadevergoeding zeer welkom zijn. Saih wilde de Kamerleden vragen om geld voor hem en zijn kleinkinderen, Wanti en Wisah om een huis. Maar over geld praten was niet de bedoeling, zo had Batara Hutagalung hen van tevoren geïnstrueerd: het gesprek zou niet gaan om kompensasi maar om rekonsiliasi.

In het gesprek hebben de Kamerleden duidelijk gemaakt dat het lastig is om tot verzoening te komen als de nabestaanden tegelijk langs juridische weg om geld vragen. Waalkens: „Dan kom je nooit in de toekomst terecht.” De uitkomst was dat de Kamerleden zich zullen inzetten om Nederlandse oorlogsveteranen naar Rawagede te sturen, in het kader van de verzoening. Overlevende Saih, achteraf: „Het is leuk als die mensen willen komen om een beetje te praten. En misschien komen ze dan later terug met wat geld.”

Meer over het ‘Indonesische trauma’ op nrc.nl/opinie

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Rawagede

In het artikel Rawagede kwam naar Marriot (20 oktober, pagina 3) staat dat in de Indonesische provincie Papoea regelmatig wordt gedemonstreerd voor meer autonomie. Er wordt vooral gedemonstreerd voor onafhankelijkheid.