Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Politiek

Politiek moet op zoek naar extra euro?s

De financiering van partijen is ondoorzichtig, zodat het gevaar bestaat van politieke beïnvloeding.

Maatregelen komen er aan. Kleine partijen zijn niet blij.

Enige opmerkingen over partijfinanciering. Het is de bescheiden titel die jurist Laurens Dragstra gaf aan het proefschrift waarmee hij onlangs promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Wie het proefschrift leest zal dat ‘enige’ met een korreltje zout nemen: het boek telt 600 bladzijden. Ook de ‘opmerkingen’ in de titel dienen niet letterlijk te worden genomen.

Want Dragstra oordeelt hard over de Nederlandse wetgeving die de financiering van politieke partijen regelt. Die is uiterst gebrekkig en hopeloos ondoorzichtig, vindt hij. De dissertatie bevestigt het vernietigende oordeel dat de Raad van Europa afgelopen voorjaar al stelde. In Nederland is niet tot nauwelijks na te gaan, luidde de conclusie, welke particulieren doneren aan politieke partijen, hoeveel dat is, en onder welke voorwaarden. Door dat gebrek aan transparantie bestaat het gevaar van politieke beïnvloeding.

„Juist omdat de gebreken van de Nederlandse wetgeving allang bekend zijn”, zegt Laurens Dragstra, „is het zo teleurstellend dat er jarenlang geen wetsvoorstellen zijn ingediend om er iets aan te doen. „De subsidie verhogen bleek verscheidene keren geen enkel probleem, recentelijk nog in 2002 en 2005. Maar regels over giften? Vergeet het maar.”

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) werkt aan strengere wetgeving. Daarvan zijn inmiddels een paar veranderingen bekend geworden. Zo zal een particulier maximaal 25.000 euro per jaar mogen geven. Een anonieme gever zelfs niet meer dan jaarlijks 700 euro. Bovendien zullen partijen voortaan ook de namen van particuliere gevers moeten publiceren, niet alleen die van donerende bedrijven.

Daarnaast heeft de ministerraad anderhalve week geleden ingestemd met een bezuiniging op de partijfinanciering. De in de afgelopen jaren snel gestegen overheidssteun aan politieke partijen – van 3,9 miljoen euro in 1999 tot 15,8 miljoen in 2007 – zal worden verlaagd. Over vier jaar, zo is het voornemen, zal de steun zijn teruggebracht tot 13,6 miljoen; een bezuiniging van 9 procent.

De kleine partijen zijn vooral boos over de geplande maximering van de giften, tot 25.000 euro. Zij krijgen relatief grote bedragen van een bescheiden groep particuliere donoren. Zo haalde Rita Verdonk op die manier in enkele weken tijd 700.000 euro op voor haar beweging Trots op Nederland. De Partij voor de Dieren ontving 300.000 euro van één zakenman, Nicolaas Pierson, waarmee de partij nagenoeg de volledige campagne voor de afgelopen Kamerverkiezingen betaalde.

Niet voor niets heeft partijleider Marianne Thieme geen enkel begrip voor de voorstellen van Ter Horst. „Die zijn er volledig op gericht de oude politieke partijen te beschermen.”

Ook bij de traditionele grote partijen zit de schrik er in. CDA-voorzitter Peter van Heeswijk reageerde geprikkeld op de aangekondigde bezuiniging, die voor het CDA neerkomst op een mindering op het budget, volgend jaar, van 450.000 euro.

In een reactie op de aangekondigde bezuiniging, roept PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen haar partijgenoten op „iets meer” geld over te maken naar de partij. Zelf geeft ze het voorbeeld; ze stort maandelijks 7,5 procent van haar netto-inkomen in de partijkas (bruto verdient Ploumen maandelijks 7.168 euro). Omdat de subsidie wordt verdeeld naar rato van het aantal Kamerzetels en de PvdA bij de afgelopen Kamerverkiezingen negen zetels verloor, moest de partij de afgelopen jaren al fors bezuinigen. De afnemende contributiegelden – door afnemend ledenaantal – maken de problematiek compleet.

Kamerlid Willibrord van Beek (VVD) vindt dat de minister moet kiezen: „Of je geeft de ruimte aan particulier geld, of je bent voor rijkssubsidie. Als je beide kranen dichtdraait, komt de kwaliteit van de volksvertegenwoordiging in het geding.”

Ronald van Raak (SP) ziet dat anders. „Met sponsoring”, zegt hij, „ben je gekocht”. En over de huidige subsidie: „Er wordt nu wel gedaan alsof die geldstroom cruciaal is. Maar voor 1972 kreeg geen enkele politieke partij overheidssteun – en met de democratie was het toen echt niet slechter gesteld.”

Laurens Dragstra, de onderzoeker, steunt de bezuiniging, maar is sceptisch over maximering. Hij denkt dat de kiezer zelf wel in staat is te beoordelen hoe verwerpelijk een grote gift is. Als de donaties maar bekend zijn. Een ‘verscherpt openbaarmakingsregime’ is volgens de onderzoeker voldoende. „Maar daar schort het juist aan.”

Hoe gevaarlijk is dat?

Dragstra wil niet te alarmerend klinken; politici worden volgens hem in Nederland niet massaal ‘gekocht’. Dragstra: „Het politieke systeem van Nederland lokt ook niet uit tot enorme giften. In Engeland, en ook in zekere zin in Duitsland, is het d’r op of d’r onder. Jouw partij komt aan de macht of niet. En dan moeten ze leveren. Hier kunnen partijen zich tegenover hun donoren verschuilen achter het compromis en de formatie.”

Maar dankzij de wet is dat niet, benadrukt Dragstra. Om dat te illustreren brengt hij ex-bondskanselier Helmut Kohl in herinnering. Die vergooide zijn reputatie door op een parkeerplaats een koffertje met miljoenen euro’s aan te nemen. De namen van de gevers wilde hij niet onthullen; hij had hun zijn erewoord gegeven. De partij kreeg een boete van 4,3 miljoen Duitse mark. Een enorm schandaal. Dragstra: „Het ging vermoedelijk om giften van particulieren. Dat betekent dat hij hier helemaal niet in overtreding was geweest.”